Schoolverloop & Stage in Cachan

1. Schoolverloop

1. KLEUTER- EN LAGER ONDERWIJS IN DE GEMEENTELIJKE BASISSCHOOL TE BEERSE
2.  MIDDELBAAR ONDERWIJS IN HET IMMACULATA INSTITUUT TE OOSTMALLE
3.  HOGER ONDERWIJS AAN DE KATHOLIEKE HOGESCHOOL KEMPEN TE TURNHOUT
4. HOGER ONDERWIJS (UNIVERSITAIR NIVEAU) AAN DE LESSIUS HOGESCHOOL TE ANTWERPEN
5. MEDISCHE TERMINOLOGIE AAN DE KATHOLIEKE HOGESCHOOL KEMPEN TE TURNHOUT
***

2. Mijn buitenlandse stage in Cachan

1. INLEIDING
2. STAGE BUITENLAND
3. AANDACHTSPUNTEN I.V.M.  MIJN HANDICAP
4. ERVARINGEN OP HET STAGEBEDRIJF
5. GASTGEZIN
6. ALGEMENE ERVARINGEN / CULTUURVERSCHILLEN
7. CONCLUSIES
8. FOTOALBUM CACHAN
***

1. Schoolverloop

1. KLEUTER- EN LAGER ONDERWIJS IN DE GEMEENTELIJKE BASISSCHOOL TE BEERSE

In de tijd dat ik naar het kleuterklasje zou gaan, was er net een pilootproject gestart de
Gemeentelijke Basisschool Schransdries in Beerse nl. om andersvalide kinderen te integreren in de maatschappij.  Mijn ouders zagen dat wel zitten en dus ben ik tot en met het 6de leerjaar steeds naar hetzelfde schooltje gegaan, wat mij zeer beviel.  Ik had veel vrienden en vriendinnen en was een middelmatige leerling.
Ik heb geen GON- of andere begeleiding gekregen en mijn boeken en toetsen werden niet vergroot, wat ik later wel als een gemis ervaren heb omdat ik toch een stuk trager was dan de andere leerlingen.  Maar mijn omgeving en ik wisten nu éénmaal niet dat het bestond …
Ik herinner mij ook nog de lessen “schoonschrift”.  De leraar schreef dan op het bord een stuk tekst dat je zo mooi mogelijk moest overschrijven; maar omdat ik het bord bijna niet zag, leverde dat veel problemen op.  Totdat de leraar besloot om alles vooraf reeds in mijn eigen boekje te schrijven, zodat ik het alsnog kon overschrijven.
Breien, naaien, tekenen en knutselen, daar bakte ik dan weer helemaal niks van.  Van een bepaalde lerares kreeg ik op een bepaald moment een vergrotingsloep waarmee ik dan toch al een beetje kon tekenen maar de andere dingen zijn mij eigenlijk nooit goed gelukt.  Lichamelijke Opvoeding en zwemmen waren moeilijk voor me, vooral omdat de lerares niet echt begreep dat ik visueel andersvalide was en dus moest ik alle dingen zoals bijvoorbeeld ook evenwichtsoefeningen op een balk meedoen, of ik mocht niet zwemmen aan de kant van het zwembad, en dat viel toch wel serieus tegen.  Maar al bij al heb ik daar een mooie schooltijd achter de rug.
Terug naar boven

2.  MIDDELBAAR ONDERWIJS IN HET IMMACULATA INSTITUUT TE OOSTMALLE

In het 6de leerjaar werden testen afgenomen door het toenmalige PMS.  Daaruit bleek dat ik best een technische- of beroepsrichting kon studeren.  Een moderne- of latijnrichting kon ik best niet kiezen omdat ik “te traag was”.  Tja … ik had had geen enkel hulpmiddel en dus had ik inderdaad erg traag mijn testen afgemaakt …  Ik wist zeker dat ik gewoon onderwijs wou doen en besloot om Handel te gaan studeren aan het Immaculata Instituut te Oostmalle.  Ik wilde later iets met talen doen en dus lag mijn keuze toen al vast: Ik zou Secretariaat-Talen gaan studeren.
Mijn eerste 2 jaar middelbaar onderwijs verliepen goed, maar het kostte me heel wat moeite.  Van sommige vakken was ik er maar met de hakken over de sloot door (Aardrijkskunde, Biologie, Wiskunde).  Ik had moeite met alle kleine cijfertjes en lettertjes en mijn beperking begon me meer en meer parten te spelen.  Op het einde van het 2de middelbaar waren mijn schoolresultaten zo onrustwekkend dat er in overleg met het PMS besloten werd dat ik best voor hulpmiddelen kon gaan zien en dat ik beslist GON-begeleiding nodig had.  Mijn integratie verliep ook niet zo heel vlot.  Ik werd vaak gepest omdat ik dichter bij het bord moest zitten, omdat ik letterlijk met mijn neus in de boeken zat, omdat ik mensen letterlijk niet zag staan of voor iemand anders voorhield enz.  Mij verweren deed ik niet echt want ik was te verlegen en durfde niet veel.
Vanaf het 3de middelbaar Handel-Talen kreeg ik danGON-begeleiding (Geïntegreerd ONderwijs) vanuit het Koninklijk Instituut Woluwe (een blindeninstituut), wat een echte opluchting voor me betekende.  Ik behaalde betere resultaten en werd ook zelfzekerder.  De gesprekken tussen mijn GON-begeleidster deden me goed en ik was erg blij met o.a. de speciale Aardrijkskundekaarten, de grotere Biologietekeningen en de groter uitgetypte cursus Wiskunde.  Verder kwam het secretariaat op het lumineuze idee om mijn cursussen in A3-formaat om te zetten, wat een heel intensieve taak was maar het hielp me veel vooruit.  Ik leerde in dat jaar ook nog stoklopen en braille, ik kreeg verschillende brillen, een kijkertje enz.  Het was een erg druk jaar maar de positieve resultaten waren er dan ook.
In het 5de en 6de middelbaar koos ik de richting Secretariaat-Talen wat volgt op Handel-Talen.  De integratie verliep toen al een stuk vlotter dan in het begin van mijn middelbaar en ik had echt zin om naar school te gaan.  In het 6de middelbaar heb ik 1 week stage gelopen aan de receptie en telefonie van het Stadhuis van Turnhout.  Die stage paste in het kader van de Geïntegreerde Proef (GIP).  Dat was een fijne stage maar ik vond van mezelf, en dat vonden anderen ook, dat ik toch nog niet volwassen genoeg was om te gaan werken.
Na mijn 6de middelbaar wilde ik aanvankelijk verder studeren maar het PMS zag dit minder zitten, en mijn ouders stonden er ook niet echt voor te springen.  Ik had toch goed mijn best gedaan tijdens mijn stage waarom zou ik niet kunnen beginnen werken?   Gelukkig kreeg ik het toch nog klaar dat ik nog een jaartje verder mocht studeren aan het Immaculata Instituut.  Ik besloot om 7 TSO KMO-Administratie te proberen.  Dat was wel een zwaar maar plezant jaar: 10u Boekhouden per week (terwijl ik voor het laatst in het 4de middelbaar Boekhouden gehad had!) en een mini-onderneming, 6u Informatica per week (joepie!!!) en voor de rest nog veel talen en wat Godsdienst (en gelukkig geen Wiskunde en wetenschappelijke vakken meer!).
We hadden ook 1 dag verplichte stage per week (vrijdag) en die heb ik in het GielsBos te Gierle gedaan.  Dat is een instelling waar ongeveer 255 mensen met een (zware) verstandelijke handicap verblijven.  Ik deed werk op verschillende afdelingen: Het directiesecretariaat, de personeelsdienst, de administratiedienst, de telefonie en later ook de ATB-dienst (die werd toen net opgericht!).  Die stage was heel leerrijk en plezant, maar ook toen voelde ik me nog wat jong om te gaan werken.  Qua integratie had ik toen een schitterend jaar: Mijn buurmeisje zat ook bij me in de klas en we waren in het totaal maar met 6 studenten!  En mijn leerkrachten waren echt de max!
Terug naar boven

