Geschiedenis van het brailleschrift

Bron: Nele Decroock
Gelieve deze bronvermelding op te nemen indien u een stuk hiervan wenst te  gebruiken.

1. EERSTE METHODE: VALENTIN HAÜY
2. TWEEDE METHODE: KAPITEIN BARBIER
3. DERDE METHODE: LOUIS BRAILLE
***

1. EERSTE METHODE: VALENTIN  HAÜY

Zie ook: Valentin  Haüy, de eerste blindenleraar: Antoon Vermeulen, onbekend.
Hij had een drukmethode ontworpen waarbij men zwaar papier drukte tegen een  speciale, brede, loden gietvorm om letters in reliëf te maken, dat zijn letters  die boven de oppervlakte van het papier uitstaken en die men zo met de vingers  kan voelen.  De boeken waren groot en onhandig.  Elke bladzijde werd  gemaakt door twee stukken papier aan elkaar te kleven zodat de reliëfletters op  elke zijde van het papier kwamen te staan.  Hij was ook de stichter van de  eerste blindenschool.  Het grote nadeel ervan was dat het lezen heel traag  verliep omdat men elke letter helemaal moest betasten met de vingertoppen en die  onthouden terwijl je met de volgende letter bezig was.  Uiteindelijk moest  je alle opeenvolgende letters onthouden tot het hele woord gelezen was.   Maar meestal was je dan de eerste letters al vergeten.
Valentin Haüy
Terug naar boven

2. TWEEDE METHODE: KAPITEIN  BARBIER

Hij gebruikte geen afzonderlijke letters om woorden te spellen maar drukte hele  klanken uit door middel van groepen punten en strepen.  Hij noemde dat  sonografie.  De punten verwezen naar een rooster van zes horizontale en zes  verticale regels, waarin Barbier klanken plaatste.  De punten gaven de  positie aan van elke klank in het rooster: Je moest het aantal punten in de  eerste kolom tellen om de juiste verticale regel te vinden, daarna in de tweede  kolom om de juiste horizontale regel te vinden.  Het was veel gemakkelijker  deze vormen te onderscheiden dan grote reliëfletters.  Met dit systeem kon  men niet alleen lezen maar ook schrijven.  Barbier had een erg handige  apparatuur voor het schrijven ontwikkeld.
Het gereedschap was eenvoudig: het bestond uit een liniaal die over de hele  lengte zeven ondiepe gleuven had.  Om te “schrijven” moest je het papier op  de liniaal leggen.  Op het papier was een klem aangebracht die langs het  liniaal schoof.  In deze glijdende klem zaten venstertjes, waardoor de  schrijver de punten nauwkeurig en precies op hun plaats op het papier kon  zetten, met behulp van de gleuven van de liniaal.  Punten en strepen werden  gemaakt met een smal, puntig instrument dat een brede ronde hendel had: een  stift.  Je moest die alleen naar beneden duwen en de punten in het zware  papier prikken, zodat je bobbels op de achterkant vormde.  De schrijver  bewoog van rechts naar links over het papier, zodat men aan de achterzijde van  links naar rechts kon lezen.
Nadelen van Barbier systeem: om te beginnen kon je er niet mee spellen.   Het was enkel gemaakt om woorden als een geheel van klanken voor te stellen.   Je kon er geen leestekens mee vormen want daar was geen puntencombinatie voor  uitgewerkt.  Je kon er geen accenten mee op de woorden zetten of er cijfers  mee schrijven om te rekenen.  Er waren zoveel punten om één enkel woord  voor te stellen.  Elk symbool kon wel zes punten hebben, en een enkele  lettergreep van een woord kon bestaan uit wel twintig punten.  Dat was te  veel om met één vinger te voelen en te veel om te onthouden.  Gelijklopend  met het brailleschrift worden nog andere systemen ontwikkeld.  Die van Gall,  Lucas en Moon zijn enkele voorbeelden.  Het zijn voornamelijk varianten op  het reliëfschrift, gebaseerd op het principe van Valentin Haüy.
Sonografie (Kapitein Barbier)

3. DERDE METHODE: LOUIS BRAILLE

De Fransman Louis Braille werd op 4 januari 1809 geboren in Coupevray.   Louis was niet altijd blind geweest, hij kon tot zijn drie jaar zien.  Op  een zekere dag had Louis een stuk leer en een mes genomen en imiteerde de  bewegingen van zijn vader (zadelmaker van beroep).  Maar het mes is uit  zijn hand geschoten en zo in zijn oog terecht gekomen.  Het oog was ernstig  beschadigd en ondanks medische hulp kon men niet verhinderen dat er een infectie  optrad.  Later infecteerde ook het andere oog waardoor Louis volledig blind  werd.
Toen hij tien jaar was, ging hij naar het “institut des jeunes aveugles” te  Parijs om onderwezen te worden.  Waar hij later ook leerkracht werd.   Hij leerde daar Valentine Haüy’s methode wat heel traag ging.  Later leerde  hij ook Barbier’s methode, waar hij zijn eigen brailleschrift op baseerde.   Hij werkte van zijn veertiende tot zestiende jaar aan zijn brailleschrift.   Louis had een zwakke gezondheid.  Vanaf 1835 kreeg hij zijn eerste  tuberculoseaanvallen die op 6 januari 1852 zijn dood zouden worden.
Tijdens het Internationale Congres voor de Verbetering van het Lot van Blinden  en Doofstommen in 1878 in Parijs, werden de verschillende schrijfmethodes met  elkaar vergeleken.  Na een lange discussie werd besloten het braillesysteem  wereldwijd als de enige methode te aanvaarden.  Alleen in de Verenigde  Staten laat de aanvaarding nog tot 1917 op zich wachten.
Later heeft Louis Braille ook de fundamenten van het braillemuziekschrift gebouwd en publiceerde in 1829 een bundel met de methode om woorden te schrijven, wat muziek en enkele liedjes op basis van braillemuziekschrift voor blinden en gecomponeerd door blinden.
Louis Braille

Laatst bijgewerkt op 24 juni 2011 – 12:15