100 vragen

100 vragen over blindheid en slechtziendheid

Bron:Blinfotec-website (is niet meer online)

1. ALGEMENE INFORMATIE
2. LEZEN EN SCHRIJVEN
3. REIZEN
4. SCHOOL
5. WERK
6. HUISHOUDEN
7. HOBBY’S EN VRIJE TIJD
8. MEER INFO?
***

Opmerking:

Bij de originele tekst heb ik enkele opmerkingen of interessante links  geplaatst.

1. ALGEMENE INFORMATIE

(vraag 1 tot en met vraag 33)

1. Is iemand blind, slechtziend of visueel gehandicapt?

Visueel  gehandicapt is een algemeen woord voor mensen die iets hebben aan hun ogen.   Die mensen kunnen dus blind of slechtziend zijn.

2. Wie zijn visueel gehandicapt?

Iedereen die iets aan zijn ogen mankeert  waar hij last van heeft.  Als je niet zonder je bril kunt, ben je eigenlijk  een beetje visueel gehandicapt.

Opmerking:

3. Zijn er veel blinden en slechtzienden in Nederland en België?

Nederland: Dat hangt er  van af waar je de grenzen legt.  Het zijn er tenminste 100.000, waaronder  veel ouderen.
België: Gebaseerd op onderzoek van de WHO kunnen we er van uitgaan dat ons land in  totaal 1 % visueel gehandicapten heeft, dwz: 100.000 waarvan 12 %, zijnde 12.000  volledig of functioneel blind.  Voor Vlaanderen kan je dan de regel 6/10  toepassen.  Dit zijn geen echte officiële cijfers maar daar doen we het  momenteel mee.  (Bron: Belgische Confederatie voor Blinden en Slechtzienden – BCBS)

4. Wat zijn visueel gehandicapten voor mensen?

Gewone mensen.  Er zijn  aardige en minder aardige, slimme en domme visueel gehandicapten.  Eigenlijk  mensen zoals jijzelf.  Een handicap verandert nu eenmaal niets aan je  menszijn.  Wel moet je een hele moeilijke tijd doormaken, als je net visueel  gehandicapt bent geworden.  Dan kan iemand wel eens een periode vervelend  zijn.

5. Hoe wordt iemand visueel gehandicapt?

Dat kan verschillende oorzaken  hebben: Je kunt een ziekte krijgen aan je ogen.  In de hersenen kan iets niet  meer goed werken.  De signalen van het oog worden dan niet meer goed  doorgegeven.  Tijdens de zwangerschap of de bevalling kan er iets misgaan.  In  de familie is er een erfelijke oogafwijking.  Je kunt bij een ongeluk iets  scherps in je ogen krijgen.  Ook door het verkeerd gebruiken van vuurwerk  kunnen er erge dingen gebeuren met je ogen.

6. Worden visueel gehandicapte kinderen wel eens boos omdat ze niet (goed)  kunnen zien?

Visueel gehandicapte kinderen zijn nu – maar ook de rest van  hun leven – altijd bezig om uit te zoeken wat ze nog wel en wat ze juist niet  meer kunnen.  Dat is wel eens moeilijk.  Natuurlijk zouden ze het liefst alles  kunnen.  Het is heel gewoon dat ze daarom wel eens verdrietig of boos  worden als iets niet kan.

Opmerking:

Dit geldt niet enkel voor kinderen.

7. Zijn er veel hulpmiddelen voor visueel gehandicapten?

Er zijn heel  veel hulpmiddelen te koop die speciaal gemaakt zijn voor visueel  gehandicapten.  Maar ook in gewone winkels zijn dingen te koop die geschikt  zijn voor mensen met een ooghandicap: schriften met dikke lijnen, kookwekkers  met heel grote cijfers en cassetterecorders voor het afluisteren van gesproken  boeken.  Hoe prettig al die hulpmiddelen ook zijn, je gaat er niet weer (beter)  van zien.  Vaak zijn er geen goede oplossingen te bedenken.  Daarmee  zul je als gehandicapte moeten leren leven.

Opmerking:

Zie rubriek “Hulp”.

8. Wat vinden visueel gehandicapten moeilijk in hun leven?

Dat is voor  iedereen verschillend.  We hebben het aan een aantal blinden en slechtzienden  gevraagd.  Ze vertelden: Naar de markt gaan, als moeder: met kleine kinderen  naar het zwembad gaan, kleren kopen, je moet vaak iemand vragen om mee te  gaan, lopen op een druk station als er veel treinen binnenkomen, borden  lezen, hulp moeten vragen aan anderen.

