Hulp » Spelen & Sporten » Algemene info

Algemene informatie over enkele (aangepaste) sporten voor blinden en slechtzienden

Bron: Hobbyweb

1. INLEIDING
2. BOOGSCHIETEN
2.1 Omschrijving
2.2 Sportschutters met een handicap
2.3 Aanpassing voor blinden
2.4 Bepalingen uit het wedstrijdreglement
2.5 Vervanging richtkijkersysteem
3. GOALBALL
3.1 Omschrijving
3.2 Het spel
4. SHOWDOWN
4.1 Omschrijving
4.2 Deelnemers
4.3 Benodigde materiaal
4.4 Spelregels
5. TORBAL
5.1 Omschrijving
5.2 Het speelveld
5.3 De ploeg
5.4 Het spel
5.5 Krantenartikel: Torbal: uitputtende sport voor visueel gehandicapten
6. MEER INFO?
***

1. INLEIDING

Bron: Website Gehandicaptensport Nederland, http://www.gehandicaptensportnederland.nl/
Mensen met een visuele beperking (blinden en slechtzienden) verbruiken relatief  meer energie om een bepaalde taak uit te voeren en zijn bovendien eerder  vermoeid dan ziende mensen.  Het ‘weinig tot niets zien’ leidt ertoe dat  mensen de neiging krijgen zo weinig mogelijk te bewegen, terwijl ze dat juist  meer nodig hebben dan anderen om een goed uithoudingsvermogen te krijgen.
Blinde of slechtziende sporters hebben bij een aantal sporten goede begeleiding  nodig om blessures te voorkomen.  Dit zowel in de begeleiding van het  sporten als in de trainingsopbouw. De wijze van trainen moet aangepast worden;  in plaats van visuele demonstraties worden bewegingen uitgelegd en gecorrigeerd  door tactiele en auditieve begeleiding.  Wanneer mensen met een visuele  beperking ertoe worden gestimuleerd om met een zekere regelmaat en intensiteit  te sporten, krijgen en houden ze een hoge aërobe capaciteit en fysieke fitheid  zodat ze alle normale dagelijkse activiteiten zonder extreme vermoeidheid kunnen  uitvoeren.
Activiteiten als traplopen, fietsen en roeien op een ergometer en  langeafstandsloper worden specifiek als cardiorespiratoire activiteiten voor  mensen met een visuele beperking aanbevolen.  Er wordt hierbij een minimaal  beroep gedaan op ‘het zien’ en een maximaal beroep op het cardiovasculaire  systeem.  De frequentie, duur en intensiteit van de inspanningsprogramma’s  dienen ongeveer overeen te komen met die van anderen, willen de beoogde  fysiologische effecten optreden.
Enerzijds is er een groot aantal algemeen gangbare sporten dat met de nodige  aanpassingen (bijvoorbeeld rinkelende ballen of een doel met geluid) door mensen  met een visuele beperking beoefend kan worden.  Anderzijds zijn er ook  sporten ontstaan die specifiek voor mensen met een visuele beperking zijn  ontwikkeld.  Geschikte sporten zijn atletiek, boogschieten, sportschieten,  paardrijden en worstelen, showdown, beep-baseball en goalball.  Bij  goalball en showdown kunnen zowel ziende, slechtziende als blinde sporters  deelnemen, aangezien iedereen een geblindeerde skibril gebruikt.
Je vindt hieronder een opsomming met uitleg van de enkele bekende sporten die  blinden en slechtzienden kunnen doen.  Let op: Er zijn

veel meer sporten  mogelijk

voor blinden en slechtzienden maar daarover kan je meer uitleg  vinden bij de Belgische en Nederlandse sportverenigingen zelf.
Terug naar boven