3.  HOGER ONDERWIJS AAN DE KATHOLIEKE HOGESCHOOL KEMPEN TE TURNHOUT

Werkkriebels had ik op het einde van mijn 7de middelbaar nog niet echt maar ik had wel de kriebeltjes voor het studeren te pakken!  Wonder boven wonder mocht ik, na een interventie van mijn ergotherapeute uit het Revalidatiecentrum voor Slechtzienden te Leuven, toch verder studeren!  Ik was reeds bij de eerste infodag van de Katholieke Hogeschool Kempen (KHK) te Turnhout aanwezig en de richting A1 Secretariaat-Talen  trok meteen mijn aandacht.  Ik besloot de stap te aan te gaan en dus  startte ik in 1997 aan mijn eerste jaar.  Ik had ondertussen een laptop en  vergrotingssoftware aangevraagd en goedgekeurd gekregen van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
De school bezat een grote monitor waar ik mijn laptop op kon aansluiten.  Ik zat vooraan in de klas en dus stond de monitor op een “karretje” van de diaprojector.  Zo kon ik dat ook gemakkelijk verplaatsen. GON-begeleiding had ik toen helaas niet meer omdat de toenmalige directeur vanuit Woluwe had besloten om geen begeleiding van hogeschoolstudenten te doen.  Maar ondertussen is er wel begeleiding voor hogeschoolstudenten en neemt het aantal zelfs elk jaar toe.  In Turnhout had ik ook geen enkele andere begeleiding.  Toch trok ik goed mijn plan: Ik had enkele goede vrienden die me goed verder hielpen, mijn docenten waren ook fantastisch behulpzaam en ik had ook een heerlijke directeur waar ik altijd terecht kon wanneer een probleem zich voordeed. Ik koos in het 2de jaar de optie Zakelijk Vertalen en Tolken Nederlands/Engels/Frans/Duits; echt een studie die mij lag.  In mijn laatste jaar moesten we een verplichte stage van 12 weken afleggen en dat mocht ook in het buitenland.  Ik koos ervoor om … naar Cachan (Frankrijk) te trekken!!!   Meer info hierover vind je hieronder.
Terug naar boven

