Zien: Refractieafwijkingen
De refractie van het oog is de verhouding tussen de sterkte van het optische stelsel en de lengte van het oog gemeten in de optische as. De stralen die het oog binnenvallen worden door het optische systeem van het oog (gevormd door hoornvlies, lens en glasvocht) zodanig gebogen dat zij in één punt bij elkaar komen.
Wanneer de verhouding tussen de maat van het oog en de sterkte van het optische systeem precies goed is, valt dit punt exact op het netvlies. Men spreekt dan van een emmetroop oog.
Als de beeldvorming niet op het netvlies plaatsvindt, spreekt men van ametropie.
Dit kan berusten op fouten in de brekende kracht van het optische systeem, of op afwijkingen in de maat van het oog. Een combinatie van beide oorzaken is ook mogelijk. Er zijn twee vormen van ametropie, namelijk myopie (bijziendhied) en hypermetropie (verziendheid).
Myopie:
Als de stralen door het optische systeem zodanig gebroken worden dat het brandpunt vóór het netvlies valt, spreekt men van myopie. Er is dan sprake van een relatief ‘te groot oog’ of een te sterk brekend optisch systeem.
Deze brekingsafwijking kan worden gecorrigeerd door middel van negatieve glazen of lenzen. (zie tekening)
Hypermetropie:
Als de stralen door het optische systeem zodanig gebroken worden dat het brandpunt achter het netvlies valt, spreekt men van hypermetropie. Er is dan sprake van een relatief ‘te klein oog’ of een te zwak brekend optisch systeem.
Deze brekingsafwijking kan worden gecorrigeerd door middel van positieve glazen of lenzen.
(zie tekening)
Laatst bijgewerkt op 24 juni 2011 – 20:53