Ik ben altijd zwaar slechtziend geweest, maar door mijn oogziekte (onderontwikkeling van vaatvlies & oogzenuwen), verbeterde mijn zicht wel een heel klein beetje tot ik een jaar of 12 was. Ik voelde me best een gewoon kind, ging naar een gewone school en had eigenlijk geen aanpassingen of hulpmiddelen. Wisten mijn ouders veel dat er hulpmiddelen bestonden zoals loepen, GON-begeleiding, enz.
Wat ik mij herinner, is dat ik sommige dingen wel moeilijk vond op school, zoals naaien, turnen, zwemmen, tekenen, biologie enz. Maar ik was een erg verlegen kind, had ook niet echt erg veel vriendinnetjes, en durfde dus niet of niet altijd zeggen dat ik iets niet kon of durfde, of gewoonweg niet kon volgen.
Een keer had de oogarts in Antwerpen die ik toen elk jaar bezocht, wel eens een briefje geschreven voor alle leerkrachten omdat ik dus wel degelijk vooraan in het midden moest plaatsnemen. Als ik vooraan links of rechts zat, kon ik nl. echt niet volgen en het bord niet aflezen.
Ik herinner me nl. dat ik eens in het 4de leerjaar geloof ik, in het begin van het schooljaar rechts vooraan geparkeerd werd door de leerkracht. En ik heb het wel dagenlang verzwegen dat ik daar niets kon zien van het bord! Juist, zo’n stil meisje was ik vroeger.
Wat schoolvriendjes betreft, zat dat wel vrij snor toen. Niet dat ik massa’s vrienden rondom mij had, maar er waren toch wel kinderen met wie ik veel optrok. Mijn hobby’s vroeger waren gegarandeerd knikkeren, touwtjespringen (het liefst met 2 touwen), en met een rek spelen vond ik ook de max!
Ik heb nog leren fietsen, jawel! Ik kon het wel maar durfde het enkel als iemand voor me reed en ik zo het achterste wiel kon volgen. Alleen durfde ik dat echt niet! Later, toen ik net naar het 5de leerjaar ging, kon een klasvriendin uit een straat verderop, met me meerijden met de fiets naar school, en hoefde ik er niet meer met de schoolbus naartoe!
Verder kwam ik niet vaak op straat, enkel om naar mijn tante 4 huizen verderop te gaan die op mijn zus en mij babysitte terwijl mijn ouders gingen werken. Ik moest daarvoor een niet al te drukke zijstraat oversteken en dat ging best goed. Ik wandelde dan altijd via de zand- of grasondergrond van voortuinen naar mijn tante. Vond het wel erg spannend en ik was blij dat ik telkens zonder kleerscheuren aankwam bij mijn tante! Soms hielp één van m’n ouders wel eens effe maar ook zeker niet altijd!
Wat ik mij ook nog herinner uit die tijd, was dat ik heel erg staarde naar de grond. Ik liep daardoor echt niet mooi recht, daar ik bang was ergens over te struikelen of in te vallen. Ik maakte gelukkig nooit iets ernstig mee maar was toch steeds op mijn hoede! Eigenlijk liep ik dus al vanaf het begin met een slechte rug, iets wat pas zou verbeteren toen ik m’n geleidehond heb gekregen (op m’n 27ste). Die slechte rug in combinatie met een lang/kort been heeft de dokters trouwens nog zorgen gebaard in mijn lageschooltijdperk want ik ben er een aantal keer voor naar het ziekenhuis geweest maar uiteindelijk is er nooit iets aan gedaan behalve dat ik jarenlang met steunzolen heb gelopen.
Ik heb in m’n puberteit best veel meegemaakt. Eerst en vooral ben ik veel slechter gaan zien door glaucoom (vastgesteld toen ik 15 jaar was), werd ik “vaste cliënt” bij het Revalidatiecentrum voor Slechtzienden te Leuven, kreeg ik te maken met heel veel hulpmiddelen, aanpassingen enz.
Op eigen initiatief leerde ik ook in 1 jaar braille op mijn 13de, al moet gezegd worden dat ik dat “al ziende” leerde aangezien ik toen nog net genoeg kon zien om de puntcombinaties te kunnen onderscheiden:). Later heb ik het braille nooit meer opgerakeld, totdat ik het dus wel “moest” gaan gebruiken.