4. HOGER ONDERWIJS (UNIVERSITAIR NIVEAU) AAN DE LESSIUS HOGESCHOOL TE ANTWERPEN

Al in mijn laatste jaar trof ik veel voorbereidingen want … ik droomde van een universitair diploma.  Ik wilde echt vertaalster worden en met een diploma “Zakelijk Vertalen en Tolken” is dat de dag van vandaag niet zo gemakkelijk.  Ik ontdekte tijdens mijn voorbereidingen dat ik weer GON-begeleiding kon krijgen (omdat ik aan een hogeschool zou verder studeren) en dat ik ook recht had op pedagogische begeleiding.  Er werden reeds contacten gelegd voor het omzetten van mijn boeken in grootdruk want met A3-formaat zou het nog moeilijk haalbaar zijn ;-) .
In september 2000 begon ik dan met een bang hartje aan een nieuwe uitdaging: Vertaler/Tolk Nederlands/Duits/Frans aan de Lessius Hogeschool te Antwerpen.  Maar het is allemaal heel goed meegevallen en iedereen deed hard zijn best om mij welkom te doen voelen: Profs, medestudenten, GON- en pedagogische begeleiders, kotgenoten (ja, ik zat op kot in Antwerpen), enz.
Toch verliep niet alles vlekkeloos en besloot ik om eind september 2001 (1ste lic.) te stoppen met de school.
Ik was in juni 2001 geslaagd in 1ste zit met erg mooie punten.  Maar ik had er zo ontzettend veel moeite voor moeten doen en mijn energie was op het einde van het academiejaar helemaal op.  Mijn boeken werden omgezet in grootdruk, maar enkele boeken bleven maar weg, zo ook 2 van mijn belangrijkste grammaticavakken.  Nu moet u weten dat grammaticaboeken de hoeksteen zijn voor elk ander taalvak.  Ik kon mij er moeilijk bij neerleggen dat mijn boeken pas “de laatste moment” of pas in de grote vakantie of later zouden komen en werd er ziek van.
Ondertussen waren ook mijn ogen achteruitgegaan en kon ik alleen nog met zeer veel moeite mijn grootdrukboeken lezen; dat ging enorm traag en eigenlijk veel te traag voor mijn studies.  Eigenlijk moest ik omschakelen naar braille, maar dat ging ook al helemaal niet vooruit want dat had ik nog maar net terug opgerakeld.  Ik ben van half maart tot half mei dan niet meer naar school geweest, zodat ik de andere boeken – die ik wel had – kon instuderen voor mijn examens, ik had er anders geen tijd voor.  Als ik van school kwam, was ik kapot en kon ik niks meer doen.  ‘t Was ‘t één of ‘t ander, en ik heb dus gekozen om niet meer naar school te gaan en de rest dan wel te leren.  Uiteindelijk heb ik gehaald, maar met een diepe zucht: Ik was op, totaal op: Geestelijk en lichamelijk.  Naar braille omschakelen wilde ik niet en dus vond ik het beter om werk te gaan zoeken: Ik wilde gaan werken, vervolgens alleen gaan wonen enz.
Voilà, dat waren dus de belangrijkste redenen waarom ik gestopt ben met de school.  Het is en blijft natuurlijk een spijtige zaak dat ik mijn studies heb stopgezet maar de drang om te blijven leren is er wel gebleven en wie weet ga ik toch ooit nog eens in de boeken kruipen :-) .
Terug naar boven

5. MEDISCHE TERMINOLOGIE AAN DE KATHOLIEKE HOGESCHOOL KEMPEN TE TURNHOUT

En inderdaad, ik eindigde de vorige paragraaf al met de melding dat ik mogelijk toch nog eens een studie zou gaan aanvatten.  De daad is meteen bij het woord gevoegd, en dit vanaf november 2011!  Ik studeer nl. vanaf 17/11/2011 het vak “Medische Terminologie” aan de KHK Turnhout.

Hoewel ik altijd vrij graag talen heb gestudeerd, vond ik het toch wel een zakelijke/commerciële wereld, en eigenlijk ben ik eerder een gevoelig/zacht en sociaal persoon.  Van kinds af aan keek ik vroeger altijd al naar medische programma’s, en natuurlijk zit ik door mijn handicap en vrijwilligerswerk wel wat in het medische/sociale wereldje, wat me zeer interesseert.

Aanvankelijk heb ik geïnformeerd om de ganse opleiding “Medical Management Assistant” te volgen waarin ook het vak “Medische Terminologie” wordt gedoceerd, maar de hele vakbundel bleek toch net iets te grafisch/visueel/moeilijk.  Daarom zou ik graag de vakken willen volgen die me het meeste interesseren en praktisch haalbaar zijn natuurlijk.  Ik doe dit louter voor het plezier en heb gezien mijn heel drukke agenda niet direct de intentie om hiermee beroepsmatig iets aan te vangen.  Niettemin kan ik hier enorm veel van bijleren en deze kennis gebruiken voor mijn dagelijks leven én mijn vrijwilligerswerk.

Ik zit in een toffe klas met 6 andere medestudentes.  We helpen elkaar zo goed mogelijk en hebben ook geregeld via mail contact.  En met de docente klikt het ook prima!  Het is voor ons beiden soms nog wat uitzoeken welk systeem het beste werkt, maar tot nu toe lukt het steeds om deze uitdagingen aan te gaan en tot een goed einde te komen!

In de klas gebruik ik een laptop die ik in bruikleen heb gekregen van de school.  Hierop heb ik een screenreader geïnstalleerd (NVDA) en als spraak gebruik ik RealSpeak.  Ik heb 1 oortje in tijdens de les zodat ik nog perfect de docente kan volgen.  Alle cursussen heb ik digitaal dus dat is wel handig!  En mijn huisartsen hebben me ook een heleboel digitale medische verslagen doorgemaild die dan voor de hele klas als cursusmateriaal gebruikt worden dus helemaal super!!!

En natuurlijk gaat mijn kanjer Olly ook mee naar de les!  Ik laat mijn dametje gewoon los (zonder leiband/tuig) in het klaslokaal en ze ligt dan in een mand met kussen en knuffels, met voor haar een lekker gevulde drinkbak.  Ze blijft lekker op haar plek liggen al zit ik wel eens verderop in het lokaal.  Echt een fantastische hond!  De mand blijft op school liggen op het secretariaat, dus die moet dan nog wel elke week naar het juiste lokaal gebracht worden, maar mijn medestudenten vinden dat gelukkig niet al te erg evenals het begeleiden bij de uitlaatronde onder de pauze.

Ik word op school trouwens echt in de watten gelegd, en ook het keukenteam doet mee!  Ik heb nl. een fantastisch presentje gekregen: een gepersonaliseerde drinkbak voor Olly met daarop een sticker met haar naam op.  Echt superleuk hé?!  Hopelijk ga ik dit jaar slagen zodat ik volgend jaar “Medische Wetenschappen” en misschien nog één of twee vakken kan gaan volgen!  Duimen maar!!!