Opmerking:

Iets of iemand voorstellen, kleuren inbeelden, niet met  de wagen kunnen rijden, …

9. Wat zijn vervelende dingen?

Wat vervelend is, is niet voor iedereen  hetzelfde.  Voor visueel gehandicapte mensen die van lezen houden, is het heel  vervelend dat ze niet naar een boekwinkel kunnen om daar eens lekker rond te  snuffelen.  Mensen die lezen niet leuk vinden, zullen dat niet missen.  Vervelend is: niet altijd het beroep kunnen kiezen dat je eigenlijk het liefst  zou willen.  Vervelend is: het beroep waarvoor je geleerd hebt niet meer kunnen  volhouden, omdat je ogen achteruit gaan.  Vervelend is: moeten vragen welke bus  er aan komt en dan een vervelend antwoord krijgen.  Heel vervelend is: mensen  die naar een visueel gehandicapte staren, alsof je van een andere planeet  komt.  Het vervelendst is: mensen die je alleen zien als een gehandicapte  en niet als een gewoon mens.

10. Kunnen blinden en slechtzienden extra goed horen?

Jammer genoeg niet.  Wel gebruiken ze hun oren meer dan mensen die kunnen zien.  Want als je niet  (goed) kunt zien, moet je proberen je andere zintuigen zo goed mogelijk te  gebruiken.  Deze zintuigen, dus ook de oren, raken daardoor beter getraind dan  bij zienden.  Veel visueel gehandicapten kunnen bomen, muren en struiken  “horen”.  Dat komt doordat ze heel goed letten op het geluid dat weerkaatst  (echolocatie).  Probeer het zelf maar eens.  Klap eerst in je handen vlak voor een muur.  Doe  dat daarna nog eens in een grote ruimte.  Je zult het verschil echt heel goed  kunnen horen.
Wat voor het gehoor geldt, gaat ook op voor de andere zintuigen.  Ze zijn niet beter dan die van zienden.  Ze worden intensiever gebruikt: Onder  je voeten voelt asfalt anders dan gras.  Bij de drogist ruikt het anders dan  bij de groenteman.  Een pak koekjes heeft een heel ander vorm dan een reep  chocola.  Jammer is het wel dat een blik doperwten hetzelfde voelt als een  blik ananas.

Opmerking:

Er bestaan zogenaamde labellezers of barcodelezers om dit  probleem te verhelpen.  Deze worden verkocht door de  hulpmiddelenleveranciers
- Belgische hulpmiddelenleveranciers
- Nederlandse hulpmiddelenleveranciers
Ook kan je in de winkel zelf de producten laten merken b.v. een stuk plakband  kleven op een blik ananas en niet op het blik erwtjes, of de ananas in een  plastic zak doen terwijl de erwtjes in de rugzak gedaan worden, …

11. Zijn er ook mensen die doof en blind zijn?

Ja.  Dat is heel moeilijk.  Als deze twee zintuigen het niet meer doen, kun je heel moeilijk met andere  mensen praten.  De oplossing hiervoor is dat je letters in hun hand  schrijft, zodat ze de woorden kunnen voelen.

Opmerking:

12. Wat zie je als je blind bent?

Niets, dus ook geen zwart.  Als je je  wilt voorstellen hoe dat is, doe dan eens een goede blinddoek voor.  Probeer nu  geblinddoekt iets te doen wat je vaak doet; bijvoorbeeld een boterham smeren.  Ga niet alleen de straat  op.  Dat is veel te gevaarlijk.  Dat kan alleen als iemand je  begeleidt, of als je goed met een witte stok hebt leren lopen.

Opmerking:

Een kleine minderheid blinde personen ziet wel zwart, of  juist wit of een andere kleur.

13. Houden blinde mensen hun ogen open ook als ze niks kunnen zien?

Ja  hoor.  Maar als ze gaan slapen, doen ze net als jij hun ogen dicht.

14. Hoe dromen blinden?

Mensen die nog lang hebben kunnen zien, dromen net  als iedereen in beelden.  In hun droom kunnen ze dus ineens weer zien.  Iemand  die nooit heeft kunnen zien, droomt in gewaarwordingen.  Ze horen, ruiken  en voelen in hun droom, precies zoals ze de wereld overdag beleven.

