Hulp » Braille » Brailleschrift

Het brailleschrift

Bron: Nele Decroock
Gelieve deze bronvermelding op te nemen indien u een stuk hiervan wenst te  gebruiken.

1. OPBOUW BRAILLESCHRIFT
2. VOOR- EN NADELEN VAN BRAILLE
2.1 Nadelen
2.1.1 Omvangrijkheid
2.1.2 Slijtage
2.1.3 Trage leessnelheid
2.1.4 Duur
2.2 Voordelen
3. LOGISCHE OPSTELLING IN GROEPEN
3.1 Groep 1
3.2 Groep 2
3.3 Groep 3
3.4 Groep 4
3.5 Groep 5
3.6 Groep 6
3.7 Groep 7
4. ACHT PUNTJES
5. OVERZICHT ALFABET
6. TWEEDEGRAADSBRAILLE
6.1 Graad nul (Nkg0)
6.2 Graad één (Nkg1)
6.3 Graad twee (Nkg2)
6.4 Graad drie (Nkg3)
***

1. OPBOUW BRAILLESCHRIFT

Het brailleschrift is opgebouwd uit brailletekens.  Die brailletekens, die  elk gevormd worden door zes punten, in twee kolommen van drie, worden  braillecellen genoemd en kunnen door het gevoelige gedeelte van de vinger worden  aangevoeld.  Je kunt gemakkelijk een rechthoekje tekenen door alle punten.   Elk punt kan benoemd worden met een cijfer.  Hierbij is cel 1 de cel links  boven, cel 2 de cel links midden, cel 3 de cel links onder, cel 4 de cel rechts  boven, cel 5 de cel rechts midden en cel 6 de cel rechts onder.  Elke  letter of teken bestaat uit één of meerdere van deze zes punten.  Door dit  systeem van zes punten kunnen 26 = 64 tekens gevormd worden, de spatie  meegerekend.  Die punten steken uit het papier zodat ze door het gevoelige  gedeelte van de vinger worden aangevoeld.  Het brailleschrift is leesbaar  met de vingertoppen.
6 braillepuntjes
Terug naar boven

2. VOOR- EN NADELEN VAN BRAILLE

2.1 Nadelen

2.1.1 Omvangrijkheid

Het brailleteken neemt meer plaats in dan een normaal karakter in zwartdruk en  er kunnen bijgevolg minder tekens op een blad.  Concreet kunnen er in  zwartdruk gemiddeld 70 tekens per regel en 35 regels per blad gedrukt worden,  zodat er ongeveer 2450 tekens op een A4-formaat kunnen staan.
In braille ligt dat aantal een héél stuk lager.  Er kunnen gemiddeld 30  tekens per regel en 29 regels per blad met als gevolg dat er maar 840 tekens per  blad gedrukt kunnen worden.  Indien we dit met elkaar vergelijken komen we  tot de constatatie dat dezelfde hoeveelheid tekst in zwartdruk de plaats inneemt  van ongeveer drie braillepagina’s.  Daarbij moet men rekening houden dat  braille in reliëf is en dus ook voor een grotere ophoping zorgt.  De boeken  zijn door al deze omstandigheden dus ook veel dikker.

2.1.2 Slijtage

Door veelvuldig gebruik van de braillepagina’s is er een verlies in hardheid  zodat de herkenbaarheid van de tekens stelselmatig vermindert (door de wrijving  van vingers en zweet).  Maar dit hangt ook af van productiesysteem tot  productiesysteem.  Bij een brailleschrijfmachine zullen de punten sneller  wegslijten dan bij een brailledrukker.  123456 puntjes

2.1.3 Trage leessnelheid

Een gemiddelde ziende lezer leest 250 à 300 woorden per minuut terwijl een  braillelezer amper 150 woorden “leest” per minuut.  Maar dit nadeel levert  niet echt een gevaar op voor de populariteit van het brailleschrift omdat geen  enkel blindenschrift vlot leesbaar kan zijn.  De leestekens moeten nog  altijd aangevoeld worden.

2.1.4 Duur

Het te bedrukken materiaal en de druk wijze is duur.

2.2 Voordelen

Brailleschrift is zeer goed aangepast aan het gevoel van de blinden en bezit ook  een logische en systematische opstelling waardoor het snel en gemakkelijk  aangeleerd kan worden voor ziende en niet ziende mensen.  Een ander groot  voordeel is dat er een universele aanvaarding is van alle blinden- en  wereldorganisaties.  Zodat dit schrift universeel is en voor alle blinden  verstaanbaar is.