***

2. Mijn buitenlandse stage in Cachan

1. INLEIDING
2. STAGE BUITENLAND
3. AANDACHTSPUNTEN I.V.M.  MIJN HANDICAP
4. ERVARINGEN OP HET STAGEBEDRIJF
5. GASTGEZIN
6. ALGEMENE ERVARINGEN / CULTUURVERSCHILLEN
7. CONCLUSIES

8. FOTOALBUM CACHAN

***

1. INLEIDING

Stagebedrijf: École Normale Supérieure
Afdeling: Formation Continue et Développement
Stad + Land: Cachan, Frankrijk
Datum stage: 17/01/2000 tot 07/04/2000 (ik had al wel een weekje eerder gedaan  daar de paasvakantie daar eerder begon d.w.z. dat het einde van mijn stage op  31/03/2000 viel)
In mijn laatste jaar Secretariaats-Vertaler/Tolk, moesten we een verplichte stage van 12 weken afleggen en dat mocht ook in het buitenland.  Ik koos ervoor om … naar Cachan (Frankrijk) te trekken!!!
Mijn stageplaats was l’École Normale Supérieure de Cachan (ENS).  Ik werkte op de dienst “Formation Continue et Relations extérieures”.  Mijn takenpakket bestond vooral uit vertalingen maken, brieven opstellen, budgetbeheer van geplaatste advertenties berekenen,  enz.  Ik had een fantastische tijd waar ik enorm veel geleerd heb op werkgebied maar ook op persoonlijk vlak, en ik kijk dan ook met heimwee terug naar die periode.
Het was echter ook in die periode dat mijn zicht serieus verslechterde.  Het was een heel gedoe toen ik terug in België kwam want ik kon de meeste van mijn cursussen, die ik al in A3-formaat bezat, niet meer lezen.  Tijd dus voor onderhandelingen met mijn docenten en de directeur …  Gelukkig bestond voor alles een oplossing en heb ik mijn examens kunnen afleggen zonder veel problemen.  Ik had wel een ander examenrooster dan de andere studenten en dat leverde soms wel wat commentaar op maar de meeste mensen begrepen me gelukkig wel.

2. STAGE BUITENLAND

1. Wat waren je belangrijkste motieven om je stage in het buitenland te doen?

Ten tijde van mijn stageaanvraag was ik zwaar slechtziend en wist ik dat het  moeilijk zou worden om een job te vinden.  Een buitenlandse stage zou dus  een extra troef zijn!  Ook wist ik al op voorhand dat ik nog zou verder  studeren na mijn laatste jaar Turnhout en wilde ik zeker nog extra talenkennis  opdoen.

2. Waarom dat land?

Goh, moeilijk te zeggen …  Ik vond Frans wel een mooie taal en dat  linkte ik dus direct aan Frankrijk:-).  Ik was van plan om dus nog verder te  studeren en dan de richting Vertaler/Tolk (universitair niveau).  Ik was al  van 1 taal zeker (Duits) en wilde zien of Frans me ook zou bevallen.

3. Wat biedt volgens jou een buitenlandse stage meer dan een stage in België?

De andere cultuur en taal zijn al zeker dingen die je niet tegenkomt in een  alledaagse stage in België.  Je kan dan eens echt je taalcapaciteiten  uittesten en eens laten zien wat je waard bent.

4. Wat waren je verwachtingen?

Ik had eigenlijk helemaal geen verwachtingen gemaakt.  Zo was het ook  gemakkelijker om te vertrekken en lag er ook helemaal geen druk op mezelf.   Ik wilde gewoon die stage goed doen en proberen te bewijzen dat ik, als toen nog  zwaar slechtziende, mijn plan kon trekken in een onbekende omgeving en land.

3. AANDACHTSPUNTEN  I.V.M. MIJN HANDICAP

1. Hoe stond je omgeving tegenover je keuze om naar het buitenland te  trekken?

Zowel mijn docenten, medeleerlingen en mijn ouders stonden daar  zeer positief tegenover.  Ook de contactpersoon uit Frankrijk, mijn  stageplaats en mijn gastgezin maakten geen problemen van mijn handicap.   Zelf zag ik het gelukkig ook helemaal zitten, anders had ik de keuze natuurlijk  zelf nooit gemaakt.

2. Heb je op voorbereidingen getroffen en zoja, welke dan?

Aan mijn buitenlandse stage ging inderdaad heel wat vooraf: Ik ging op voorhand mijn stageplaats bezoeken samen met mijn vader en mijn docente Marketing.   We maakten er een leuk dagje van want we zijn ook nog even mijn gastgezin gaan  bezoeken, we hebben een flinke wandeling gemaakt en natuurlijk zijn we ook her  en der nog voor een natje en een droogje gestopt!

3. Heb je tijdens je stage bepaalde hulpmiddelen gebruikt?

Toen ik op die novemberdag mijn stagebedrijf ging bezoeken, maakte ik kennis  met de directeur van de school.  Hij vroeg me welke hulpmiddelen ik kon  gebruiken.  Dit bleek nogal moeilijk in te schatten te zijn, omdat ik niet  precies wist welke taken ik zou krijgen en in welk kantoor men mij zou plaatsen.   Ik heb het dan heel algemeen gehouden, en een groot monitorscherm en een  handloep gevraagd wat ik dan ook kreeg op mijn stageplaats.

4. Cachan is een totaal vreemde omgeving.  Heb je op voorhand iets  ondernomen?

Ik heb samen met mijn mobiliteitsinstructrice uit Leuven het stratenplan  rond mijn stageplaats en mijn gastgezin bestudeerd, zodat ik ongeveer wist hoe  ik vanuit mijn pleeggezin naar het werk kon en omgekeerd.  Zij had voor mij  ook het stratenplan vergroot, en nadien ook vereenvoudigd, omdat het een te  ingewikkeld plan was.  Ik was wel blij dat ik op voorhand al in grote  lijnen kennis had van de omgeving, zodat ik niet echt “totaal in het onbekende”  terechtkwam.

