Showdown is speciaal ontwikkeld voor mensen met een visuele handicap. In 1980 werd deze vorm van tafeltennis, door een team van Canada in Nederland geïntroduceerd. Het betekende een welgekomen aanvulling op de toen bestaande sportmogelijkheden voor blinden en slechtzienden
Showdown is een fascinerende sport voor jong en oud, zowel voor mensen met een visuele handicap als voor validen. Door het dragen van een geblindeerde skibril wordt elke waarneming uitgesloten en spelen alle spelers onder dezelfde condities.
- Een tweedelige showdowntafel, stabiel en horizontaal geplaatst, die 3 meter lang en 1,2 meter breed is;
- een kunststof rinkelbal met een diameter van 6 cm.;
- een bat, 40 cm. lang (inclusief handvat), 9 cm. breed en 1 cm. dik;
- een geblindeerde skibril en een niet-handvergrotende’ handbescherming.
De tafel heeft opstaande randen van 14 cm. waarop in het midden een dwarsplank is aangebracht. Deze rust op de opstaande randen. In beide korte zijden van de tafel bevindt zich een doel; een ‘uitsparing’ in de achterwand van 25 cm. breed en 11 cm. hoog. Deze uitsparing gaat 13 cm. door in het horizontale vlak (speelveld) en vormt tezamen met het gat in de achterwand het doelgat. Hieromheen is een (vang)net bevestigd.
Indien er misverstanden m.b.t. de Nederlandse versie van de IBSA-spelregels optreden, zal de Engelstalige versie bindend zijn.
1.1 Iedereen dient op de hoogte te zijn van de geldende spelregels.
1.2 T.a.v. wedstrijden/tornooien wordt hier uitgegaan van het best-of-threesysteem.
1.3 Enkele Showdownbegrippen nader gedefinieerd:
- Speelhand: hieronder wordt verstaan de hand (tot en met de pols) waarmee het bat wordt vastgehouden.
- Doelgat: de uitsparing/opening in het horizontale vlak/ De verticale achterwand waarin de bal dient te worden gespeeld.
- Doelgebied: gebied tussen doelgat en omlijning.
- Servicebeurt: reeks van vijf services.
- Bovenrand: afdekrand op bovenzijde van achterwand.
- Speeloppervlak: de bovenzijde van de horizontale plaat die deel uitmaakt van het speelveld.
- Speelveld: de ‘inhoud’ van het gebied dat wordt gemarkeerd aan de zijkanten door de zij- en achterwanden van de tafel, en aan de onderkant door het speeloppervlak, en aan de bovenkant door de denkbeeldige afdekking van de zij- en achterwanden van de tafel.
- Set: (zie par. 1.5)
1.4 Gedurende toernooien zullen per tafel de volgende officials aanwezig zijn:
a) Scheidsrechter (ziende)
b) Tijdcontroleur (verstreken speeltijd en time-outs)
c) Teller (score en aantal services)
De tijdcontrole en telling kunnen door één persoon worden uitgevoerd.
Indien een bal volgens de scheidsrechter in het doelgat duidelijk onder het niveau van het horizontale speeloppervlak of binnen de uitsparing in de verticale achterwand is geweest, en er vervolgens weer uitspringt, dan wordt dit ook als doelpunt aangemerkt.
Voor een overzicht van de sancties m.b.t. de onder 3 genoemde regels/overtredingen zie regel 9 (sancties).
1.5 Voor een doelpunt worden twee (2) punten toegekend.
1.6 Spelers kunnen punten scoren ongeacht wie er aan service is.
1.7 Men mag de bal niet over de dwarsplank slaan (zie ook regel 9.2).
1.8 De bal mag niet tegen de dwarsplank komen, tenzij deze er direct onderdoor gaat zonder de speelhelft waar hij vandaan komt te raken (zie ook regel 9.3).