2. BOOGSCHIETEN

2.1 Omschrijving

De schietsport is een individuele concentratiesport, waarbij leeftijd of  handicap niet bepalend voor de prestatie hoeft te zijn.  Talrijke  ambitieuze mannen en vrouwen ervaren de schietsport als een enerverende en  fascinerende hobby.  De Koninklijke Nederlandse SchuttersAssociatie  behartigt de belangen van zowel de recreatieve als de wedstrijdschutters.   Bij de KNSA zijn 735 schietverenigingen met  samen ruim 35.000 sportschutters aangesloten.
Terug naar boven

2.2 Sportschutters met een handicap

Een verheugende ontwikkeling is dat in toenemende mate accommodaties van  KNSA-verenigingen toegankelijk worden gemaakt voor mensen met een handicap,  waarmee een concrete bijdrage wordt geleverd aan integratiebevordering.   Het deelnemen aan wedstrijden blijft echter voor valide en gehandicapte  schutters een gescheiden zaak.  Het internationaal vastgestelde Algemeen  Schiet- en Wedstrijdreglement laat dit niet toe.  Op enkele essentiële  punten is dit reglement derhalve aangepast aan de functiebeperking van  lichamelijk, auditief of visueel gehandicapte schutters. Gehandicaptensport Nederland is de aangewezen instantie die de  belangen behartigt van gehandicapte wedstrijdschutters.  Bij de organisatie  van wedstrijden en in promotie- en stimuleringsprojecten werken KNSA en  Gehandicaptensport Nederland  samen.
Terug naar boven

2.3 Aanpassing voor blinden

Begin jaren tachtig werd de elektronische richtkijker met toongenerator in  Zweden ontwikkeld.  Deze kijker maakt het mogelijk voor mensen met een  visuele handicap op vrijwel gelijkwaardige wijze deel te nemen aan de  traditionele schietsport.  De vinding bleek letterlijk een schot in de  roos.  Reeds in een tiental landen in West-Europa wordt door blinden op  deze wijze deelgenomen aan de schietsport.  Geschoten wordt met luchtgeweer  op de 10-meterbaan.  Tijdens het richten op de schietkaart met de op het  geweer gemonteerde kijker, beluistert de schutter via de koptelefoon een  fluittoon.  Deze toon wordt hoger naarmate de schutter beter op het centrum  (de roos) mikt.  De hoogste toon geeft aan dat het geweer op het mikpunt,  de tien op de kaart, is gericht.  Om vervolgens doeltreffend te schieten is  veel training nodig.  Uiterste concentratie, een beheerste ademtechniek en  een stabiele schiethouding zijn primair vereiste vaardigheden.  Deze vorm  van sportschieten werd op 21 maart 1992 geïntroduceerd bij schietvereniging ‘s  Lands Weerbaarheid in Groningen.
Terug naar boven

2.4 Bepalingen uit het wedstrijdreglement

Voor de blindenschietsport was 1997 een belangrijk jaar.  Voor het eerst  stond deze nog vrij jonge tak van gehandicaptensport als officieel  wedstrijdonderdeel op het programma van de Europese Kampioenschappen 1997  Sportschieten voor Gehandicapten.  Dit nadat in 1996 op internationaal  overlegniveau een speciaal reglement voor deze ontwikkelingssectie werd  geformuleerd.  De voor blinde sportschutters vastgestelde bepalingen zijn  toegevoegd aan de vigerende reglementen van de Union Internationale de Tir (UIT)  en het International Shooting Comité for the Disabled (ISCD).  In de naaste  toekomst zullen deze toegevoegde voorschriften als substantieel deel worden  geïntegreerd in het ISCD-Schiet- en Wedstrijdreglement.  Dit belangrijke  besluit houdt in dat vanaf 1997 ook visueel gehandicapte geweerschutters kunnen  worden genomineerd om deel te nemen aan Wereld- en Regionale Kampioenschappen.   Wedstrijden, die onder auspiciën van het International Paralympics Comité (IPC)  worden georganiseerd.
Terug naar boven