Het is alom bekend dat de apenjaren moeilijke tijden kunnen zijn, ook voor mij! ‘k Had vaak torenhoge conflicten met mijn ouders over de meest onnozele dingen rond mijn handicap maar ook over dingen waarvan ik nu nog steeds denk dat ik er gelijk over heb:). Feit is dat dit een erg belangrijke maar ook woelige periode in mijn leven is geweest!
Ik liep school in een gewone middelbare school met name het Immaculata Instituut te Oostmalle. Aangepaste hulp had of beter gezegd kende ik niet, en het contact met mijn klasgenoten verliep niet echt vlot. Ik had weinig echt goede vrienden, want niet veel pubers konden overweg met mijn handicap en ‘t feit dat ik moeilijk kon zeggen wat ik wel en niet kon. Veel hing immers ook af van de lichtomstandigheden, van ‘t feit of ik al dan niet een vermoeiende dag had enz. Als gevolg werd ik gepest en kreeg ik van vele medeleerlingen snijdende opmerkingen te verwerken. Ik was zodanig verlegen dat ik hier nooit op inging, maar pijn deed het zeker wel! Gelukkig had ik 2 echt goede vriendinnen die gedurende al die jaren bij mij in de klas hebben gezeten, en bij wie ik steeds terecht kon. 1 van mijn vriendinnen die steevast de slimste uit de klas was, zat altijd naast mij waardoor ze me ook kon helpen noteren als ik iets niet of niet goed van ‘t bord kon aflezen of ergens niet kon volgen b.v. als we iets moesten tekenen oid.
Aan het einde van het tweede middelbaar, ging het wel mis: Ik werd toch wel behoorlijk geplaagd en mijn schoolresultaten bleken niet echt supergoed te zijn. Mijn handicap speelde me zeker ook erg parten! Bepaalde vakken gingen erg slecht zoals Dactylografie, Wiskunde, Biologie, Economie enz. Het toenmalige PMS-team werd gecontacteerd door de school, en op hun beurt werden mijn ouders er bij betrokken. Besloten werd om GON-begeleiding te voorzien aangezien ik er recht op had en het me wellicht kon helpen. En gelukkig heeft me dat ook echt vooruit geholpen, al had ik het er psychisch in het begin wel erg moeilijk mee; het is ook niet niets: van “doodgewone” schoolganger naar echt slechtziende leerlinge.
Ook rond die periode trok ik vaak naar het Revalidatiecentrum voor Slechtzienden alwaar ik verschillende brillen, een kijkertje, een handloep enz. voorgeschoteld kreeg op een relatief korte periode. Allemaal erg veel toen!
Ik ben tijdens mijn studies ook een paar keer naar de schoolvertrouwensarts geweest, omdat ik het zo moeilijk had omdat andere kinderen mij pestten; ik had toen vaak hoofdpijn, al vermoed ik dat ik toen al met glaucoom zat en slechter begon te zien; stress kan zoiets ook doen verergeren.
In het 4de middelbaar had mijn lerares Nederlands een volledig blinde jonge vrouw uitgenodigd in de klas om eens te vertellen over zichzelf, hulpmiddelen enz. Dit dus omdat ik niet echt goed aanvaard werd in de klasgroep. Het hielp even maar helaas niet lang en ik bleef mijn twee klasvriendinnen wel behouden, gelukkig maar.
In het 7de middelbaar kwam ik een leuke klas van maar 6 leerlingen terecht waaronder ook mijn buurmeisje. We werden allemaal al wat ouder, rijper ook, en pesten was iets dat voor velen toch ver achter ons lag. Ik heb er een heel tof jaar beleefd en ik ben blij dat ik dat jaar heb gevolgd; ik heb dat 7de jaar KMO-Administratie echt gezien als overbruggingsjaar tussen het middelbaar en het hoger onderwijs wat ik daarna zou volgen.