4. ERVARINGEN OP HET  STAGEBEDRIJF

1. Wat waren je voornaamste taken tijdens je stage?

Vertalingen maken (meestal van het Frans naar het Engels en Duits),  databases aanmaken, brieven opstellen, seminarie helpen organiseren,  telefoneren, nieuwe softwareprogramma’s uittesten, publiciteitskosten berekenen,  klasseren, agendabeheer voor mijn stagementor, …

2. Was er genoeg (nuttig) werk voor jou?   Of voelde je je soms  overbodig?

Oh ja hoor, ik had echt veel nuttig werk te verrichten en ik voelde me  absoluut niet overbodig!

3. Maakte men tijd om je echt iets bij te leren of wilden ze je gewoon  ‘bezighouden’?

Ja, ik had een zalige stagementor en echt toffe collega’s, waarvan 1 collega  die ook nog op mijn dienst werkte.  Beiden gaven me uitstekende uitleg over  de werking en opdrachten van de dienst Formation Continue et Développement.   Als ik dan iets moest doen, legde men mij ook uit waarvoor het juist diende  zodat ik na een tijdje echt kon volgen waar men zoal mee bezig was.  Als ik  iets niet begreep, dan vond men dat totaal niet erg om nog eens uit te leggen of  om iets gedetailleerder uit te leggen.  Maar ik mocht altijd de dingen doen  of proberen die men mij voorstelde en daar ben ik erg blij om.

4. Werd je werk geapprecieerd?   Hoe maakte men dat duidelijk?

Ja, ik werd er echt geapprecieerd.  De grote baas riep mij eens bij hem  tijdens mijn stageperiode en zei zoiets à: “Kim, je bent een meisje met  levensvreugde en gemaakt uit goud, doe zo verder lieve meid.”  En dat vond  ik echt wel knap!  Ook mijn stagementor en collega’s zeiden regelmatig dat  ik iets goed gedaan had, of gaven me een schouderklopje enzo.

5. Kreeg je veel verantwoordelijkheid?

Ik vond van wel want één van mijn collega’s werkte maar deeltijds en werkte ook  nog voor andere diensten.  Mijn stagementor was regelmatig op zakenreis.   Dan kwam het vaak voor dat ik alleen gelaten werd en dus alleen mocht bellen,  afspraken maken voor mijn stagementor, enz.  Studenten kwamen dan ook al  eens voor ‘t één of ‘t ander raad vragen en dan mocht ik ook hen verder helpen.

6. Werd je beloond voor je werk?   Zoja, hoe?   (Cadeau,  maaltijdcheques, geld, …)

Yups.  In geld: Ik heb ongeveer de wedde van een maandloon gekregen na mijn stage.   En dan heb ik ook nog allerlei dingen in natura gekregen: een dagje Parijs met  mijn stagementor, een set glazen, badparels, chocolade, een T-shirt en nog een  paar dingetjes.  Oh ja, er werd o.a. voor mij ook een megafeest  georganiseerd de laatste week van mijn stage met allerlei lekkernijen enzo.

7. Moest je gewoon je uren doen of werd er van je verwacht dat je overuren /  thuiswerk deed?

Nee, ik moest enkel op mijn stagebedrijf werken en daarbuiten was ik vrij.   Het kwam sporadisch voor dat ik eens een uurtje langer werkte als dat nodig was

8. Heb je vaak interpretatieproblemen gehad omwille van de taal?   Heb je fouten  gemaakt omdat je de opdracht niet echt begrepen had?

Nee, ik was nogal een snelle verstaander; ik denk niet dat ik een taak  verkeerd heb vervuld of iets verkeerd begrepen had tijdens ‘t maken van die  taken, anders hadden mijn collega’s dat wel gemeld.

9. Heb je getelefoneerd in vreemde talen?   Welke?   Hoe verliep dit?

Ja, in het Engels en ook 1 keer in het Spaans en Engels (mama mia, ik had  nog maar een halfjaar Spaans gehad en ineens was daar zo’n Spanjaard aan de lijn  die geen enkele andere taal buiten enkele woordjes Engels verstond zeg!).   Dat telefoneren ging eigenlijk heel goed.  Buiten die keer dat ik die  Spanjaard aan de lijn had: Praten in ‘t Spaans en Engels en direct tolken in ‘t  Frans voor mijn collega’s die naast mij stonden.

10. Was men op het bedrijf onder de indruk van je talenkennis?

Ja, want Engelse telefoontjes werden direct naar mij doorgestuurd  ;-) .  En daar kende niemand een woord Duits en dus moest ik ook wel eens iets vertalen  van het Frans naar het Duits.  Ze vonden het knap dat wij als Belgen ons  eigenlijk altijd zo gemakkelijk aanpassen en zo snel een taal bijleren.   Daar was het precies al een wonder als je Engels kon, laat staan dat je dan nog  enkele talen beheerste!

11. Hoe verliep het contact onder collega’s en tov de baas?   Hadden ze  ook contact buiten het werk?

ZALIG!  Maar we hadden wel geen contacten buiten het werk.  Dat  kwam ook vooral omdat mijn collega’s, stagementor en grote baas pas tegen de  middag begonnen te werken en pas rond 20u ‘s avonds gedaan hadden.  Ik had  echt goede collega’s en heb met 1 van hen nog contact.  Mijn stagementor is  verhuisd naar het buitenland en ik heb van haar geen gegevens meer kunnen  bemachtigen.

12. Verliep het contact onderling formeel of eerder familiair?   Hoe  begroette men elkaar (en jou) bijvoorbeeld ‘s morgens?

Alles was wel familiair onder de collega’s en het begroeten was gewoon à la:  Bonjour Kim enzo.  Maar mijn stagementor had eigenlijk van de grote baas de  opdracht gekregen om mij te zeggen dat ik geen jeansbroeken mocht dragen, en dat  men daar wel liefst rokjes prefereerde (tja …).  Ik moest dus steeds met  “geklede” kleren naar daar gaan.  Ik denk dat men bij veel bedrijven hier  in België daarrond toch wat soepelder is.  Maar wij hadden dan gewoonlijk  wel “vrijdag, vrije dag” – althans qua klerendracht toch.  Want dan was de  grote baas er niet en konden we ons dus eens lekker laten gaan en een jeansbroek  met een trui of hemd ofzo dragen.