Opmerking:

Hoe dromen blinden?: Enkele krantenartikels over het dromen bij blinden.

15. Weten blinde mensen hoe kleuren er uitzien?

Iemand die blind geboren  is heeft nooit bewust kleuren gezien.  Hij kan zich daarvan dan ook geen  voorstelling maken.  Vaak is het ook niet echt belangrijk welke kleur dingen  hebben.  Een roos is een roos of hij nu rood, roze of geel is.  Belangrijker is  of hij lekker ruikt.  Van kleren is het wel belangrijk om de kleur te weten.  Welke kleuren bij elkaar passen moeten blinden uit hun hoofd leren.  Ook moeten  ze weten welke kleuren hun kleren hebben.  Daarvoor zijn een paar handige  oplossingen: Zo kun je een klein knoopje naaien aan dingen die goed bij elkaar  passen.  Als je knoopjes van verschillende vormen gebruikt, gaat dat goed.  Ook  zijn er speciale kledingmerkjes te koop waarop in braille een paar lettertjes  staan.  Bijvoorbeeld ‘bl’ voor blauw.  Die merkjes kun je in je kleren naaien.   Maar het blijft natuurlijk behelpen.

Opmerking:

Ook een kleurendetector kan wonderen verrichten.  Dit kun je eveneens  aanschaffen via een hulpmiddelenleverancier.
- Belgische hulpmiddelenleveranciers
- Nederlandse hulpmiddelenleveranciers

16. Weten blinden wat een regenboog is?

Nee.  Een regenboog is zo groot en  zo ver weg dat je hem nooit helemaal kunt voelen.  Blinden en heel  slechtzienden kunnen zich moeilijk dingen voorstellen die je niet kunt voelen.

Opmerking:

Dit klopt niet helemaal.  Er zullen mensen zijn die aan een beschrijving  best veel zullen hebben, ook al kunnen ze niks voelen, zien, horen, ruiken of  proeven.  Het blijft natuurlijk altijd lastig uit te leggen hoe iets er  uitziet en dan nog ben je niet zeker of de blinde persoon wel dezelfde  voorstelling kan maken van hoe iets er in het echt uitziet.

17. Waarom bewegen blinden soms zo vreemd?

Blinden maken soms vreemde  bewegingen met armen en hoofd.  Met een moeilijk woord heet dat ‘blindismen’.  Er is veel onderzoek naar gedaan, maar de geleerden hebben nog geen antwoord  gevonden.  Wat meespeelt is dat je, als je blind bent, je eigen bewegingen niet  kunt zien.  Ook kun je niet zien hoe andere mensen zich bewegen.  Ook merkt een  blinde niet dat hij met zijn hoofd schudt.  Hij ziet de wereld om zich heen  immers niet bewegen.  Ach, je moet maar denken dat het wel een vreemd  gezicht is, maar dat iemand die dit doet daarom nog niet gek is.

Opmerking:

Sommige blinden hebben, wat men in de volksmond noemt, blindismen.  Het zijn  onbewuste en ongecontroleerde bewegingen zoals: op en neer bewegen met het  hoofd, constant in de ogen duwen enz.  Deze bewegingen worden als zeer vreemd  ervaren in de gewone omgang.  Dit schrikt goedziende mensen af.  De integratie  wordt bemoeilijkt doordat deze manier van doen niet overeenstemt met de geldende  waarden, normen en gewoonten van de maatschappij.  Hoe je het draait of keert,  het is en het blijft een ‘ziende’ maatschappij.  Alles staat in het teken  van het visuele en daar moet rekening mee worden gehouden.
Lees de volledige  tekst op: Integratiedoelstellingen rond blinde en slechtziende personen.

18. Wat zijn slechtzienden?

Als je zo weinig ziet dat je hulpmiddelen  moet gebruiken om te lezen of je in het verkeer te bewegen, ben je slechtziend.
Opmerking:
Wat is blind en wat is  slechtziend?

19. Zijn mensen die kleurenblind zijn ook slechtziend?

Als je kleurenblind  bent, is er iets niet goed in je oog.  Je ziet alles als op een zwart-wit foto.   Dat is lastig, maar je bent er nog niet slechtziend door.

