Er bestaat 1ste graadsbraille, 2de graadsbraille en 3de graadsbraille. 1ste graadsbraille is heel makkelijk omdat er voor elke letter een apart teken is in braille. Dan is er ook nog 2de graadsbraille. Daar maak je gebruik van afkortingen, bij 3de graadsbraille zijn er nog meer afkortingen. Een commissie van het Nationaal Comité van het Belgisch Blindenwezen en iemand van het CO (oorspronkelijk van de Vereniging het Nederlandse Blindenwezen) hebben een kortschriftsysteem ontworpen voor het Nederlandse taalgebied (Nederland en Vlaanderen). Het systeem omvat 3 ‘graden’ van verkorting:
1. een zeer beperkt stelsel, (graad 1, Nkg1)
2. een eenvoudig stelsel, (graad 2, Nkg2)
3. een uitgebreid stelsel, (graad 3, Nkg3)
Het basisbrailleschrift wordt ook wel graad 0 genoemd (Nkg0). Nkg0 is het makkelijkste en Nkg3 het moeilijkst. Nkg0 is dus het gewone brailleschrift zonder kortschrifttekens. Het braillekortschrift wordt tegenwoordig bijna niet meer gebruikt. Het wordt alleen nog gebruikt door oude mensen die het vroeger hebben geleerd. Het wordt namelijk niet meer aangeleerd bij het leren van braille. Dit komt omdat veel brailleleerlingen op de computer werken, en je daar geen tekens samen kan trekken tot één teken. Sommige mensen ontwikkelen daarom gewoon hun eigen kortschrift. Hieronder volgt een beschrijving per graad.
Dit is dus het gewone brailleschrift. Dit is dus zonder kortschrifttekens. Deze graad wordt tegenwoordig aan de brailleleerlingen onderwezen. Dit komt omdat er met een computer geen samentrekkingen gemaakt kunnen worden.
Voor de combinatie -sch-punten 1, 5 en 6 u-accent circonflexe
Voor de combinatie -ch-punten 1, 4, 5 en 6 o-accent circonflexe
Voor de combinatie -oe-punten 2, 4 en 6 o-trema
Voor de combinatie -ij-punten 1, 3, 4, 5 en 6 ypsilon
In de loop der jaren zijn in Nederland en Vlaanderen vier ‘kortschrifttekens’ ingeburgerd geraakt. Deze combinaties worden dus samengetrokken in één teken. Verder is het brailleschrift normaal. Deze graad werd vroeger veel gebruikt in brailleboeken. Het spaarde namelijk papier.
De verkortingsgraad 2 omvat Graad 1 (en dus Graad 0) met alle daarbij horende regels. Er worden 47 woordverkortingen toegevoegd. Er zijn ook nog vier woorden die met twee tekens worden weergegeven.
Voor het woord “hebben” 2 keer punten 1 en 2 bb
Voor het woord “hadden” 2 keer punten 1, 4 en 5 dd
Voor het woord “zullen” 2 keer punten 1, 2 en 3 ll
Voor het woord “kunnen” 2 keer punten 1, 3, 4 en 5 nn
Er komen ook twee kortschrifttekens bij.
Voor de combinatie -ee-punten 1, 2 en 6 e-accent circonflexe
Voor de combinatie -ie-punten 1, 4 en 6 i-accent circonflexe
De verkortingsgraad 3 omvat graad 2 (en dus graad 1 en 0) met alle daarbij behorende regels. Aan graad 2 worden 75 woordverkortingen toegevoegd.
Voor het woord “al” punt 1 a
Voor het woord “bij” punten 1 en 2 b
Voor het woord “om” punten 1 en 4 c
Voor het woord “men” punten 1 en 5 e
Voor het woord “of” punten 1, 2 en 4 f
Voor het woord “geen” punten 1, 2, 4 en 5 g
Voor het woord “het” punten 1, 2 en 5 h
Voor het woord “je” punten 2, 4 en 5 j
Voor het woord “ook” punten 1 en 3 k
Voor het woord “als” punten 1, 2 en 3 l
Voor het woord “me” punten 1, 3 en 4 m
Voor het woord “niet” punten 1, 3, 4 en 5 n
Voor het woord “zo” punten 1, 3 en 5 o
Voor het woord “op” punten 1, 2, 3 en 4 p
Voor het woord “te” punten 1, 2, 3, 4 en 5 q
Voor het woord “voor” punten 1, 2, 3 en 5 r
Voor het woord “is” punten 2, 3 en 4 s
Voor het woord “met” punten 2, 3, 4 en 5 t
Voor het woord “van” punten 1, 2, 3 en 6 v
Voor het woord “maar” punten 1, 3, 4 en 6 x
Voor het woord “zijn” punten 1, 3, 4, 5 en 6 y
Voor het woord “ze” punten 1, 3, 5 en 6 z
Voor het woord “ge” punten 1, 2, 3, 4 en 6 c-cedille
Voor het woord “der” punten 1, 2, 3, 4, 5 en 6 e-accent aigu
Voor het woord “dan” punten 1, 2, 3, 5 en 6 a-accent grave
Voor het woord “de” punten 2, 3, 4 en 6 e-accent grave
Voor het woord “steeds” punten 2, 3, 4, 5 en 6 u-accent grave
Voor het woord “daar” punten 1 en 6 a-accent circonflexe
Voor het woord “heeft” punten 1, 2 en 6 e-accent circonflexe
Voor het woord “die” punten 1, 4 en 6 i-accent circonflexe
Voor het woord “door” punten 1, 4, 5 en 6 o-accent circonflexe
Voor het woord “een” punten 1, 5 en 6 u-accent circonflexe
Voor het woord “en” punten 1, 2, 4 en 6 e-trema
Voor het woord “er” punten 1, 2, 4, 5 en 6 i-trema
Voor het woord “ten” punten 1, 2, 5 en 6 u-trema, breukstreep
Voor het woord “toen” punten 2, 4 en 6 o-trema
Voor het woord “we” punten 2, 4, 5 en 6 w
Voor het woord “in” punten 3 en 5 sterretje, herhalingsteken
Voor het woord “wel” punten 3 en 4 schuine streep in tekst
Voor het woord “ver” punten 3, 4 en 5 a-trema, versregelteken
Voor het woord “onder” punten 3, 4, 6 paragraafteken
Voor het woord “hier” punten 3, 4, 5 en 6 cijferteken