2.5 Vervanging richtkijkersysteem

In het toegevoegde reglement is tevens bepaald dat bij bovengenoemde  internationale wedstrijden de UIT-pistoolschijf wordt gebruikt.  Dit heeft  grote gevolgen voor schutters die zijn uitgerust met de Swarovsky-richtkijker en  de daarbij behorende speciale schijf met tien concentrische ringen.  De  apparatuur van deze schutters zal vervangen moeten worden door het Zweedse  richtkijkersysteem ‘Johanson’, dat ontwikkeld is in combinatie met de  UIT-pistoolschijf.  In navolging van Duitsland en Oostenrijk werd destijds  in Groningen het Swarovskysysteem aangeschaft.  Met het oog op deelneming  aan internationale wedstrijden is besloten langzamerhand over te stappen op het  Zweedse systeem.  Inmiddels zijn twee luchtgeweren met deze richtkijker  uitgerust.  Overigens biedt het reglement de mogelijkheid om op een boven  de UIT-schijf bevestigde Swarovsky-schijf te richten, waarbij geschoten wordt in  de UIT-schijf.  De Swarovsky-schutters hebben echter weinig vertrouwen in  deze techniek.
Terug naar boven

3. GOALBALL

3.1 Omschrijving

Goalbal is speciaal ontwikkeld als sport voor visueel gehandicapten, maar  Goalbal is tevens een sport die heel goed met gemengde teams kan worden  beoefend.  Een gemengd team kan op twee manieren worden samengesteld:
- dames en heren spelen samen,
- zienden en visueel gehandicapten spelen samen.
Goalbal is één van de weinige teamsporten, die geschikt zijn voor mensen met een  visuele handicap.  In Nederland beoefenen ongeveer 500 spelers de sport in  competitieverband (drie klassen).  Goalbal is een Paralympische sport.

3.2 Het spel

Goalbal wordt altijd binnen gespeeld.  In de sportzaal wordt het  volleybalveld als uitgangspunt genomen.  Hierop worden tactiele markeringen  aangebracht.  Matten geven bijvoorbeeld de verdedigingszone aan.
Aan de beide korte zijden worden doelen geplaatst.  De breedte van het doel  is gelijk aan de breedte van het veld.  Deze doelen zijn laag (1.30 meter)  gehouden, omdat de bal rollend moet worden gespeeld.  Door het rollen maken  de belletjes in de bal geluid en kan de tegenstander zich oriënteren op de  richting van de bal.  De bal mag daarom niet worden gegooid.  Een hoge  bal wordt bestraft met een penalty.
Om nu het doel te verdedigen zitten drie spelers, doorgaans geknield, op een  mat.  Door vanuit die houding naar de bal te duiken zijn drie spelers in  staat een doel van negen meter breed te verdedigen.  Om te voorkomen dat de  spelers tegen elkaar duiken, hebben zij zich in een driehoek opgesteld: een  middenvoorspeler en twee buitenachterspelers.
Alle spelers dragen een geblindeerde skibril.  Daardoor wordt elk zicht  weggenomen.  Alle spelers hebben dezelfde handicap en zijn aangewezen op  het gehoor en de concentratie.  Mede hierom duurt de wedstrijd slechts twee  keer zeven minuten zuivere speeltijd.
Bron: Harry Geyskens (Belgische Confederatie voor Blinden en Slechtzienden BCBS)

4. SHOWDOWN

4.1 Omschrijving

Showdown is speciaal ontwikkeld voor mensen met een visuele handicap.  In  1980 werd deze vorm van tafeltennis, door een team van Canada in Nederland  geïntroduceerd.  Het betekende een welgekomen aanvulling op de toen  bestaande sportmogelijkheden voor blinden en slechtzienden

4.2 Deelnemers

Showdown is een fascinerende sport voor jong en oud, zowel voor mensen met een  visuele handicap als voor validen.  Door het dragen van een geblindeerde  skibril wordt elke waarneming uitgesloten en spelen alle spelers onder dezelfde  condities.