Wat leerkrachten betreft, was ik zeker met mijn poep in de boter gevallen in het Immaculata Instituut; ik kon erg goed met hen overweg – nog steeds heb ik met sommigen contact zelfs – en ik kon eigenlijk zelfs beter met hen praten dan met de meeste medeleerlingen. Op een keer heb ik eens een uur aan een stuk met de lerares Godsdienst staan kletsen wiens man volledig blind is, en daardoor had ik de les Chemie voor 3/4de gemist; ik heb toen een smoes moeten bovenhalen die ik mij helaas niet meer herinner, om nog in de klas te mogen, smile. Ook de lerares Nederlands die een blinde vriendin heeft (die toen is komen spreken in de klas), de lerares Esthetica/Frans die gedurende 1 jaar onze klastitularis is geweest en nog een paar andere leerkrachten, had ik enorm graag! Ook de directeur stond erg open voor mij. Kortom: Fijne omgeving! Godzijdank had ik dus 2 echte vriendinnen gedurende al die jaren want als ik die niet had, weet ik niet hoe ik al die jaren met dat pesten door was gekomen. Ik heb in het begin van het 4de middelbaar zelfs even gedacht om te stoppen en naar een aangepaste blindenschool in Woluwe te gaan; goed dat ik dat niet heb gedaan!
Toen ik 13 jaar was, leerde ik stoklopen bij Gerlinde van het Revalidatiecentrum voor Slechtzienden te Leuven. Een moeilijke maar ook leerrijke periode was aangebroken: leren me alleen te verplaatsen op straat alsook met het openbaar vervoer reizen en naar winkels trekken. Die dingen boezemden me enorm veel angst in, want het moet gezegd worden dat ik vroeger bij mijn ouders absoluut niet geleerd had om alleen weg te gaan en eigenlijk ook nauwelijks mee ging naar de winkel en reizen met het openbaar vervoer had ik helemaal nog nooit gedaan! Daardoor had ik een soort angst uitgebouwd en ik vond het persoonlijk heel erg om met een witte stok te “moeten” leren lopen. Ik wilde nl. niet aanvaarden dat ik het stoklopen echt nodig had … en eigenlijk kon ik zelfs toen al mijn handicap moeilijk verwerken, maar kon ik dat heel moeilijk uiten en bleef het binnenin broeien.
In samenspraak met mijn ouders, mijn oogartse en Gerlinde, werd dus besloten dat ik moest leren stoklopen, terwijl ik mij zelf innerlijk best nog een gewoon “ziend” meisje voelde. Eigenlijk wilde het dat ding helemaal niet, maar als kind ga je niet zo gauw in tegen je ouders, en ik leerde dus met de witte stok de beschermtechniek.
Het was een heftige tijd die best lang duurde; ik ging zo gemiddeld 1x/week en tijdens vakanties wat vaker gedurende 1,5 jaar naar Leuven. Ook daarna nog kreeg ik extra begeleiding en gesprekken.
Toen ik net met mijn stok had leren lopen, heb ik een vergissing gemaakt die ik nu nog steeds sporadisch moet aanhoren: Ik moest van m’n vader krabsla kopen en een bot voor de hond vragen. Ik stapte de winkel binnen, kreeg krabsla en toen ik een bot vroeg … tsja, bleek dus dat ik in de viswinkel naast de slagerij was binnengestapt en men mij niet verder kon helpen. Stom stom stom en wat schaamde ik mij zo diep!
Ik gebruikte de stok niet echt vaak, al moest ik het wel min of meer van vooral m’n vader, die me soms letterlijk volgde toen hij me expres wegstuurde naar een kruidenier een kilometertje verderop, en als ik naar het dorp moest gaan, deed ik bijna in m’n broek van angst! M’n vader moest me echt serieus overhalen en heel vaak had ik zelfs met m’n vader ruzie hieromtrent. Een keer heb ik het zelfs aangedurfd om hem ervan te verdenken dat hij het leuk vond dat ik een handicap had, omdat hij me altijd achterna ging en kwam bespioneren, of ik m’n stok wel gebruikte! Ook sprak hij er veel over met familie en vrienden, maar ook bij onbekenden en in winkels, waardoor ik dus als puber het idee had dat mijn vader het wel allemaal leuk vond om over mij te kletsen. Besefte ik toen veel, dat dit voor hem een soort verwerkingsproces was, nu ja, ik kon en wilde het toen in elk geval niet snappen!
De eerste jaren kwam mijn stok enkel uit mijn jaszak als ik ergens moest oversteken, om bijvoorbeeld naar school te trekken gebruikte ik ‘m ook sporadisch, en soms ook wel eens in de bus, maar echt altijd helemaal niet, en eigenlijk gebruikte ik ‘m liever niet dan wel!