20. Wat zie je als je slechtziend bent?

Dat is voor iedere slechtziende  anders.  Toch kun je proberen je het een beetje voor te stellen.  Hiervoor moet  je wel een beetje knutselen.  Knip van doorzichtig plastic zes rondjes zo groot  als een brillenglas.  Maak hier met behulp van een touwtje drie brilletjes van.  De glazen van het eerste brilletje maak je vuil met een beetje vet.  Op de  glazen van het tweede brilletje plak je in het midden een rondje van papier.  Op de glazen van het derde brilletjes plak je een cirkel van papier, zo groot  als het glas, maar in het midden een gaatje.  Als je nu door deze  brilletjes kijkt, zie je de drie meest voorkomende vormen van slechtziendheid.

21. Hoe zien de meest voorkomende vormen van slechtziendheid er uit?

Deze  zien er als volgt uit:

Voorbeelden:

-Goed zicht (jpg-bestand)
- Cataract (jpg-bestand)
- Diabetische retinopathie (jpg-bestand)
- Glaucoom (jpg-bestand)
- Macula degeneratie (jpg-bestand)
- Retinitis pigmentosa (jpg-bestand)

22. Hoe wordt iemand slechtziend?

Vooral oudere mensen worden slechtziend.  Dat komt soms doordat de lenzen in hun ogen het niet meer goed doen.  Een  andere oorzaak is dat het bloed niet meer goed door de ogen stroomt.   Tenslotte zijn er heel veel oogafwijkingen en ziektes waardoor je slechtziend  kunt worden.

23. Hebben slechtzienden veel licht nodig om goed te kunnen zien?

Er zijn  heel veel verschillende vormen van slechtziendheid.  Je kunt dus onmogelijk  zeggen dat alle slechtzienden veel licht nodig hebben om zo goed mogelijk te  zien.  Sommigen hebben het juist graag donker.  Laat iemand die niet  goed ziet zelf maar een plekje uitzoeken waar het voor hem het prettigst is.

24. Kun je gewoon praten tegen visueel gehandicapten?

Ja hoor.  Je kunt  gewoon “tot ziens” zeggen tegen iemand die niet kan zien.  Je mag ook gewoon de  woorden kijken en zien gebruiken.  Iemand die blind is, zal ook gewoon  “laat eens kijken” zeggen, terwijl hij voelen bedoelt.

25. Waarom dragen visueel gehandicapten een zonnebril?

Er zijn  verschillende redenen waarom visueel gehandicapten een zonnebril dragen.  Sommige mensen kunnen heel slecht tegen het licht.  Anderen hebben geen  controle over hun ogen, zodat die steeds bewegen.  Dat is een vervelend gezicht  voor andere mensen.  Door een zonnebril te dragen, valt dat bewegen minder  op.   Ook komt het voor dat door operaties de ogen zo beschadigd zijn dat ze er niet  mooi meer uitzien.  Vaak is het dan prettiger om een donkere bril te dragen.   Mensen die het niet gewend zijn, schrikken anders vaak en dat is vervelend.

Opmerking:

Niet alle blinde en slechtziende personen dragen een donkere bril.

26. Hoe herkennen visueel gehandicapten andere mensen?

Aan iemands stem.  Alle mensen hebben een andere stem.  Wel moet de blinde of slechtziende altijd  even wennen aan een stem.  Daarom zal niet elke blinde of slechtziende je  herkennen als je alleen maar “dag” zegt.  Dat is meestal te weinig.

Opmerking:

Sommige blinden en slechtzienden herkennen ook andere  mensen door het geluid, de regelmaat en de sterkte van voetstappen.  Ook  zijn er slechtzienden die nog aan de kledij(kleur) anderen kunnen herkennen.

27. Is het voor een jongen erger om visueel gehandicapt te zijn dan voor een  meisje?

Meisjes die gehandicapt zijn, voelen zich gauwer wat minder mooi  dan meisjes zonder handicap.  Als jongens naar meiden kijken, zullen ze hun oog  dan ook wel eens laten vallen op een meisje met een ooghandicap?  Iets  dergelijks geldt ook voor visueel gehandicapte jongens.  Die zullen nooit een  mooie brommer hebben of in een snelle auto rijden.  Zullen meiden hem dan nog  wel aantrekkelijk vinden?  Als je als ziende samen met een blinde of  slechtzienden naar een disco gaat, val je altijd op.  Niet iedereen kan  daar tegen.

28. Trouwen gehandicapten altijd met andere gehandicapten?

Als iemand die  gehandicapt is, houdt van een andere gehandicapte dan kunnen ze natuurlijk  samen gaan trouwen.  Maar gehandicapten zijn mensen, zoals alle anderen.  Ze  worden wel degelijk verliefd op zienden.