4.3 Benodigde materiaal

- Een tweedelige showdowntafel, stabiel en horizontaal geplaatst, die 3 meter  lang en 1,2 meter breed is;
- een kunststof rinkelbal met een diameter van 6 cm.;
- een bat, 40 cm. lang (inclusief handvat), 9 cm. breed en 1 cm. dik;
- een geblindeerde skibril en een niet-handvergrotende’ handbescherming.
De tafel heeft opstaande randen van 14 cm. waarop in het midden een dwarsplank  is aangebracht.  Deze rust op de opstaande randen.  In beide korte  zijden van de tafel bevindt zich een doel; een ‘uitsparing’ in de achterwand van  25 cm. breed en 11 cm. hoog.  Deze uitsparing gaat 13 cm. door in het  horizontale vlak (speelveld) en vormt tezamen met het gat in de achterwand het  doelgat.  Hieromheen is een (vang)net bevestigd.

4.4 Spelregels

Indien er misverstanden m.b.t. de Nederlandse versie van de IBSA-spelregels  optreden, zal de Engelstalige versie bindend zijn.
1.1 Iedereen dient op de hoogte te zijn van de geldende spelregels.
1.2 T.a.v. wedstrijden/tornooien wordt hier uitgegaan van het  best-of-threesysteem.
1.3 Enkele Showdownbegrippen nader gedefinieerd:
- Speelhand: hieronder wordt verstaan de hand (tot en met de pols) waarmee het  bat wordt vastgehouden.
- Doelgat: de uitsparing/opening in het horizontale vlak/ De verticale  achterwand waarin de bal dient te worden gespeeld.
- Doelgebied: gebied tussen doelgat en omlijning.
- Servicebeurt: reeks van vijf services.
- Bovenrand: afdekrand op bovenzijde van achterwand.
- Speeloppervlak: de bovenzijde van de horizontale plaat die deel uitmaakt van  het speelveld.
- Speelveld: de ‘inhoud’ van het gebied dat wordt gemarkeerd aan de zijkanten  door de zij- en achterwanden van de tafel, en aan de onderkant door het  speeloppervlak, en aan de bovenkant door de denkbeeldige afdekking van de zij- en achterwanden van de tafel.
- Set: (zie par. 1.5)
1.4 Gedurende toernooien zullen per tafel de volgende officials aanwezig zijn:
a) Scheidsrechter (ziende)
b) Tijdcontroleur (verstreken speeltijd en time-outs)
c) Teller (score en aantal services)
De tijdcontrole en telling kunnen door één persoon worden uitgevoerd.
Indien een bal volgens de scheidsrechter in het doelgat duidelijk onder het  niveau van het horizontale speeloppervlak of binnen de uitsparing in de  verticale achterwand is geweest, en er vervolgens weer uitspringt, dan wordt dit  ook als doelpunt aangemerkt.
Voor een overzicht van de sancties m.b.t. de onder 3 genoemde  regels/overtredingen zie regel 9 (sancties).
1.5 Voor een doelpunt worden twee (2) punten toegekend.
1.6 Spelers kunnen punten scoren ongeacht wie er aan service is.
1.7 Men mag de bal niet over de dwarsplank slaan (zie ook regel 9.2).
1.8 De bal mag niet tegen de dwarsplank komen, tenzij deze er direct onderdoor  gaat zonder de speelhelft waar hij vandaan komt te raken (zie ook regel 9.3).
1.9 Een speler mag de bal niet raken met iets anders dan de speelhand.   Wanneer het geraakte lichaamsdeel -niet zijnde het bat- zich binnen het  speelveld (dus onder de tafelrand en binnen de oppervlakte van de tafel)  bevindt, is er sprake van een overtreding (zie ook regel 9.4).
1.10 De bal mag niet worden gedragen met de speelhand, of worden gedragen op het  bat, of worden gekleefd tegen de bovenrand van de tafel (zie ook regel 9.5).
1.11 De bal mag op generlei wijze uit de tafel worden gespeeld en/of een speler  buiten het speelveld raken (zie ook regel 9.6A en 9.6B).
2. Voor aanvang van de wedstrijd stellen scheidsrechter, tijdcontroleur, teller  en beide spelers zich voor.
Bron: Harry Geyskens (Belgische Confederatie voor Blinden en Slechtzienden BCBS)