Op een keer moest ik als “examen” alleen naar het Revalidatiecentrum voor Slechtzienden te Leuven trekken. Ik werd toen bijna aangereden toen ik een druk drierijbaansvak moest oversteken … Mijn ouders hadden op voorhand wel al een frituuruitbater gevraagd om mij over te helpen aangezien hij vlakbij de drukke straat woonde. Echter, toen ik bij die frituur aankwam, stond er niemand dus zou ik de klus zelf wel klaren, dacht ik zo!!! Wist ik toen veel dat mijn vader aan de overkant van de straat stond te wachten en mij alleen zag oversteken …
Woedend was mijn vader, en angstig natuurlijk ook, want er was bijna een ongeval gebeurd omdat ik een auto niet had zien en horen aankomen! Hij heeft toen zowat alle mensen van het Revalidatiecentrum opgebeld omdat hij zo verbolgen was over hetgeen ik had gedaan, héhé. Om een lang verhaal kort te maken: Ik heb het jaren later nog kunnen horen dat ik mijn stok had moeten gebruiken en die straat nooit alleen meer mag oversteken!
Ook heb ik heel lang een button met daarop “ik ben slechtziend” gedragen, eigenlijk op vraag van m’n ouders. Nu ja, ik voelde mij er een soort “icoon”, een soort “kermisattractie” mee, iedereen zag zo dat ik slechtziend was en tsja, ik vond het bijgevolg niet leuk.
Verder kochten m’n ouders voor mij een tweedehandstandem toen ik rond m’n 13de slechter en slechter kon fietsen en meer in de beek, tegen een paal of op ‘t midden van de straat vertoefde dan rechts op de straat of op het fietspad:). M’n zus reed met me mee naar de middelbare school toen ik in het 4de middelbaar zat en m’n zus dus naar het 1ste middelbaar ging. Leuke periode wel, al vond m’n zus het uiteraard niet zo leuk om ook in het begin van haar puberteit met mij mee te rijden; ze schaamde zich ook wel en het was niet aantrekkelijk voor de jongens uiteraard:). Zelf had ik het er ook best moeilijk mee, maar goed, ik besefte wel dat fietsen ook echt niet meer ging. De stok gebruikte ik niet echt heel veel in die periode en ook niet daarna, ondanks waarschuwingen van m’n vader. En echt buitenkomen buiten naar de school gaan, deed ik ook niet. Ik was dag in dag uit bezig met nog extra cursussen en geschreven notities over te tikken en ging dan pas studeren …
Ik ging nog wat verder studeren aan de heuse hogeschool, ik werd al wat volwassener en stilaan maar zeker moest ik ook wel meer m’n witte stok gebruiken. Mijn zicht ging nl. gestaag maar zeker achteruit en toen besefte ik wel dat ik dat ding boven moest halen:). Ik zat nog steeds wat in de knoop met een aantal zaken waarover dadelijk meer, en op zich was dit ook best een drukke periode!
Een hogeschool leek me al tijdens mijn middelbaar schooltijdperk het ultieme einde … Op een goeie dag in april 1997 bezocht ik met m’n ouders naar de opendeurdag van de Katholieke Hogeschool Kempen (KHK) te Turnhout en m’n besluit lag vast: Secretariaat-Talen met als optie Zakelijk Vertalen & Tolken moest het worden!
Even vooraf gebabbeld met de directeur; die vond het een uitdaging dat ik daar zou komen studeren, en hij zag me graag aankomen. Ook had hij mijn ouders erg graag wat hij tijdens een paar toespraken wel eens heel geheim kon laten verstaan, smile. Ik had in die tijd geen GON-begeleiding meer omdat men vanuit Woluwe in die periode nog geen GON op hogeschoolvlak mocht geven. Toch heb ik al die jaren goed m’n plan weten te trekken, en achteraf gezien is dit erg goed geweest voor mijn zelfstandigheid en het verbeteren van mijn organisatietalent, omdat ik zelf alles ook in de gaten moest houden en op eigen initiatief dingen moest regelen of moest melden.
