Ooginfo » Lezen

Zien: Lezen

1. LEZEN MET NORMALE VISUS

2. FIXATIEREFLEX

3. FIXATIEVELD

***

1. LEZEN MET NORMALE VISUS

Lezen is een interactie van snelle oogbewegingen en fixatiemomenten.  Men  ziet / leest de tekst niet tijdens de snelle oogbewegingen, maar wel tijdens de  fixatiemomenten.  Met de periferie van het netvlies kunnen we waarnemen  waar het einde van de zin staat en in welke richting we dus moeten bewegen.

Wanneer men van het einde van een zin ‘op zoek’ gaat naar de volgende zin,  gebeurt dit in de regel door middel van een schuine beweging van rechts boven  naar links onder.

Men leest met de macula (het centrale deel van het netvlies).  Dit is het  enige deel van het netvlies waarmee details kunnen worden waargenomen.

Terug naar boven

 

2. FIXATIEREFLEX

Deze reflex is heel sterk ontwikkeld: de hersenen kiezen automatisch het centrum  van de retina, dus de macula, om mee te lezen of details te zien.  Wij  bewegen onze ogen in de richting van het detail dat we willen zien.  Omdat  het een reflex is, kan men het niet zomaar onderdrukken.

 

Terug naar boven

3. FIXATIEVELD

Het fixatieveld is het aantal letters dat men in totaal kan overzien bij fixeren  op één letter.  Een fixatieveld bestaat bij normale visus uit 10 tot 15  letters.

Als men ook stukjes netvlies náást de macula gebruikt, d.w.z.  de  paracentrale visus, wordt het fixatieveld breder.  Geoefende lezers  gebruiken ook hun paracentrale visus.

Hoe breder het fixatieveld, des te sneller men kan lezen.

Het fixeren van een lang woord duurt namelijk net zo lang als het fixeren van  een kort woord.

Als het lezen normaal verloopt, is er sprake van een aaneenschakeling van  fixatiemomenten, op elkaar aansluitend door middel van oogbewegingen (als kralen  van een ketting).

Als men de tekst niet meteen begrijpt, gaat men terug en herleest men de tekst  nog eens.  Dit worden regressies genoemd.  Regressies kosten tijd en  energie.

Laatst bijgewerkt op 4 juni 2011 – 20:57