1.9 Een speler mag de bal niet raken met iets anders dan de speelhand. Wanneer het geraakte lichaamsdeel -niet zijnde het bat- zich binnen het speelveld (dus onder de tafelrand en binnen de oppervlakte van de tafel) bevindt, is er sprake van een overtreding (zie ook regel 9.4).
1.10 De bal mag niet worden gedragen met de speelhand, of worden gedragen op het bat, of worden gekleefd tegen de bovenrand van de tafel (zie ook regel 9.5).
1.11 De bal mag op generlei wijze uit de tafel worden gespeeld en/of een speler buiten het speelveld raken (zie ook regel 9.6A en 9.6B).
2. Voor aanvang van de wedstrijd stellen scheidsrechter, tijdcontroleur, teller en beide spelers zich voor.
Torbal is een balsport voor blinden en slechtzienden waar ook de valide mensen kunnen aan deelnemen. Er wordt gespeeld met een bal van 500 gram waarin zich kleine elementen bevinden die bij de minste beweging hoorbaar zijn. Alle spelers op het veld dragen een geblindeerde skibril om de ogen te beschermen en om alle spelers gelijk te stellen.
Het terrein meet 7 bij 16 meter. De doelen zijn 7 meter breed en 1,30 meter hoog. Ze bevinden zich op de beide achterlijnen van het speelveld. Dwars over het veld, boven de middenlijn en aan weerszijden hiervan, evenwijdig en op 2 meter afstand, worden koorden gespannen op 40 centimeter hoogte. Buiten de lijnen van het veld worden aan deze drie koorden belletjes gehangen zodat, wanneer spelers of de bal de koorden raken, dit onmiddellijk gehoord wordt.
Vlak voor de doelen liggen drie matten van elk 2 x 1 meter. De middenmat ligt evenwijdig met en op 20 centimeter van de doellijn. De twee zijmatten liggen tegen de zijlijnen, hun achterzijden liggen in het verlengde van de voorzijde van de middenmat. Tussen de voorzijden van de middenmat is een lijn aangebracht: De penaltylijn.
Elke ploeg bestaat uit minstens drie spelers die geblinddoekt zich op elke plaats in hun teamgebied mogen bevinden, zowel tijdens de aanval als de verdediging. Het teamgebied beslaat de breedte van het veld (7 meter) tot aan het eerste koord (6 meter vanaf de doellijn). Zij nemen echter meestal plaats op de matten daar deze de enige oriëntatiepunten zijn tijdens het spel. De spelers dragen ook elleboog- en kniebeschermers.
Tijdens het spel moet volledige stilte worden bewaard om het geluid van de bal niet te storen. Het spel duurt (volgens het officiële reglement) tweemaal 5 minuten, effectieve speeltijd, d.w.z. wanneer de bal buiten het terrein is, wordt de tijd gestopt.
De scheidsrechter fluit driemaal bij het begin van de wedstrijd en gooit de bal naar de beginnende ploeg. De bal wordt zo krachtig mogelijk naar de tegenstrever gerold met de bedoeling een punt te scoren. De werper mag daartoe rechtstaan en een aanloop nemen, hij heeft daarvoor het teamgebied (zie hierboven) als aanloopzone.
Tijdens de aanval kunnen de volgende fouten worden gemaakt:
- een speler raakt de koorden,
- de bal raakt de koorden bij het werpen,
- een zelfde speler gooit viermaal na elkaar,
- de bal wordt bij het passeren van hand tot hand gegeven (de bal moet steeds gerold worden),
- de bal wordt langer dan acht seconden in de hand gehouden.
De spelers in de verdediging mogen eveneens het ganse teamgebied benutten. Zij mogen de bal rechtstaand, gehurkt of geknield (beide knieën op de grond) afwachten. Vooraleer de bal aan de andere zijde vertrokken is, mogen de handen de grond echter NIET, raken.
