Hij had een drukmethode ontworpen waarbij men zwaar papier drukte tegen een speciale, brede, loden gietvorm om letters in reliëf te maken, dat zijn letters die boven de oppervlakte van het papier uitstaken en die men zo met de vingers kan voelen. De boeken waren groot en onhandig. Elke bladzijde werd gemaakt door twee stukken papier aan elkaar te kleven zodat de reliëfletters op elke zijde van het papier kwamen te staan. Hij was ook de stichter van de eerste blindenschool. Het grote nadeel ervan was dat het lezen heel traag verliep omdat men elke letter helemaal moest betasten met de vingertoppen en die onthouden terwijl je met de volgende letter bezig was. Uiteindelijk moest je alle opeenvolgende letters onthouden tot het hele woord gelezen was. Maar meestal was je dan de eerste letters al vergeten.
Hij gebruikte geen afzonderlijke letters om woorden te spellen maar drukte hele klanken uit door middel van groepen punten en strepen. Hij noemde dat sonografie. De punten verwezen naar een rooster van zes horizontale en zes verticale regels, waarin Barbier klanken plaatste. De punten gaven de positie aan van elke klank in het rooster: Je moest het aantal punten in de eerste kolom tellen om de juiste verticale regel te vinden, daarna in de tweede kolom om de juiste horizontale regel te vinden. Het was veel gemakkelijker deze vormen te onderscheiden dan grote reliëfletters. Met dit systeem kon men niet alleen lezen maar ook schrijven. Barbier had een erg handige apparatuur voor het schrijven ontwikkeld.
Het gereedschap was eenvoudig: het bestond uit een liniaal die over de hele lengte zeven ondiepe gleuven had. Om te “schrijven” moest je het papier op de liniaal leggen. Op het papier was een klem aangebracht die langs het liniaal schoof. In deze glijdende klem zaten venstertjes, waardoor de schrijver de punten nauwkeurig en precies op hun plaats op het papier kon zetten, met behulp van de gleuven van de liniaal. Punten en strepen werden gemaakt met een smal, puntig instrument dat een brede ronde hendel had: een stift. Je moest die alleen naar beneden duwen en de punten in het zware papier prikken, zodat je bobbels op de achterkant vormde. De schrijver bewoog van rechts naar links over het papier, zodat men aan de achterzijde van links naar rechts kon lezen.
Nadelen van Barbier systeem: om te beginnen kon je er niet mee spellen. Het was enkel gemaakt om woorden als een geheel van klanken voor te stellen. Je kon er geen leestekens mee vormen want daar was geen puntencombinatie voor uitgewerkt. Je kon er geen accenten mee op de woorden zetten of er cijfers mee schrijven om te rekenen. Er waren zoveel punten om één enkel woord voor te stellen. Elk symbool kon wel zes punten hebben, en een enkele lettergreep van een woord kon bestaan uit wel twintig punten. Dat was te veel om met één vinger te voelen en te veel om te onthouden. Gelijklopend met het brailleschrift worden nog andere systemen ontwikkeld. Die van Gall, Lucas en
Moon zijn enkele voorbeelden. Het zijn voornamelijk varianten op het reliëfschrift, gebaseerd op het principe van
Valentin Haüy.

De Fransman Louis Braille werd op 4 januari 1809 geboren in Coupevray. Louis was niet altijd blind geweest, hij kon tot zijn drie jaar zien. Op een zekere dag had Louis een stuk leer en een mes genomen en imiteerde de bewegingen van zijn vader (zadelmaker van beroep). Maar het mes is uit zijn hand geschoten en zo in zijn oog terecht gekomen. Het oog was ernstig beschadigd en ondanks medische hulp kon men niet verhinderen dat er een infectie optrad. Later infecteerde ook het andere oog waardoor Louis volledig blind werd.
Toen hij tien jaar was, ging hij naar het “institut des jeunes aveugles” te Parijs om onderwezen te worden. Waar hij later ook leerkracht werd. Hij leerde daar Valentine Haüy’s methode wat heel traag ging. Later leerde hij ook Barbier’s methode, waar hij zijn eigen brailleschrift op baseerde. Hij werkte van zijn veertiende tot zestiende jaar aan zijn brailleschrift. Louis had een zwakke gezondheid. Vanaf 1835 kreeg hij zijn eerste tuberculoseaanvallen die op 6 januari 1852 zijn dood zouden worden.
Tijdens het Internationale Congres voor de Verbetering van het Lot van Blinden en Doofstommen in 1878 in Parijs, werden de verschillende schrijfmethodes met elkaar vergeleken. Na een lange discussie werd besloten het braillesysteem wereldwijd als de enige methode te aanvaarden. Alleen in de Verenigde Staten laat de aanvaarding nog tot 1917 op zich wachten.
Later heeft Louis Braille ook de fundamenten van het braillemuziekschrift gebouwd en publiceerde in 1829 een bundel met de methode om woorden te schrijven, wat muziek en enkele liedjes op basis van braillemuziekschrift voor blinden en gecomponeerd door blinden.