1. OORZAKEN
Blind geboren
Tekort aan vitaminen en verwaarloosde ooginfecties
Ziekte tijdens de zwangerschap
Erfelijke afwijking
Ziektes
Ouderdom
Tijdelijk blind
Ongeval
De zon
Opmerking:Deze tekst is gedeeltelijk geschreven op basis van een informatiefolder van de Brailleliga.
Het kan dat de moeder een ziekte had vlak voordat de baby (blind) werd geboren. Het kan ook zijn dat er te veel druk op de ogen staat of door bepaalde medicijnen die de moeder slikte toen ze zwanger was. Tegenwoordig is het soms mogelijk door middel van een operatie een correctie aan te brengen aan het oog.
De personen hebben een langdurig tekort aan vitaminen en mineralen, en andere voedingsbestanddelen.
Als de moeder rodehond of mazelen had tijdens de zwangerschap, heeft dit ook dikwijls blindheid van de pasgeborene tot gevolg.
Een erfelijke afwijking aan het oog die zich langzaam ontwikkelt zoals b.v. retinitis pigmentosa.
Ziektes die blindheid veroorzaken op volwassen leeftijd zijn o.a. diabetes (suikerziekte) en hypertensie (te hoge bloeddruk).
Ook als iemand ouder wordt of een ziekte krijgt als staar wordt hij of zij bijna altijd slechtziend of blind. Oudere mensen gaan slecht zien of worden meestal blind door degeneratie van de retinastructuur en soms door atherosclerose.
Sommige mensen kunnen tijdelijk blind worden door shocktoestanden, hysterie of ziekte.
Door een ongeval kan men ook blind worden: een auto-ongeval, op je hoofd vallen, iets scherp dat in de ogen terechtkomt, …
Een te lang moment recht in de zon kijken kan ook blindheid veroorzaken.
Eerst en vooral: In België bestaat er geen duidelijke omschrijving van het begrip slechtziendheid, waardoor er bijgevolg ook geen betrouwbare gegevens zijn over het aantal slechtziende personen, hun situatie, hun behoeften en de aanpassingen waarover zij beschikken. Wel zijn er beduidend meer slechtziende dan blinde personen.
In deze tabel staan geen nieuwere of andere gegevens dan de uitleg hierboven.
OogafwijkingenIndeling van functiebeperkingen van het zien met waarden voor de overeenkomstige gezichtsscherpte (*). |
|
Lichte visuele afwijking |
|
| Grotere oogafwijking aan één kant (éénogigheid) | Matige oogafwijking aan beide kanten |
| 1/1 op één oog 1/3 tot 0 op het andere oog |
9/10 tot 1/3 |
Zware visuele afwijking |
|
| Slechtziend | Zeer slechtziend |
| 1/3 tot 1/20 | 1/20 tot 1/50 |
(Totale) blindheid |
|
| Bijna totale blindheid | Totale blindheid |
| 1/50 | 0 |
| (*) Waarde 1 staat voor het normale gezichtsvermogen; waarde 0 voor volledige blindheid. De meetwaarde 1/50 betekent b.v. dat iemand iets herkent van 1 meter afstand, wat normaalgezien op 50 meter te zien is. | |
De meeste mensen kunnen zich wel een voorstelling maken bij iemand die blind is. We kunnen het ook even zelf ervaren door de ogen te sluiten. Als we met gesloten ogen een gesprek voeren met iemand anders, van een stoel naar de deur willen lopen of een kopje thee willen inschenken ervaren we al meteen beperkingen ten gevolge van die blindheid. Blinden maken veel meer gebruik van hun andere zintuigen. Deze zijn: het gehoor, de tast, de smaak en de reuk.
Mensen die slechtziend zijn hebben veel vaker onaangename misverstanden met hun omgeving dan blinden. De ene oogaandoening is immers de andere niet. Kan de ene slechtziende zich nog aardig in het verkeer begeven, de ander zou daar zonder hulpmiddelen zoals een herkenningsstok, niet zonder ongelukken doorkomen. Tegelijkertijd kan degene die hulp nodig heeft in het verkeer op een terras neerstrijken en de krant gaan zitten lezen. Daarnaast kan iemand bij voldoende licht zich nog aardig zelfstandig redden, maar is diezelfde persoon in het donker zeer onzeker. Het is dus heel moeilijk voor een ziende om een goed beeld te krijgen van het gezichtsvermogen van een slechtziende. Als verzorgende vraagt het begrip en aandacht voor de slechtziende die we op dat moment begeleiden.
Laatst bijgewerkt op 18 juni 2011 – 08:54