Voor Economie probeerde de docent me andere statistieken te bezorgen, maar echt goed kon ik er nog niet aan uit. Ach, als ik de theorie er achter maar kon verstaan, was het goed! En zo kon ik op een mondeling examen Economie gezellig 5 kaartjes trekken alvorens eindelijk 1 vraag zonder statistieken te mogen oplossen:). Verder was mijn leerstof identiek als dat van mijn medestudenten.
Ik gebruikte verder een groot monitorscherm dat op een beweegbar diabakje stond, en ik had een laptop aangeschaft met daarop ZoomText (vergrotingssoftware). Ik zette het vaak op 2x of 4x; dat was al ruim voldoende gedurende de eerste 2 hogeschooljaren, en zo trok ik tokkelend met mijn laptop wel mijn plan. Sommige vakken deed ik gewoon zoals mijn medestudenten, maar meestal liet ik de cursussen dan wel vergroten. Ja, daarop moest ik net als in het middelbaar wel eens langer wachten, maar sporadisch kwam het wel voor, dat ik al eens de antwoordvertaling eerder in m’n handen kreeg gestopt dan mijn medeleerlingen en zo lekker al iets goed kon voorbereiden voor in de les, hihi.
Aan het einde van het 2de academiejaar, kreeg ik toch een schok te verwerken. Ik had tweede zit omdat ik van 1 vak gebuisd was (8,5 op 20) en bijgevolg had ik 2 vakken van 11 op 20 meegepakt. Ik had verder schitterende resultaten en ik vond het echt vreselijk aangezien ik nog nooit een herexamen had gehad! Uiteindelijk ben ik er door geraakt, met veeeeeel vallen en ook wat opstaan, want ik zat toen in een heel moeilijke periode waar je in het stukje “mobiliteit” meer over te weten komt.
In het 3de en laatste jaar aan de hogeschool, kon ik wegens mijn zicht dat zo fel achteruit was gegaan, nog maar amper gebruik maken van mijn laptop in combinatie met de vergrotingssoftware. Ik deed in januari
stage in het buitenland met name in Cachan (Frankrijk) en toen ik terug kwam, bleek dat ik een aantal cursussen zelfs niet eens meer kon lezen. Een ramp, zo leek het wel, maar gelukkig kreeg ik alle begrip mee van directeur en docenten en mocht ik een aantal zaken laten vallen maar moest ik wel andere werkjes maken. Ik herinner me dat ik een extra taak moest maken voor Duits over wat ik vond van het vak Computer Ondersteunend Vertalen & Tolken (COVT), omdat ik de pc nauwelijks nog kon raadplegen. Voor Informatica deed ik dan sommige zaken weer mondeling en ook via mijn eigen laptop met vergroting. Leuke jaren waren dat!
Mijn 3 graduaatsjaren heb ik dan ook met glans doorstaan op de tweede zit in het tweede jaar na dan, maar ik vond het een heerlijke periode waarin ik eigenlijk niet meer werd gepest en waar ik meer mezelf kon zijn, al zat ik nog wel met mezelf dikwijls in de knoop.
Na mijn hogeschoolstudies, heb ik er nog een jaartje kot in Antwerpen bijgenomen om licentiaatstudies Vertaler/Tolk Nederlands/Duits/Frans aan te vatten. Helaas ben ik in dat jaar moeten stoppen wegens het feit dat ik ten eerste mijn grootdrukboeken VEEL te laat had, braille zich aandrong en ik dat psychisch niet aankon en wou en ook omdat ik toen in een jaar zat dat mijn zicht zo fel achteruitging dat ik meer en meer naar het revalidatiecentrum voor slechtzienden bezocht voor gesprekken en begeleiding, maar ook voor het stilaan omschakelen naar spraakhulpmiddelen.
Dat jaartje kot op zich vond ik best leuk, ik had een leuke klas met 13 medestudenten, kreeg pedagogische en GON-begeleiding en dat liep allemaal redelijk lekker. Contact met docenten, professors en doctorandussen, verliep ook best goed al was het duidelijk wel “zakelijker” en minder casual dan aan de hogeschool. Toch waren velen bereid om mij te helpen wanneer nodig, iets mondeling te herhalen zodat ik het ook op kon schrijven, enz. Ik moest toch ook vaak naar het Revalidatiecentrum voor Slechtzienden, plus ik rakelde in dat jaar ook weer braille op (met veel tegenzin).