In de verdediging kunnen de volgende fouten gemaakt worden:
- een speler raakt de koorden,
- een speler raakt de grond met de handen vooraleer de bal vertrokken is. Het resultaat van de bal wordt echter afgewacht
Verdedigende spelers mogen elkaar niet vasthouden
Foutworp:
De speler van de ploeg die zowel in de verdediging als in de aanval een fout maakt, moet voor één worp het veld verlaten. De tegenstrever krijgt een foutworp toegewezen. Het doel wordt door twee spelers verdedigd. De derde fout bij een zelfde ploeg resulteert in een penalty. Dan wordt het doel door slechts één speler verdedigt. Gelijk welke speler van de gepenaliseerde ploeg (ook deze die de derde fout heeft gemaakt) neemt plaats op de middenmat. De werper aan de andere zijde moet zich eveneens op de middenmat bevinden en mag bij de worp de penaltylijn (zie hoofdstuk terrein) niet volledig met de voet overschrijden.
Fluitsignalen:
- driemaal: bij het begin en einde van elke speelhelft.
- tweemaal: bij doelpunt
- éénmaal: foutmeldingen, herstart van het spel tijdens de speelhelften.
Bron: Het Belang van Limburg, 11 september 1993
HASSELT
Het echtpaar Gerda Maris en Gerard Padot uit Runkst is al vijftien jaar intensief met torbal bezig. Ze hebben ervoor gezorgd dat Limburg met deze zaalsport voor visueel gehandicapten ook op competitieniveau wat in de pap te brokken kreeg. Afgelopen seizoen wierpen ze zich met hun Hasseltse club GSVT zelfs op als de beste van het land. Om de verjaardag wat glans te geven, organiseren Gerda en Gerard met hun club vandaag, zaterdag 11 september, een internationaal tornooi. Plaats van gebeuren is het Dommelhof in Neerpelt.
GSVT staat voor Gehandicapten Sportvereniging Toekomst. Dat is een Limburgse club die alle mogelijke competitiesporten voor lichamelijk, motorisch en visueel gehandicapte mensen bundelt. Torbal is één van die sporten.
Onbekend
Torbal is een vooral in West-Europa beoefende sport, maar wordt nu op andere contingenten fel gepromoot. Bedoeling is immers om het als een olympische sport erkend te krijgen.
“Maar ook hier is torbal bij het grote publiek niet bekend,” zeggen Gerda Maris en Gerard Padot. “Torbal is een spel voor visueel gehandicapte mannen en vrouwen. Het wordt gespeeld op een terrein (iets kleiner dan een volleybalterrein) in een sporthal door twee ploegen met elk drie spelers op het veld. Er staat een doel aan elke smalle zijde van het rechthoekig speelveld. De gebruikte bal is een rinkelbal die gedurende het spel moet gegooid worden onder drie koorden die over het veld heen gespannen zijn. De bedoeling van het spel is de bal zodanig te gooien, dat hij de doellijn van de tegenpartij overschrijdt, terwijl deze tegenpartij dit probeert te verhinderen. In een volgende spelfase worden de verdedigers aanvallers en vice versa,” aldus Gerda en Gerard.
GSVT heeft twee mannen- en één damesploeg. Van de 15 spelers zijn er 3 blind, maar tijdens het spel wordt iedereen geblinddoekt. “De speler kan dus enkel voortgaan op het geluid van de bal. Je moet dus enorm goed luisteren en enorm geconcentreerd zijn. Vandaar dat het spel, dat maar twee keer vijf minuten effectieve speeltijd duurt, enorm uitputtend is.
Zowel jong als oud kan meespelen, we hebben zelfs al eens een speler gehad van 70,” vertellen Gerda Maris en Gerard Padot.
De Hasseltse Torbalclub werd het voorbije seizoen voor de eerste keer in haar bestaan Belgisch kampioen. In de Belgische competitie spelen 38 ploegen, verdeeld in vier nationale reeksen.
Luc GYBELS