3. LOGISCHE OPSTELLING IN  GROEPEN

3.1 Groep 1

Het alfabet in braille is opgebouwd uit groepen van 10 cellen, die veel met  elkaar gemeen hebben.  Groep 1 stelt de basis van het braillestelsel voor,  alle andere groepen zijn afgeleid van groep 1, waardoor ze terecht de  moederregels genoemd wordt.  Groep 1 stelt de 10 eerste letters uit het  alfabet voor (a tot en met j) en de cijfers.  De letters en cijfers worden  uit elkaar gehouden door het cijferteken.  Deze groep wordt gevormd door de  bovenste 4 punten; 1, 2, 4 en 5. We moeten hierbij wel opmerken dat alle  brailletekens onderkast letters zijn.
Groep 1

3.2 Groep 2

Wordt gevormd door groep 1 met toevoeging van punt 3. De brailletekens van k tot  en met t.
Groep 2

3.3 Groep 3

Groep 3 bestaat uit groep 1 en de punten 3 en 6, de brailletekens u tot en met  z, plus enkele speciale tekens.  De letter “w” staat niet in deze groep,  omdat men in het Frans geen “w” heeft.
Groep 3

3.4 Groep 4

Groep 4 bestaat uit groep 1 maar nu is alleen punt 6 toegevoegd dus niet punt 3.
Groep 4

3.5 Groep 5

Groep 5 is gelijk aan groep 1 maar deze 10 tekens zijn een stapje lager in een  braillecel geplaatst dus punt 1 en punt 4 worden niet gebruikt.
Groep 5

3.6 Groep 6

Groep 6 bestaat uit 10 tekens opgebouwd uit combinaties van punten 3, 4, 5 en 6.
Groep 6

3.7 Groep 7

Groep 7 bestaat uit 3 tekens die uit punt 3 en/of punt 6 gevormd zijn.
Groep 7

4. ACHT PUNTJES

Naast het zespuntensysteem is er nog een tweede systeem beschikbaar, namelijk  het achtpuntensysteem.  Bij dit achtpuntensysteem komen onder de cellen 3  en 6 nog twee cellen namelijk cel 7 (onder cel 3) en cel 8 (onder cel 6).   Dit achtpuntensysteem is ontwikkeld voor de computer.  Hierbij hoeven geen  speciale tekens gebruikt te worden zoals een hoofdletterteken, cijferteken, enz.   Dit schrift wordt op de brailleleesregel gebruikt, het apparaat zet de tekst op  de monitor om in braille.  Omdat sommige tekens in braille veel ruimte  innemen is het achtpuntensysteem ontwikkeld.  Het zorgt ervoor dat een  braillezin korter wordt, bijvoorbeeld bij een hoofdletter a, Groep 3 Groep 4  Groep 5 Groep 6 Groep 7 die normaal in braille 2 cellen beslaat (namelijk bij  cel 1 punten 4 en 6 en bij cel 2 punt 1), bestaat nu slecht uit 1 teken,  (namelijk cel 1 en cel 7).  Met deze punten zijn 28 = 256 combinaties  mogelijk.  Puntje 7 en punt 8 worden gebruikt: Positie van de cursor,  aanduiding geselecteerde tekst in tekstverwerker, aanduiding van focus in menu,  aanduiding actieve knop, aanduiding aankruisvakje, aanduiding keuzerondje, om  aan te geven of het een hoofdletter, kleine letter of cijfer is, maar hiervoor  is geen standaard ontwikkeld.

5. OVERZICHT ALFABET

Braillealfabet (1)
Braillealfabet (2)

6. TWEEDEGRAADSBRAILLE

Er bestaat 1ste graadsbraille, 2de graadsbraille en 3de graadsbraille.   1ste graadsbraille is heel makkelijk omdat er voor elke letter een apart teken  is in braille.  Dan is er ook nog 2de graadsbraille.  Daar maak je  gebruik van afkortingen, bij 3de graadsbraille zijn er nog meer afkortingen.   Een commissie van het Nationaal Comité van het Belgisch Blindenwezen en iemand  van het CO (oorspronkelijk van de Vereniging het Nederlandse Blindenwezen)  hebben een kortschriftsysteem ontworpen voor het Nederlandse taalgebied  (Nederland en Vlaanderen).  Het systeem omvat 3 ‘graden’ van verkorting:
1. een zeer beperkt stelsel, (graad 1, Nkg1)
2. een eenvoudig stelsel, (graad 2, Nkg2)
3. een uitgebreid stelsel, (graad 3, Nkg3)
Het basisbrailleschrift wordt ook wel graad 0 genoemd (Nkg0).  Nkg0 is het  makkelijkste en Nkg3 het moeilijkst.  Nkg0 is dus het gewone brailleschrift  zonder kortschrifttekens.  Het braillekortschrift wordt tegenwoordig bijna  niet meer gebruikt.  Het wordt alleen nog gebruikt door oude mensen die het  vroeger hebben geleerd.  Het wordt namelijk niet meer aangeleerd bij het  leren van braille.  Dit komt omdat veel brailleleerlingen op de computer  werken, en je daar geen tekens samen kan trekken tot één teken.  Sommige  mensen ontwikkelen daarom gewoon hun eigen kortschrift.  Hieronder volgt  een beschrijving per graad.