13. Werd er tijd gemaakt voor een babbel of fixeerde men zich enkel op het  werk?

Vooral veel gewerkt en af en toe interessante en langdurige gesprekken  gehad.  De meeste gesprekken vonden echter plaats tijdens de pauze(s).

14. Was het bedrijf goed ingelicht i.v.m. je studierichting en de bedoeling  van je stage?

Mja, ze wisten dat ik talen deed maar niet precies welke talen en hoe dat  juist ineenzat (ik bedoel daarmee welk niveau die studies zijn).  De  bedoeling van de stage wisten ze wel, vermoed ik.  Ik heb toch heel veel  dingen mogen doen waarvoor ik studeerde, en dat vond ik belangrijk.

15. Heb je veel taken gekregen die echt met je opleiding te maken hadden?    Welke?

Ja, vertalingen maken (websites, brieven, folders, brochures) van het Frans  naar het Engels en Duits.  Heel af en toe ook iets van het Engels naar het  Frans.  Van en naar het Nederlands heb ik niet kunnen vertalen omdat die  taal daar echt niet gebruikelijk is of gebruikt wordt.  Men had me wel  verschillende keren gevraagd of ik ook geen Spaanse en Portugese vertalingen kon  want daar was blijkbaar echt nood aan!

16. Was het bedrijf goed uitgerust qua informatica?

Ja hoor.  Veel interessante en recente software, en ook leuke hardware  b.v. scanners enz.  Ik heb die mensen daar echt leren werken met die  software want van Informatica hadden ze daar nog niet veel kaas gegeten.

17. Welke talen beheerste men op het bedrijf?   Welke werden courant  gebruikt?

Frans (uiteraard), Engels werd ook dagelijks gebruikt.  Verder af en  toe ook nog Spaans en Portugees.

18. Wat waren je werkuren?

Van 9 tot 17u; ik was wel vaak al eerder aanwezig omdat ik de bus nam en  zeker niet te laat wilde komen.

19. Kan je enkele korte anekdotes vertellen die aantonen dat het  bedrijfsleven er heel anders aan toe ging dan in België?   Misverstanden?    Grappige situaties?

We hadden pauze van 12.30 tot 14.00u, maar vanaf 12u was het bij hen al  middag en pas rond 14:30u schoot men terug in actie:-).  Maar ik moet wel  zeggen dat er dan heel hard doorgewerkt werd wanneer en geen pauze was.
Wat ik ook wel vreemd vond, is het feit dat veel mensen daar pas beginnen werken  tegen de middag en ‘s avonds laat pas stoppen.  Dat komt omdat vele mensen  rond Parijs wonen en ze anders veel te lang in de file staan.  En het  openbaar vervoer is ‘s morgens ook zo’n druk gedoe dat veel mensen de fut niet  hebben om dan om 9u ‘s morgens al op kantoor te zijn.
Collega’s kochten vaak onder de pauze of voor de middag als ze nog niet op werk  waren, lekkernijen voor elkaar zodat we ‘s middags of onder de pauze heerlijk  konden snoepen.  Dat was daar eigenlijk de gewoonte en dat vond ik wel leuk – het versterkt de sfeer onder de collega’s.
Oh ja, ik herinner me nog iets, hihi.  Ik gebruikte eigenlijk regelmatig “nonante”  en “septante”, maar in Frankrijk kende men dat natuurlijk niet.  Ik heb  enkele van m’n collega’s dat aangeleerd en ze vonden het wel schattig:-).

5. GASTGEZIN

1. Waaruit bestond je gastgezin?

Die bestond uit de vader Georges, de moeder Nadège en 4 kinderen: Emile (2  jaar), Matthieu (6 jaar), Dylan (6 jaar) en Jérémy (8 jaar).

2. Waar verbleef je?

Het ganse gezin woonde in een appartement en ik had 1 slaapkamer die volledig  voor mezelf was.  Dat was wel goed, want daar kon ik tot rust komen of voor  school iets afmaken.

3. Wat at je zoal?

Veeeeel rijst, bijna elke dag tagliatelli, en veel groentjes!  Mijn gezin  was dan ook Creools en maakten slechts sporadisch aardappelgerechten klaar.

6. ALGEMENE  ERVARINGEN / CULTUURVERSCHILLEN

1. Waarin vooral verschilt de cultuur van het land van je stage met de Belgische  manier van leven?

Ik vond in mijn omgeving toch heel wat onpersoonlijkheid terug maar dat kwam  misschien echt door de omgeving hoor.  De meeste mensen die daar namelijk  woonden, waren buitenlanders en spraken nauwelijks Frans.  Erg hulpvaardig  op straat waren ze niet (hier in België dan toch ietskes meer), maar in het  openbaar vervoer was men dan weer heel hulpvaardig!  Ik moet zeggen dat ik  de echte Franse cultuur misschien niet helemaal heb kunnen ontdekken, daar ik in  een Creools gezin vertoefde en enkel met de echte Franse mentaliteit te maken  kreeg op mijn werk.

2. Is de bevolking ‘gastvrij’ te noemen?   Gastvrijer dan in België?    Hoe merk je dit?

Toch wel tamelijk gastvrij, geloof ik.  Mijn stagementor heeft mij de  laatste werkweek mee naar haar huis genomen (onder haar werkuren!!!), dat was wel  leuk.  En mijn Creools gastgezin was uitermate gastvrij en behulpzaam!