29. Hoe vinden visueel gehandicapten televisie?

Als je niet goed kunt  zien, maar wel goed kunt horen, gebruik je de televisie als radio.  Vooral  mensen die altijd goed hebben kunnen zien, vinden dat heel vervelend.  Het is  veel moeilijker een film te volgen als je de beelden niet kunt zien.  Je moet  uiteraard wel de taal kunnen verstaan.  Ook moet er genoeg gepraat worden.

30. Als iemand op latere leeftijd blind of slechtziend wordt, wat moet hij dan  doen?

Als iemand op latere leeftijd visueel gehandicapt wordt, is dat vaak  heel moeilijk te verwerken.  Alles wat vroeger vanzelfsprekend was, is opeens  een probleem geworden.  Zo kun je geen auto meer rijden.  Ook wordt het moeilijk  om televisie te kijken.  Toch moet je proberen om een nieuw leven te beginnen.  Daarvoor is hulp te krijgen bij één van de  vele regionale centra voor  hulpverlening aan blinden en slechtzienden.  Hier kunnen mensen leren om een  heleboel dingen weer zelfstandig te doen.  Denk daarbij aan: alleen op straat  lopen, koken, lezen en schrijven en het huishouden doen.  Ook leer je om  nieuwe hobby’s te zoeken.

31. Waar kunnen visueel gehandicapten hulp krijgen?

Met alle problemen  kunnen ze terecht bij de Ooglijn of andere Nederlandse  blindennazorgwerken.  Daar kan overigens  iedereen terecht met alle vragen.  Als dat nodig is, worden de visueel  gehandicapten verwezen naar andere organisaties, zoals de regionale centra.   Soms komt er naar aanleiding van een telefoontje een hulpverlener bij de blinde  of slechtziende thuis.
Voor België kunnen de mensen best contact opnemen met één van de Belgische blindennazorgwerken.

32. Is er speciale hulp voor ouders van visueel gehandicapte kinderen?

Ouders kunnen contact opnemen met één van de regionale centra voor  hulpverlening aan blinden en slechtzienden.  De specialisten die daar werken,  begeleiden ouders en kind.  Ouders leren dan welke spelletjes ze met hun kind  kunnen doen, zodat het zich goed ontwikkelt.  Ook zijn er verenigingen van  ouders die een kind hebben met een visuele handicap.

Opmerking:

In Nederland kun je contact opnemen met de Federatie van  Ouders van Visueel Gehandicapten (FOVIG).  FOVIG is een organisatie van  ouders voor ouders die zich verbonden weten door het hebben van een visueel  gehandicapt kind.
* Bezoekadres
Heuvel 1A
5126 CN Gilze
Tel.: (0161)45 44 22
* Postadres
postbus 110
5120 AC Rijen
E-mail:
Website: http://www.fovig.nl/

33. Hebben visueel gehandicapten een eigen vereniging?

In Nederland zijn  twee verenigingen van blinden en slechtzienden: De Nederlandse Vereniging van  Blinden en Slechtzienden (NVBS) en de Nederlandse Christelijke blinden- en  slechtziendenbond (NCB).  Ze komen op voor de belangen van hun leden,  bieden hulp waar dat nodig is en organiseren ook uitstapjes en vakanties.

Opmerking:

2. LEZEN EN SCHRIJVEN

(vraag 34 tot en met vraag 47)

34. Kunnen visueel gehandicapten lezen?

Voor iedereen die braille kan  lezen, zijn er veel boeken en tijdschriften beschikbaar.  Als een boek niet in  braille beschikbaar is, dan kan dat op verzoek bij een speciaal bedrijf in  braille worden vertaald.  Dat gebeurt vaak met schoolboeken.  Het nadeel van  brailleboeken is dat ze groot, dik en zwaar zijn.  Je kunt ze niet zo makkelijk  meenemen.  Bovendien is het veel werk om ze te maken.  Je kunt dus niet altijd  vlug lezen wat je wilt.
Als je geen braille kunt lezen dan is een gesproken  boek heel handig.  Maar daar zitten ook een paar nadelen aan: Als je altijd  alleen maar luistert in plaats van dat je zelf leest, leer je niet goed  spellen.  Je ziet de woorden immers niet staan.  Daardoor maak je veel vlugger  spelfouten bij het schrijven.  Als een boek een beetje saai is, kun je je  moeilijker concentreren.  Als je daardoor even ergens anders aan denkt, draait  de cassette gewoon door.  Lees je zelf, dan stop je in zo’n geval gewoon even.  Maar, bij het gesproken boek moet je terugspoelen naar het punt waar je bent  opgehouden met lezen.  Voor slechtzienden zijn er een heleboel hulpmiddelen bij  het lezen.  Zo zijn er allerlei loepjes, van groot tot klein (zie  hieronder!).  De grootste is  een televisieloep.  Hij kan de letters wel 35 keer vergroten.  Ook  zijn er boeken die gedrukt zijn in heel grote letters.