Rond mijn 19de – mijn zicht was inmiddels veel verder achteruit gegaan – kon ik niet anders dan mijn witte stok te gebruiken om naar school te gaan bijvoorbeeld, want tussen mijn pakweg 13de en 19de heb ik dus bijna nooit mijn stok bovengehaald, maar toen moest het dus wel. Ik startte eigenlijk met het continu gebruiken van mijn stok toen ik mijn buitenlandse stage in Cachan deed, en nadien heb ik deze traditie gewoon verder gezet hoewel ik me er dus allesbehalve lekker bij voelde.
In de grote vakantie, niet lang nadat ik had vernomen dat ik tweede zit had, ben ik helemaal psychisch ingestort omdat ik die haat jegens mijn witte stok en ook de verwerking rond mijn handicap jarenlang had opgekropt, en dat ineens dus is uitgebarsten. Ik was op een goeie zonnige dag ‘s morgens op weg naar het ziekenhuis voor mobiliteitstraining, en toen ik uit de bus kwam in Leuven, stopte die elders dan waar ik gewend was, waardoor ik mij plots enorm benauwd voelde en besefte dat ik mijn plan echt niet kon trekken zo! Ik slaagde er nog in om weg te geraken van het stationsplein, een Panos binnen te springen en wat te eten, maar daarna werd ik erg ziek: overgeven, niet meer op m’n benen kunnen staan, niet meer weten waar ik was en waar ik naartoe moest. Kortom: erg van streek! Na een tijdje, kwam toch het besef terug dat ik naar het ziekenhuis moest, want ik voelde me echt niet lekker! Met veel omwegen vond ik dat ook … Ben een hele dag daar gebleven, heb een paar pilletjes genomen en heb veel gesprekken gevoerd. Ik had op die dag echt wel zin om door het raam te springen, jawel! ‘s Avonds mochten mijn ouders me komen oppikken.
Ja, en toen brak er een jaar aan dat ik helemaal niet meer buiten kwam want ik had schrik om ziek te worden net als toen op m’n 19de gebeurde, en ja, telkens ik de stap toch zette, werd ik weer ziek en ziek en ziek. Professionele begeleiding in de vorm psychotherapie, ademhalingstechnieken, kinesitherapie etc. werden ingeschakeld, maar echt beter voelde ik me daardoor niet, toch zeker niet de eerste maanden … Ik kwam uiteindelijk enkel nog buiten om naar de psycholoog te gaan, maar meer ook niet, en nog steeds kon ik niet wennen aan de witte stok en aan ‘t feit dat de blindentiktechniek zich aanmeldde want ik heb enkel maar de beschermtechniek voor slechtziende personen geleerd. Die blindentiktechniek heb ik nooit kunnen leren, ik kon het echt niet aan!
Rond mijn 20ste, ik ben er nog steeds blij om, hebben de hulpverleners van het revalidatiecentrum me gezamenlijk voorgesteld een geleidehond aan te vragen, al was de oogartse er wel eerst over begonnen. Nu ja, eerst stond ik er enorm sceptisch tegenover hoewel ik wel een grote dierenvriend was, maar ik wou gewoonweg niet buiten komen, wou niet uitkomen voor m’n handicap en al zeker niet met een geleidehond, die is voor volledig blinden en niet voor slechtzienden! Althans dat was mijn redenering toen! Nou er gingen allerlei dingen door m’n hoofd maar feit was dat ik niet meer met die witte stok verder wilde en na een aantal telefoontjes, gesprekken en hulp van en gesprekken met vele hulpverleners, heb ik toch de stap gezet een woef aan te vragen toen ik 22 jaar was, want ik zou mezelf echt iets hebben aangedaan of in een instelling zijn beland als ik alleen verder moest met de stok, vrees ik. Niet lang na het indienen van mijn aanvraag, werd ik volledig blind … Het was een dik halfjaar eerder al min of meer aan me verteld door de oogartse hetgeen ik toen niet wilde geloven, maar ze heeft uiteindelijk toch gelijk gekregen.
Na mijn studies die ik had stopgezet, zocht ik werk wat gelukkig niet zo lang op zich liet wachten. Het werd wel flink wennen voor me toen ik niks meer zag. Ik had schrik om buiten te komen, en het feit dat ik een thuiswerkjob had, betekende dat ik ook niet buiten moest komen voor iets, maar gewoon gezellig achter m’n pc kon blijven. Toen ik uiteindelijk al even aan de slag was, besloot ik een stekje te gaan zoeken om alleen te gaan wonen. Drukke periode toen!!!