3. Hoe staan de inwoners tegenover België?   Waarvan kennen ze ons landje?

Mm, ik heb het daar wel eens met mijn stagementor over gehad.  Ik heb toen  een landkaart bovengehaald en haar uitgelegd waar ik woon enzo.  Maar ze  kende dus België wel omdat ze eens met een Hollander een relatie had en ze dan  eens naar de Ardennen op verlof geweest waren.  Ze vonden dat toen een  aangename vakantie en waren verrast dat men daar ook Frans begreep:-).

4. Hoe staan ze tegenover andere nationaliteiten?   Zijn er b.v.   volkeren die ze niet kunnen luchten (b.v. Fransen <-> Duitsers) of waarvoor  ze juist heel veel sympathie hebben?

Niet echt problemen mee gehad eigenlijk.  Ik bedoel daarmee dat men op mijn  stagebedrijf veel allochtonen tewerkgesteld had en ook buitenlanders volgden  daar les.  Ze hadden daar met niemand problemen.  Mijn gastgezin zelf  bestond uit Creoolse mensen en die hebben ook met niemand problemen gemeld.

5. Vindt men hard werken en carrière maken belangrijk in het land van je stage?    Of verkiezen ze genieten van het leven boven hard werken?

Ik denk dat zoiets nogal persoonlijk is.  En mijn stagementor combineerde  beiden!

6. Kan je de inwoners in enkele kernwoorden omschrijven?   Enkele typische  karaktertrekjes?

Zoals ik reeds zei, waren 80 % van de inwoners allochtonen en zat ik in een  Creools gastgezin, dus is het moeilijk om een karakter van de echte Fransen te  omschrijven.  Oh ja, op werkgebied dan: Men neemt het niet zo nauw met de  tijd en met pauzes.  Kom je daar 25 minuten te laat aan, dan nog zal daar  geen haan over kraaien.  En genoeg pauze nemen vinden ze daar ook  belangrijk.  Maar daartussen wordt wel degelijk gewerkt en er zijn tijdens  de echte werkuren dus maar weinig “praatpauzes”!

7. Wat vond je van de gastronomie?   Andere eet- en drinkgewoonten?

In mijn gastgezin was alles Creools: veel rijst en kruiden (maar ik heb bijna  dagelijks pasta gegeten).  Van andere Franse eetgewoonten heb ik niet veel  gemerkt.  Oh ja, een tas koffie is daar blijkbaar maar een zeeeeeeer klein  tasje:-).

8. Kan je het uitgaansleven vergelijken met het Belgische?   Zoniet, waarin  verschilt het dan?

‘k Weet niet, ik had geen tijd om uit te gaan en heb het dus ook niet gedaan.   Ik kende daar trouwens niemand en mijn gastgezin kwam ook weinig buiten (enkel  om boodschappen te doen).

9. Wat heeft het land meer te bieden dan België?   Extra troeven?

Ik weet niet of Frankrijk echt iets meer te bieden heeft dan België.  Voor  mij persoonlijk ging ik daar graag naartoe om mijzelf dus eens te bewijzen op  allerlei gebieden.

10. Op welk gebied staan ze nog achter of al voor op België?

Niet echt iets van gemerkt.  Oh ja, op het openbaar vervoer: In de bus riep  men de haltes om (dat was eigenlijk geprogrammeerd maar klopte meestal tot op  enkele seconden na).  Zo wist ik ook waar ik was want ik zie geen  halteaanduidingen.  Dat mogen ze hier in België ook wel eens doen!

11. Was het een duur land?   Hebben de prijzen je koopgedrag beïnvloed?

Toch wel tamelijk duur; iets van een 60 BEF (1,5 EUR) voor een Fanta vond ik toen toch  veel geld.  En 120 BEF voor een smoske vind ik ook wel behoorlijk veel  geld.  Maar ik heb er dus niet zo heel veel gekocht – mijn gastgezin ging  meestal winkelen:-).

12. Spraken de inwoners veel vreemde talen?   Of vonden ze dit niet nodig?

Nee, ze vonden het niet echt nodig; maar ja, de meeste inwoners waren dus  buitenlanders en spraken dus Turks, Marokkaans of nog een andere vreemde taal ;-) .

13. Waren ze trots op hun land?   Hoe merk je dat?

Ik weet niet of ze trots waren.  Ik vond het namelijk nogal vuil in mijn  omgeving: overal afval en duiven- en/of hondenpoep.  Ik zou denken dat, als  je een echte trotse inwoner was van je land, dat je dan wel alles opruimt, maar  blijkbaar is dat zo’n rare mentaliteit daarrond.

14. Heb je last van heimwee gehad?   Zoja, wanneer?

De laatste 2 weken heb ik inderdaad veel heimwee gehad.  Toen wilde ik echt  terug naar België komen en daar in mijn bedje slapen:-).

15. Wat miste je vooral?

Gewoon … mijn ouders, de hond, mijn bed en ook een beetje het Belgische  eten (ik at echt bijna dagelijks droge pasta en dat werd ik toch wel serieus beu  op ‘t einde).  Ik had trouwens mijn ouders de laatste keer dat ze  langskwamen, gevraagd om een zak snoep en vooral chocolade voor me mee te  brengen omdat mijn gastgezin geen geld had om dat te kopen en ik dat echt  mistte.

16. Wat miste je vooral NIET?

Ik heb niet bepaald iets niet gemist.

17. Waar heb je gelogeerd?   (Kot, appartement, gastgezin)?

In een Creools gastgezin met 4 kleine kinderen waarvan 2 er constant vertoefden.   Zij woonden op de 2de verdieping van een oud appartementsgebouw.

18. Woonde je alleen?

Nee, ik had wel een slaapkamer voor mij alleen.

19. Wat vond je van je woonst?   Voor- en nadelen?

Tsja, het was een nogal eenvoudig gezin die weinig comfort hadden in het  appartement dat ze huurden.  Maar dat vond ik niet zo erg – dat heb ik snel  leren appreciëren.  Ze konden oprecht met iets blij zijn, nog gemeend  lachen, ze durfden iets gratis weg geven ook al hadden ze het niet breed, en ze  konden voor een kleine attentie welgemeend “merci” zeggen.  Ze waren altijd  oprecht en vriendelijk en zorgden voor mij als hun kind.