Opmerking:

Je kan ook boeken in DAISY-formaat lezen.  DAISY staat voor Digital  Accessible Information System en biedt op cd-rom gesproken lectuur in digitale  vorm aan.  In een studio worden de teksten met menselijke stem voorgelezen  maar opgenomen en beluisterd met behulp van een DAISY-speler.  Een  DAISY-speler kan je aanschaffen via een hulpmiddelenleverancier.
- Belgische blindennazorgwerken
- Nederlandse  blindennazorgwerken

Voorbeelden loepen voor slechtzienden:

- TV-leesloep (jpg-bestand)
- Handloep (jpg-bestand)
- Loepenbril (jpg-bestand)

35. Hoe kunnen blinde en slechtziende kinderen schrijven?

Blinde kinderen  schrijven vaak met een speciale brailleschrijfmachine.  Die lijkt een beetje op  een schrijfmachine, maar hij heeft maar zes toetsen en een spatiebalk.  Meer is  niet nodig om in braille te kunnen schrijven.  Nadeel van de braillemachine is  dat hij veel lawaai maakt.  Tegenwoordig zijn er ook aangepaste computers voor  blinde en slechtziende kinderen.  Door een slimme techniek kunnen ze voelen wat  er op het scherm staat.  Slechtziende kinderen gebruiken vaak heel dik  schrijvende viltstiften en een schrift met vette lijnen.  Zij schrijven soms  met een loep.  Je begrijpt wel dat dat niet altijd even vlug gaat.

Opmerking:

Dit geldt niet alleen voor kinderen.  Veel studenten  noteren tegenwoordig niet meer met een braillemachine, maar met een laptop, een  pc of een ander notitietoestel.

36. Kunnen alle blinden en zeer slechtzienden braille lezen en  schrijven?

Nee.  Naar schatting kent slechts 10 % van alle blinden en zeer  slechtzienden het brailleschrift.  Vooral mensen die op latere leeftijd blind  of heel slechtziend worden, beheersen het braille vaak niet.  Dat komt doordat  je braille het best leert, als je nog jong bent.  Hoe ouder je bent, hoe  moeilijker het is om het blindenschrift te leren.  Veel oudere mensen beginnen  er daarom niet aan.  Braille leren is moeilijk, omdat je heel goed met je  vingers moet leren voelen.  Ook moeten je vingers de verschillende letters  leren herkennen.  Dat kost veel tijd.

37. Wie heeft het brailleschrift ontworpen?

Het brailleschrift is ontworpen  door Louis Braille.  Toen Louis nog jong was, kreeg hij tijdens het spelen een  mes in zijn oog.  Daardoor werd hij blind.

Opmerking:

38. Hoe ziet het brailleschrift er uit?

Toen Louis Braille 10 jaar was,  werd hij naar een speciale school voor blinden in Parijs gebracht.  Op die  school werden een soort blindenletters gebruikt.  Doordat de letters op het  papier lagen, konden de blinden ze voelen.  Door met hun vingers over de zinnen  te gaan, voelden ze wat er geschreven stond.  De letters waren best ingewikkeld  voor de blinden.  De slimme Louis bedacht zelf een eigen blindentaal.  Na veel  denkwerk had hij letters bedacht die gemaakt waren van puntjes.  Door puntjes  in het papier te prikken, kon je voelen welke letter er stond.  Louis maakte  een heel alfabet, het braillealfabet.  De braille letters lijken op de puntjes  van een dobbelsteen.  Naast de letters van het alfabet, bestaat het  brailleschrift ook uit cijfers, leestekens (bijvoorbeeld komma’s en  vraagtekens), symbolen/tekens die in wiskunde, scheikunde en natuurkunde  voorkomen en zelfs muzieknoten.

