***
Schöpf-syndroom: Zeldzaam beeld van cysten aan de oogleden, palmoplantaire *hyperkeratose, hypodontie, hypotrichose en onycho-dystrofie.
Opmerking: Geen relevante links gevonden.
Scotóma (Grieks), scotóom: Donkere vlek in het gezichtsveld, hetzij door de patiënt waargenomen (subjectief ~), hetzij bij het onderzoek door de arts vastgesteld (objectief ~); ~ centrale, centraal ~, ~ midden in het gezichtsveld; ring~, ringvormig ~ rondom het midden van het gezichtsveld; ~ scíntillans, flikker~, door de patiënt waargenomen snel heen en weer bewegend ~, dikwijls bij migraine; syn. teichopsie.
scotópisch ~ zien, het zien bij adaptatie aan schemerlicht, een functie van de staafjes in de *retina; vgl. fotopisch, mesopisch.
Scotopsíe G het zien bewegen van puntjes en vlekken voor de ogen; komt o.a. voor bij cataract, syn. myiodesopsie, mouches volantes; vgl. scotodinie.
Sférofakíe zeldzaam beeld bij kinderen: Geringe gezichtsscherpte, kleine en bolle ooglenzen en perifeer-diafane irissen.
Opmerking: Geen relevante links gevonden.
Opmerking: In het zakwoordenboek wordt niet specifiek een verband gelegd met een oogaandoening of met oogproblemen, maar dit verband is er wel degelijk (zie links).
Stevens, A.M. Amerik. kinderarts (overl. 1945); syndroom van ~-Johnson, erythema exsudativum multiforme, ernstig ziektebeeld met koorts, purulente conjunctivitis (soms met ulcus corneae), *target-efflorescenties in mond, neus, penis, vulva, anus; myalgieën, melaena; oorzaak waarschijnlijk een immuunreactie op bepaalde geneesmiddelen; syn. ectodermosis erosiva pluriorificialis; dermatostomatitis.
Strabísmus (Latijns): Scheelzien ; ontstaat doordat de gezichtslijn van één van de beide ogen bij alle blikrichtingen afwijkt van het normale, en wordt veroorzaakt door vermindering van de gezichtsscherpte van het éne oog (brekingsafwijkingen, hoornvliestroebeling, enz.) bij een bestaande stoornis in het spierevenwicht van het oog, bij cyclotropie e.a.; ~ accommodatívis, scheelzien bij hoge graad van bijziendheid, dat alleen merkbaar is bij inspanning van de accommodatie; ~ altérnans, afwisselend scheelzien van het linker en rechteroog, als de ogen om beurten op een voorwerp gericht zijn; ~ bilaterális, ~ van beide ogen; scheelzien naar beide zijden; ~ concómitans, het echte scheelzien, scheelzien zonder stoornis in de beweeglijkheid van de ogen; ~ convérgens, binnenwaarts scheelzien, ontwikkelt zich in de regel op jeugdige leeftijd bij hypermetropíe; ~ divérgens, buitenwaarts scheelzien, meestal bij myopie op latere leeftijd; ~ paralýticus, scheelzien veroorzaakt door verlamming van de oogspieren; ~ periódicus, tijdelijk scheelzien; ~ pérmanens, blijvend scheelzien; ~ spásticus, scheelzien veroorzaakt door kramp van een oogspier; ~ sursumvérgens, ~ in verticale richting, d.i. het straberende oog kijkt hoger dan het andere; ~ ënilateralis, ~ van één oog. Z.o. anopie, convergentie, diplopie, divergentie, eso-, exotropie, hereditas, heterophoria, hypertropie, strabotomie, supravergentie.
strabo- ~meter, instrument voor strabometrie; ~metríe, meting van de scheelhoek (z.a.); ~tomíe, operatie ter genezing van strabismus.
Zie ook: Links bij “amblyopie”.
Symblépharon (Grieks): Vergroeiing van het bindvlies van de oogleden met de oogbol; hierdoor wordt de oogbeweging belemmerd en kan zelfs het zien onmogelijk worden; zie ook ankyloblepharon, entropion, syncanthus, trachoma.
Opmerking: Geen relevante Nederlandstalige links gevonden.
Health Library at MerckSource: Short information about symblepharon in this library.
Synéchia (Grieks), synechíe: Ziekelijke vergroeiing of aaneenkleving, o.a. in hartzakje of trommelholte, doch vooral van delen in het oog, nl. ~ íridis antérior, vergroeiing van het regenboogvlies met het hoornvlies en ~ íridis postérior, vergroeiing van het regenboogvlies met het lenskapsel; zie ook seclusio.
Laatst bijgewerkt op 19 juli 2011 – 05:43