5. TORBAL

5.1 Omschrijving

Torbal is een balsport voor blinden en slechtzienden waar ook de valide mensen  kunnen aan deelnemen.  Er wordt gespeeld met een bal van 500 gram waarin  zich kleine elementen bevinden die bij de minste beweging hoorbaar zijn.   Alle spelers op het veld dragen een geblindeerde skibril om de ogen te  beschermen en om alle spelers gelijk te stellen.

5.2 Het speelveld

Het terrein meet 7 bij 16 meter.  De doelen zijn 7 meter breed en 1,30  meter hoog.  Ze bevinden zich op de beide achterlijnen van het speelveld.   Dwars over het veld, boven de middenlijn en aan weerszijden hiervan, evenwijdig  en op 2 meter afstand, worden koorden gespannen op 40 centimeter hoogte.   Buiten de lijnen van het veld worden aan deze drie koorden belletjes gehangen  zodat, wanneer spelers of de bal de koorden raken, dit onmiddellijk gehoord  wordt.
Vlak voor de doelen liggen drie matten van elk 2 x 1 meter.  De middenmat  ligt evenwijdig met en op 20 centimeter van de doellijn.  De twee zijmatten  liggen tegen de zijlijnen, hun achterzijden liggen in het verlengde van de  voorzijde van de middenmat.  Tussen de voorzijden van de middenmat is een  lijn aangebracht: De penaltylijn.

5.3 De ploeg

Elke ploeg bestaat uit minstens drie spelers die geblinddoekt zich op elke  plaats in hun teamgebied mogen bevinden, zowel tijdens de aanval als de  verdediging.  Het teamgebied beslaat de breedte van het veld (7 meter) tot  aan het eerste koord (6 meter vanaf de doellijn).  Zij nemen echter meestal  plaats op de matten daar deze de enige oriëntatiepunten zijn tijdens het spel.   De spelers dragen ook elleboog- en kniebeschermers.

5.4 Het spel

Tijdens het spel moet volledige stilte worden bewaard om het geluid van de bal  niet te storen.  Het spel duurt (volgens het officiële reglement) tweemaal  5 minuten, effectieve speeltijd, d.w.z.  wanneer de bal buiten het terrein  is, wordt de tijd gestopt.
De scheidsrechter fluit driemaal bij het begin van de wedstrijd en gooit de bal  naar de beginnende ploeg.  De bal wordt zo krachtig mogelijk naar de  tegenstrever gerold met de bedoeling een punt te scoren.  De werper mag  daartoe rechtstaan en een aanloop nemen, hij heeft daarvoor het teamgebied (zie  hierboven) als aanloopzone.

Tijdens de aanval kunnen de volgende fouten worden gemaakt:

- een speler raakt de koorden,
- de bal raakt de koorden bij het werpen,
- een zelfde speler gooit viermaal na elkaar,
- de bal wordt bij het passeren van hand tot hand gegeven (de bal moet steeds  gerold worden),
- de bal wordt langer dan acht seconden in de hand gehouden.
De spelers in de verdediging mogen eveneens het ganse teamgebied benutten.   Zij mogen de bal rechtstaand, gehurkt of geknield (beide knieën op de grond)  afwachten.  Vooraleer de bal aan de andere zijde vertrokken is, mogen de  handen de grond echter NIET, raken.