Opmerking:

Het brailleschrift: Met o.a. plaatjes van  braille, braillelettertypes downloaden, …

39. Wat zijn gesproken boeken?

Gesproken boeken zijn cassettebandjes  waarop iemand een boek voorleest.  De geluidsbanden worden gemaakt in  speciale studio’s waar mensen de boeken inlezen.

Opmerking:

Je kan ook boeken in DAISY-formaat lezen.  DAISY staat voor Digital  Accessible Information System en biedt op cd-rom gesproken lectuur in digitale  vorm aan.  In een studio worden de teksten met menselijke stem voorgelezen  maar opgenomen en beluisterd met behulp van een DAISY-speler.  Een  DAISY-speler kan je aanschaffen via een hulpmiddelenleverancier.
- Belgische blindennazorgwerken
- Nederlandse  blindennazorgwerken

40. Hoe gaat het verder?

Als de boeken zijn ingelezen, worden de cassettes  gekopieerd.  Een boek bestaat meestal uit meer dan één cassette.  Elke cassette  krijgt een merkteken, zodat je kunt voelen de hoeveelste cassette van een boek  het is.  Dan gaan ze in een speciale doos met zes of acht vakjes.   Voor elke cassette is er één vakje, zodat ze niet door elkaar komen.

41. Waar kun je gesproken boeken krijgen?

In speciale bibliotheken  voor gesproken- en brailleboeken.  Je hoeft er niet naar toe.  Alles gaat per  post.  Vooral met brailleboeken is dat een heel gesjouw, want die boeken zijn  veel groter en zwaarder dan gewone boeken.  Dat komt, doordat brailleletters  veel meer plaats innemen dan gewone letters.  Voor het verzenden van de  brailleboeken en gesproken boeken hoef je niet te betalen.

Opmerking:

42. Wie kan gebruik maken van gesproken lectuur?

Gesproken lectuur is er  voor iedereen die om welke reden dan ook niet kan lezen.  Denk daarbij  bijvoorbeeld aan mensen die woordblind zijn en daardoor heel moeilijk kunnen  lezen en schrijven.  Gesproken boeken zijn ook handig voor mensen die hun  handen niet (goed) kunnen gebruiken.

43. Zijn er ook kranten en tijdschriften voor visueel gehandicapten?

Er  zijn tijdschriften in braille en in gesproken vorm.  Ook zijn er kranten  beschikbaar.  Natuurlijk kun je niet elke dag een hele krant voorlezen en  versturen.  Daarom wordt er een keuze gemaakt uit de artikelen.  Zo verschijnt  er elke week een selectie uit de grote landelijke dag- en weekbladen.  Nieuw  zijn de “computerkranten” en “tijdschriften”.  Deze worden verstuurd op een  diskette.  Om deze krant te kunnen lezen, moet de visueel gehandicapte wel een  aangepaste computer hebben.  Het voordeel van computerkranten en tijdschriften  is dat het niet zoveel werk is om ze te maken.  Het nadeel is dat je niet  lekker op de bank kunt lezen.  Je moet altijd in de buurt van een computer  zitten.

Opmerking:

Veel kranten kun je tegenwoordig online raadplegen via het  Internet.  Verder bestaan er ook Daisy-cd’s met kranten- en/of  tijdschriftartikelen etc.  Er bestaan draagbare Daisy-spelers zodat je niet  meer in de buurt van een pc moet zitten.

44. Waar kun je kranten en tijdschriften krijgen?

Nederland  en België tellen speciale instellingen waar ze gesproken kranten en tijdschriften maken en  bewaren.  Je kunt je abonneren op verscheidene bladen.  Wat zou je  denken van de Hitkrant op cassette, compleet met muziekfragmenten?

Opmerking:

45. Wat is het nadeel van gesproken boeken en tijdschriften?

Bij de  kranten moet je afwachten wat anderen uitkiezen om voor te lezen.  Het is  moeilijk om het iedereen naar de zin te maken.  Ieder mens heeft nu eenmaal  belangstelling voor iets anders.  Bovendien moet je de cassettes terugsturen  als je krant of het tijdschrift uit hebt; dan kunnen ze weer voor een volgende  keer worden gebruikt.  De boeken kun je vaak niet kopen.  Je kunt dus  nooit een eigen bibliotheekje opbouwen.
Als je altijd alleen maar luistert in plaats van dat je zelf leest, leer je niet  goed spellen.  Je ziet de woorden immers niet staan.  Daardoor maak je  veel vlugger spelfouten bij het schrijven.  Als een boek een beetje saai  is, kun je je moeilijker concentreren.  Als je daardoor even ergens anders  aan denkt, draait de cassette gewoon door.  Lees je zelf, dan stop je in  zo’n geval gewoon even.  Maar, bij het gesproken boek moet je terugspoelen  naar het punt waar je bent opgehouden met lezen.