Ik was dolgelukkig toen ik na 3 maanden solliciteren een job te pakken had: deeltijdse vertaalster voor Graitec Benelux, een softwarebedrijf in de constructiesector. Ik ben uiteindelijk erg blij geweest met die job omdat het goed te combineren viel met mijn ander vrijwilligerswerk, mijn huishouden, mijn geleidehond en mijn andere activiteiten:). Mijn werk kwam en ging dus soms had ik weken niets te doen, dan weer had ik een aantal dagen of weken dat ik nauwelijks mijn bed of zetel zag. Ik hou wel van die variatie, kortom: ik hield van deze job! Jammer genoeg heb ik op 14 november 2006 mijn ontslag gekregen daar het bedrijf failliet is verklaard, maar gelukkig kon ik begin maart 2007 alweer aan de slag als deeltijdse vertaalster voor Erocos International, een hulpmiddelenleverancier voor blinde en slechtziende personen. In juli 2010 besloot ik te stoppen met werken zodat ik me volledig kan toeleggen op mijn vrijwilligerswerk.
Ik heb afgezien, werkelijk echt in een diep dal gezeten, tijdens mijn wachttijd (5 volle jaren) op een geleidehond. In het begin durfde ik nog een beetje buitenkomen, omdat ik wist dat het moest bijvoorbeeld naar de psycholoog, maar dan at ik gewoonweg dagen op voorhand niet … Mijn gewicht bleef sterk jojoën maar eigenlijk was ik wel (veel) te licht voor m’n lengte … Neen, goed voelde ik me allesbehalve toen!
En toen het licht echt uitging in 2002, tsja, dan kwam ik niet meer van m’n pc vandaan, en als het echt moest, zelfs als ik naar m’n ouders of zus moest, dan was ik zo ziek als een hond! Zelfs een verjaardag vieren kon ik niet! Ik had echt een grote sociale angst tijdens mijn wachttijd en durfde ook niet meer naar mijn psycholoog gaan. Daarvoor was ik echt te ziek en mentaal te zwak toen … Ben ook een aantal keren bij de dokter geweest om eens lekker te praten maar echt veel hielp het niet, want mijn wachttijd bleef verder duren en ik wist in de verste verte van niets!
De enige redding die ik toen in m’n hoofd had, was ‘t feit dat ik een geleidehond zou krijgen. Toen ik eind augustus 2005 te horen kreeg dat BCG voor mij een geleidehond in petto had, besefte ik dat ik een heel ander leven zou krijgen maar ook dat ik meer op stap moest trekken en nu wel buiten moest gaan komen, iets waar ik erg veel moeite mee had! Dingen doen die je niet gewend bent, uit je cocon komen, altijd op stap gaan met een geleidehond, dat zijn toch zaken die mij een enorme angst inboezemden. Jullie mogen het gerust weten, maar tijdens mijn wachttijd heb ik vaak een bijna-telefoontje gepleegd of mailtje gestuurd om mijn aanvraag stop te zetten … Gelukkig heb ik dat niet gedaan!
De opleiding was erg zwaar doch erg kundig en professioneel en ik werd gedurende al die weken en maanden goed begeleid door alle instructeurs. Gelukkig maar, want ik deed zowat in m’n broek toen ik in een onbekende omgeving vertoefde met een hond die ik totaal niet kende, en dan nog eens onbekende trajecten moest aandoen. Het was jaren geleden dat ik sommige dingen nog eens deed zoals naar een winkelcentrum gaan, of een park bezoeken. Allemaal dingen die ik moest leren kennen of opnieuw moest leren ontdekken. Ja, die overgangsperiode duurde enkele weken, maar meer en meer ebde mijn angst weg, en ruimde dat een baan voor een happy Kim en Olly.
