De meeste mensen zijn het erover eens dat boeken en prenten belangrijk zijn voor de ontwikkeling van kinderen:
Voor kinderen met CVI gecombineerd met slechtziendheid moet je veel inspanningen leveren om geschikt materiaal te vinden of je moet bestaand materiaal aanpassen.
2. MAAR WAT ZIJN NU GOEDE KIJKBOEKEN?
Waar moet je op letten?
- Het formaat: het is belangrijk dat het kind een boek goed kan hanteren. Als het te groot is kan het kind het boek nauwelijks vasthouden en als het te klein is dan kan het zijn dat het kind de fijne bewegingen van een blad om te slaan nog niet kan.
- De stevigheid: de kaft en de bladen van het boek moeten stevig genoeg zijn, anders scheuren het boek en de bladen te snel. De eerste boekjes zijn het best ook bestand tegen speeksel.
- De hanteerbaarheid: je moet ook letten op de manier waarop het boekje gebonden is. De bladen moet je gemakkelijk kunnen omdraaien. Als je toch een boekje vindt dat voldoet aan alle vorige en volgende ‘eisen’ behalve aan deze dan kunnen de volgende tips een oplossing bieden: knip de band los en stop de bladen in een ringmap. Als het kind wegens motorische problemen de bladen niet kan omslaan, knijp dan wasspelden aan de zijkant van de bladzijden.
- De wijze van aanbieden: veel kinderen kunnen gemakkelijker naar prenten kijken als deze licht verticaal worden aangeboden, denk maar aan een boekenstaander. Sinds Erica een schrijfplank heeft kan ze veel beter kijken ze geeft dit ook zelf aan. Ze zet de plank in de voor haar gewenste stand.
- De papiersoort: neem liever mat papier dan glanzend. Glanzend papier geeft soms een hinderlijke weerspiegeling. Als ik Erica toch eens een glanzend papier geef, wijst ze me erop dat de ‘zon’ op haar papier schijnt en dat ze daardoor de prent niet goed kan zien.
- De grootte van de prent: dit is afhankelijk van kind tot kind. Je moet alles uitproberen en wees niet bang om aan het kind zelf te vragen wat hij het beste kan zien.
- De achtergrond: een kind kan meestal beter zien wat er op de prent staat als de achtergrond effen en contrasterend is.
- De omlijning: de omlijning van de prent is best dik. Dunne omtreklijnen maken dat de figuren moeilijker te zien zijn.
- De compositie: hier moet je letten op hoeveel er op een prent staat en hoe alles geschikt staat. Overlappende figuren geven meestal moeilijkheden.
- Wat staat er op de prent: prenten sluiten het best aan bij de leefwereld van het kind. Het is het beste dat er groen gras is in plaats van blauw gras. Het best is eigenlijk dat het kind in de realiteit ervaring heeft met datgene wat op de prent afgebeeld staat.
3. WERKBLAADJES VOOR KINDEREN MET CVI GECOMBINEERD MET SLECHTZIENDHEID
(Ganspoel 2000:29)
Werkbladen zijn zeer interessant voor de stimulatie van detailwaarneming, oog-hand-coördinatie, fijne motoriek en de ontwikkeling van de voorwaarden om te leren schrijven. Je kan ermee nagaan of begrippen gekend en juist toegepast kunnen worden.