In de verdediging kunnen de volgende fouten gemaakt worden:

- een speler raakt de koorden,
- een speler raakt de grond met de handen vooraleer de bal vertrokken is.   Het resultaat van de bal wordt echter afgewacht
Verdedigende spelers mogen elkaar niet vasthouden

Foutworp:

De speler van de ploeg die zowel in de verdediging als in de aanval een fout  maakt, moet voor één worp het veld verlaten.  De tegenstrever krijgt een  foutworp toegewezen.  Het doel wordt door twee spelers verdedigd.  De  derde fout bij een zelfde ploeg resulteert in een penalty.  Dan wordt het  doel door slechts één speler verdedigt.  Gelijk welke speler van de  gepenaliseerde ploeg (ook deze die de derde fout heeft gemaakt) neemt plaats op  de middenmat.  De werper aan de andere zijde moet zich eveneens op de  middenmat bevinden en mag bij de worp de penaltylijn (zie hoofdstuk terrein)  niet volledig met de voet overschrijden.

Fluitsignalen:

- driemaal: bij het begin en einde van elke speelhelft.
- tweemaal: bij doelpunt
- éénmaal: foutmeldingen, herstart van het spel tijdens de speelhelften.

5.5 Krantenartikel: Torbal: uitputtende sport voor visueel gehandicapten

Bron: Het Belang van Limburg, 11 september 1993
HASSELT
Het echtpaar Gerda Maris en Gerard Padot uit Runkst is al vijftien jaar  intensief met torbal bezig.  Ze hebben ervoor gezorgd dat Limburg met deze  zaalsport voor visueel gehandicapten ook op competitieniveau wat in de pap te  brokken kreeg.  Afgelopen seizoen wierpen ze zich met hun Hasseltse club  GSVT zelfs op als de beste van het land.  Om de verjaardag wat glans te  geven, organiseren Gerda en Gerard met hun club vandaag, zaterdag 11 september,  een internationaal tornooi.  Plaats van gebeuren is het Dommelhof in  Neerpelt.
GSVT staat voor Gehandicapten Sportvereniging Toekomst.  Dat is een  Limburgse club die alle mogelijke competitiesporten voor lichamelijk, motorisch  en visueel gehandicapte mensen bundelt.  Torbal is één van die sporten.
Onbekend
Torbal is een vooral in West-Europa beoefende sport, maar wordt nu op andere  contingenten fel gepromoot.  Bedoeling is immers om het als een olympische  sport erkend te krijgen.
“Maar ook hier is torbal bij het grote publiek niet bekend,” zeggen Gerda Maris  en Gerard Padot.  “Torbal is een spel voor visueel gehandicapte mannen en  vrouwen.  Het wordt gespeeld op een terrein (iets kleiner dan een  volleybalterrein) in een sporthal door twee ploegen met elk drie spelers op het  veld.  Er staat een doel aan elke smalle zijde van het rechthoekig  speelveld.  De gebruikte bal is een rinkelbal die gedurende het spel moet  gegooid worden onder drie koorden die over het veld heen gespannen zijn.   De bedoeling van het spel is de bal zodanig te gooien, dat hij de doellijn van  de tegenpartij overschrijdt, terwijl deze tegenpartij dit probeert te  verhinderen. In een volgende spelfase worden de verdedigers aanvallers en vice  versa,” aldus Gerda en Gerard.
GSVT heeft twee mannen- en één damesploeg.  Van de 15 spelers zijn er 3  blind, maar tijdens het spel wordt iedereen geblinddoekt.  “De speler kan  dus enkel voortgaan op het geluid van de bal. Je moet dus enorm goed luisteren  en enorm geconcentreerd zijn.  Vandaar dat het spel, dat maar twee keer  vijf minuten effectieve speeltijd duurt, enorm uitputtend is.
Zowel jong als oud kan meespelen, we hebben zelfs al eens een speler gehad van  70,” vertellen Gerda Maris en Gerard Padot.
De Hasseltse Torbalclub werd het voorbije seizoen voor de eerste keer in haar  bestaan Belgisch kampioen. In de Belgische competitie spelen 38 ploegen,  verdeeld in vier nationale reeksen.
Luc GYBELS

Laatst bijgewerkt op 24 juni 2011 – 13:11