6.1 Graad nul (Nkg0)

Dit is dus het gewone brailleschrift.  Dit is dus zonder kortschrifttekens.   Deze graad wordt tegenwoordig aan de brailleleerlingen onderwezen.  Dit  komt omdat er met een computer geen samentrekkingen gemaakt kunnen worden.
Voor de combinatie -sch-punten 1, 5 en 6 u-accent circonflexe
Voor de combinatie -ch-punten 1, 4, 5 en 6 o-accent circonflexe
Voor de combinatie -oe-punten 2, 4 en 6 o-trema
Voor de combinatie -ij-punten 1, 3, 4, 5 en 6 ypsilon

6.2 Graad één (Nkg1)

In de loop der jaren zijn in Nederland en Vlaanderen vier ‘kortschrifttekens’  ingeburgerd geraakt.  Deze combinaties worden dus samengetrokken in één  teken.  Verder is het brailleschrift normaal.  Deze graad werd vroeger  veel gebruikt in brailleboeken.  Het spaarde namelijk papier.

6.3 Graad twee (Nkg2)

De verkortingsgraad 2 omvat Graad 1 (en dus Graad 0) met alle daarbij horende  regels.  Er worden 47 woordverkortingen toegevoegd.  Er zijn ook nog  vier woorden die met twee tekens worden weergegeven.
Voor het woord “hebben” 2 keer punten 1 en 2 bb
Voor het woord “hadden” 2 keer punten 1, 4 en 5 dd
Voor het woord “zullen” 2 keer punten 1, 2 en 3 ll
Voor het woord “kunnen” 2 keer punten 1, 3, 4 en 5 nn
Er komen ook twee kortschrifttekens bij.
Voor de combinatie -ee-punten 1, 2 en 6 e-accent circonflexe
Voor de combinatie -ie-punten 1, 4 en 6 i-accent circonflexe

6.4 Graad drie (Nkg3)

De verkortingsgraad 3 omvat graad 2 (en dus graad 1 en 0) met alle daarbij  behorende regels.  Aan graad 2 worden 75 woordverkortingen toegevoegd.
Voor het woord “al” punt 1 a
Voor het woord “bij” punten 1 en 2 b
Voor het woord “om” punten 1 en 4 c
Voor het woord “men” punten 1 en 5 e
Voor het woord “of” punten 1, 2 en 4 f
Voor het woord “geen” punten 1, 2, 4 en 5 g
Voor het woord “het” punten 1, 2 en 5 h
Voor het woord “je” punten 2, 4 en 5 j
Voor het woord “ook” punten 1 en 3 k
Voor het woord “als” punten 1, 2 en 3 l
Voor het woord “me” punten 1, 3 en 4 m
Voor het woord “niet” punten 1, 3, 4 en 5 n
Voor het woord “zo” punten 1, 3 en 5 o
Voor het woord “op” punten 1, 2, 3 en 4 p
Voor het woord “te” punten 1, 2, 3, 4 en 5 q
Voor het woord “voor” punten 1, 2, 3 en 5 r
Voor het woord “is” punten 2, 3 en 4 s
Voor het woord “met” punten 2, 3, 4 en 5 t
Voor het woord “van” punten 1, 2, 3 en 6 v
Voor het woord “maar” punten 1, 3, 4 en 6 x
Voor het woord “zijn” punten 1, 3, 4, 5 en 6 y
Voor het woord “ze” punten 1, 3, 5 en 6 z
Voor het woord “ge” punten 1, 2, 3, 4 en 6 c-cedille
Voor het woord “der” punten 1, 2, 3, 4, 5 en 6 e-accent aigu
Voor het woord “dan” punten 1, 2, 3, 5 en 6 a-accent grave
Voor het woord “de” punten 2, 3, 4 en 6 e-accent grave
Voor het woord “steeds” punten 2, 3, 4, 5 en 6 u-accent grave
Voor het woord “daar” punten 1 en 6 a-accent circonflexe
Voor het woord “heeft” punten 1, 2 en 6 e-accent circonflexe
Voor het woord “die” punten 1, 4 en 6 i-accent circonflexe
Voor het woord “door” punten 1, 4, 5 en 6 o-accent circonflexe
Voor het woord “een” punten 1, 5 en 6 u-accent circonflexe
Voor het woord “en” punten 1, 2, 4 en 6 e-trema
Voor het woord “er” punten 1, 2, 4, 5 en 6 i-trema
Voor het woord “ten” punten 1, 2, 5 en 6 u-trema, breukstreep
Voor het woord “toen” punten 2, 4 en 6 o-trema
Voor het woord “we” punten 2, 4, 5 en 6 w
Voor het woord “in” punten 3 en 5 sterretje, herhalingsteken
Voor het woord “wel” punten 3 en 4 schuine streep in tekst
Voor het woord “ver” punten 3, 4 en 5 a-trema, versregelteken
Voor het woord “onder” punten 3, 4, 6 paragraafteken
Voor het woord “hier” punten 3, 4, 5 en 6 cijferteken

Laatst bijgewerkt op 24 juni 2011 – 12:20