En ja, ik moet zeggen: Het gaat nu echt helemaal super met mij! Maar die witte stok, tsja, ik kan er soms over schrijven, met sommige mensen over praten, maar ik zou nu nog steeds niet kunnen omgaan met dat ding alleen (zonder geleidehond). Het is moeilijk uit te leggen waarom dat zo is, maar ik voel mij werkelijk blind en voel echt mijn handicap enorm hard als ik met dat ding op stap ben, en dat in allerlei facetten. Ik weet nu en besef ook dat het een mobiliteitshulpmiddel is en dat ik mij niet minderwaardig moet voelen omwille van het stokgebruik, maar toch is die stok iets wat ik nooit echt heb kunnen aanvaarden voor mezelf.
Wel is het zo dat ik in de loop der tijd met Olly heb geleerd om mijn herkenningsstokje te gebruiken, en ik geef toe: Dat is gewoonweg HIP en PLEZANT! Ik gebruik het voornamelijk als ik met Olly aan de leiband wandel; dat doe ik gemiddeld 5x/week. Ook bij gevaarlijke of lange oversteekplaatsen, of bij het oversteken van een brug bijvoorbeeld, haal ik mijn stokje boven. Ik ben door mijn hond toch een stuk opener geworden en minder strak en zwart-wit gaan denken, en daar ben ik erg blij mee!
Ik voel me nu echter heel gelukkig, zelfs gelukkiger dan ik ooit al eens tevoren geweest was. Ik herleef weer dankzij mijn trouwe viervoeter en heb er zelfs een nieuwe vriendin bij! Het heeft even geduurd maar na een maand of 4 met
mijn geleidehond Olly, kon ik eindelijk onbekende en verdere trajecten aandoen waarmee ik erg happy ben!!!
Ik heb al heel wat meegemaakt en voor mij persoonlijk vind ik dat ik uit de negatieve of minder leuke momenten en periodes, veel heb geleerd. Ik ken nu mijn eigen lichaam meer, weet hoever ik kan gaan en wat ik al dan niet kan. Ik ken mezelf beter en nog steeds leer ik dagelijks dingen bij over mezelf. Het leven is blijft continu evolueren, dus ook voor mij.
Sommige dingen blijven moeilijk voor me, maar ik heb door alle jaren heen geleerd hoe er mee om te gaan, of er een andere oplossing voor te zoeken. Soms heb ik het nog wel eens moeilijk met het feit dat je toch altijd een stuk afhankelijk zal zijn van iemand anders b.v. voor financiële zaken, het invullen van formulieren, het afhalen aan het station om op een exact adres te geraken enz. Ja, ik heb nog steeds momenten dat ik dat krijgen en vooral aanvaarden van hulp kotsbeu ben! Maar gelukkig niet meer zo vaak als vroeger …
Braille gebruik ik wel, maar zelden, gewoon om iets na te lezen. Geef mij maar lekker spraakhulpmiddelen en liefst een gezellige robotspraak van TTS (Caren). Ik had het destijds zo moeilijk met braille, nu ben ik blij dat ik het kan decoderen als het nodig is, maar snel lezen zit er niet in, ook al omdat ik het niet bijhoud en zelf ook niet wil leren: ik krijg toch alles in digitaal of audioformaat aan:).
Mijn leven is voornamelijk positief ingesteld, en ik voel voor mezelf dat ik echt veel meer kan genieten dan vroeger nu ik mijn geleidehond heb. Voor mij is dit de oplossing geweest in mijn grote verwerkingsprobleem rond mijn handicap, mijn mobiliteit en mijn sociale angst.
Een geleidehond is uiteraard geen wondermiddel en kan nooit perfect zijn, maar het geeft mij alleszins een heel groot vertrouwen om er werkelijk tegenaan te gaan. Vroeger was mijn mobiliteit maar povertjes of kwam het helemaal niet ter sprake, tegenwoordig reis ik het ganse land rond om ergens met Olly naartoe te gaan. Noem maar op en ik doe het: lezingen, info/verkoopsstands bevolken, vrienden bezoeken, wandelen met Olly, een terrasje aandoen, winkelen, sporten enz. Het leven is voor mij nu een soort feest geworden, al heb ik nog wel eens een minder moment, maar heus niet vaak meer.
Ik ben zo blij met mijn huidig leven en met Olly; die zou ik voor geen geld ter wereld meer willen en kunnen missen!!!!!
Hopelijk zijn er mensen die iets hebben aan mijn levensverhaal. Maar moest je dus nog vragen hebben,
contacteer me dan gerust!