20. Kan je enkele anekdotes of misverstanden vertellen die je niet had kunnen  voorzien owv het cultuurverschil of de taal?

Ik kan mij iets voorstellen i.v.m. een bepaald recept dat de vrouw des huizes  ging maken, en mij uitleg gaf van wat er in ging komen.  Ik wist echter  niet om wat het ging en zei dus dat het wel lekker zou zijn.  Maar nu had  ze er allerlei dingen in gedaan die ik ECHT niet lust en ik vond het dan wel een  beetje vervelend dat ik dat verkeerd begrepen had (hihi).

7. CONCLUSIES

1. Zou je opnieuw voor een buitenlandse stage kiezen?   Waarom wel / niet?

Ja hoor, ik zou zelfs in het tweede naar ‘t buitenland zijn gegaan als dat kon.   Maar dan niet naar Finland ofzo, wel naar Duitsland.

2. Zou je opnieuw voor hetzelfde land kiezen?   Waarom wel / niet?

Nee, allez, ik zou 2 keer naar ‘t buitenland willen gaan: 1 keer naar Frankrijk  en dan nog een stage in Duitsland.  Gewoon omdat ik Duits een ZALIGE taal  vind!

3. Wat zijn de voornaamste dingen die je hebt bijgeleerd?   (Qua taal, maar  ook op persoonlijk vlak)

* Op taalgebied:
Veel technische woordenschat die mij later (nu dus) van pas is  gekomen.
* Op persoonlijk vlak:
- In mijn gastgezin was er niet veel luxe en at ik bijna dagelijks hetzelfde.   Als je daar zit, word je daar wel eens wat weemoedig van maar al bij al besef je  later dat je toch wel iets mooi geleerd hebt nl. om blij te zijn met het  weinige dat je hebt!
- Op mijn stageplaats heb ik echt supergesprekken gehad met mijn stagementor,  die naast Managementstudies ook Afrikaanse politicologie, Literatuur en  Psychologie gestudeerd had (had dus 4 universitaire diploma’s!!!).  Ze  leerde me dat iedereen wel iets heeft dat je kan appreciëren, en dat je dat ook  moet laten merken.  Voorbeeld: Als iemand van je collega’s je een plezier  gunt, ook al is het maar iets heel kleins, dan mag je daar best trots om zijn en  dat laten merken b.v. met een schouderklopje of een vriendelijk dank-je-wel.   Ik deed dat al wel eens, maar blijkbaar nog niet vaak genoeg.  En als  mensen iets doen dat niet goed is, dan mag je daar niet zo’n drama rond maken en  gewoon zeggen wat ze dan wel goed gedaan hebben.  Dat zijn zo van die  dingen waaraan ik nog vaak terugdenk: Ik ben zoooo blij dat ze mij dat geleerd  heeft!

4. Vind je dat men een buitenlandse stage zou moeten verplichten?   Waarom  wel / niet?

Verplichten zou ik niet doen – iedereen moet maar de keuze krijgen of hij/zij  naar het buitenland wil.  Er zijn mensen die later meer echt een kantoorjob  willen uitvoeren en daarvoor denken hun talen toch niet of minder nodig te  hebben.  Die zullen zeker niet zo gemotiveerd zijn om naar het buitenland  te trekken.  In dat opzicht is een universitaire talenstudie toch anders,  omdat daar iedereen naar het buitenland wil en dat ook doet (meer dan de helft van de 13 studenten Vertaler/Tolk Duits/Frans  trokken naar het buitenland)!
Ik zou zelf een buitenlandse stage zeker aanbevelen maar het mag geen  verplichting worden.  Dan zijn er volgens mij ook mensen die er met dikke  tegenzin naartoe reizen en da’s al zeker geen mooi vertrekpunt om een stage te  beginnen.

5. Vond je 3 maanden te kort, voldoende of te lang?

Juist lang genoeg.

6. Voor diegenen die al werken: heb je bij sollicitaties voordelen gehaald uit  het feit dat je je stage in het buitenland gedaan hebt?   M.a.w., vindt men  het een extra troef?

Oh ja, zeker weten.  Toevallig ligt de hoofdzetel van mijn bedrijf in  Frankrijk en komt er dus heel wat correspondentie langs die kant naar mij toe.

7. Voordelen van een buitenlandse stage?

- Vreemde taal echt leren in de praktijk
- Verschillende culturen ontdekken
- Betere troeven om later werk te zoeken

8. Nadelen?

Lang van huis weg zijn, smile!  Maar ook nog: Voor mijn eindwerk had ik  enkel heel af en toe contact met mijn eindwerkbegeleidster in België.  Het  grootste deel heb ik dus zelf moeten oplossen en pas op het einde van mijn stage  kreeg ik voldoende info en correcties mee om mijn eindwerk af te werken.   Maar ik vond dat die tijd tussen het uiteindelijk aanpassen van mijn eindwerk en  de indiendatum van het eindwerk veel te kort was (maar 1 week ofzo).  Toen  moest ik ineens tijdens de laatste stageweek nog alles rapraprap in orde maken,  terwijl ik daarvoor bijna niks gehoord had.  Mensen die in België hun stage  doen, kunnen regelmatiger de stage- en eindwerkbegeleider contacteren en er  eventueel naartoe gaan of omgekeerd.  Ook denk ik nog dat, als je een  probleem hebt met je stagebedrijf, logement enz., de contacten met  docenten/begeleiders sowieso moeilijker zijn dan met mensen die hier in ‘t land  hun stage verrichten.

8. FOTOALBUM CACHAN

Zie daarvoor naar de aparte fotopagina van Cachan.

Laatst bijgewerkt op 4 januari 2012 – 07:32