46. Wat zijn grootletterboeken?

Dat zijn boeken met grote letters.  Ze zijn  groot, zwaar en erg duur.  Er zijn niet veel boeken in grootletterdruk,  maar er komen er wel steeds meer.

47. Waar kun je boeken in grootletterdruk krijgen?

Vaak in de gewone bibliotheek.  Als jouw bibliotheek ze niet heeft, kunnen  ze worden aangevraagd.
Opmerking:
Soms zijn ze ook beschikbaar in een blindenbibliotheek.
- Belgische bibliotheken en lectuurprojecten
- Nederlandse bibliotheken en lectuurprojecten

3. REIZEN

(vraag 48 tot en met vraag 67)

48. Hoe kunnen blinden en slechtzienden de weg vinden?

Mensen die goed  kunnen zien, oriënteren zich op herkenningspunten, zoals gebouwen en  straatnaamborden.  Ook slechtziende mensen kunnen dit vaak nog wel, al gaat het  al wel een stuk moeilijker.  Blinde mensen vinden de weg door herkenningspunten  uit hun hoofd te leren.  Dat doen ze door de route eerst regelmatig met een  ziende te lopen.  Als ze dezelfde weg zelfstandig gaan lopen, hebben ze een  witte stok bij zich en/of een geleidehond.

Opmerking:

Blinden en slechtzienden kunnen zich oriënteren op rioolputjes, obstakels, de  huizenrij, geuren, de ondergrond, …

49. Is het wel eens moeilijk om de weg te vinden?

Ja, vooral in woonerven  en op plaatsen waar geen stoep ligt.  Ook is het moeilijk als er veel  auto’s of andere obstakels op de stoep staan.

50. Als visueel gehandicapten bij iemand op bezoek willen gaan, hoe doen ze  dat dan?

Je kunt vragen of iemand je wil afhalen.  Je kunt dan meteen de weg  leren kennen, zodat je die later zelfstandig (met witte stok en/of geleidehond)  kunt lopen.  Als je met het openbaar vervoer reist, kun je vragen waar de  dichtstbijzijnde halte is en hoe je vanaf daar naar het huis moet komen.   Je kunt ook een taxi nemen, die je voor de deur afzet.

51. Heeft iedere blinde een geleidehond?

Nee.  Omdat visueel gehandicapten  gewone mensen zijn, houdt ook niet iedere blinde of slechtziende van een hond.  Als je niet van dieren houdt, moet je geen geleidehond nemen.   Dat is zielig voor de baas, maar ook voor de hond.

52. Is een geleidehond een gewone hond?

Gelukkig wel.  Hij kan gewoon spelen  en is ook gewoon stout of lief, zoals iedere andere hond.  Alleen … het is  geen domme hond.  Je kunt hem iets leren!

53. Waarom heeft een geleidehond een handvat?

Dat handvat is een beugel die  aan een tuigje vastzit.  Dat tuigje zit bij de hond om zijn nek, loopt vandaar  over zijn rug en zit dan met een riem onder zijn buik dicht.  Iemand die met de  hond loopt, houdt de beugel vast en kan zo goed voelen of de hond een beetje  naar links of naar rechts loopt, of stopt.  Een geleidehond kan niet aan een  lange riem lopen.  Dan gaat hij overal lekker snuffelen, zoals iedere hond.   Dat kan natuurlijk niet, want dan kan hij niet opletten en zijn werk goed doen.

54. Weet een geleidehond de weg?

Niet echt.  De baas moet de weg weten.  De  hond: wacht bij de stoep; zoekt een zebra om over te steken; kan bij een  stoplicht de paal vinden waarop de baas moet drukken om het licht groen te  laten worden; loopt om allerlei obstakels heen waar de blinde anders over zou  struikelen; kan, als hij daar ongeveer in de buurt is, een bushokje of  brievenbus vinden; zoekt deuren en trappen; weet het verschil tussen links en  rechts.  De baas moet telkens commando’s geven.  Bijvoorbeeld: “zoek de trap”.
Maar het blijft een hond.  Hij weet natuurlijk niet of de baas naar boven of  naar beneden wil.  Dat is wel eens lachen.  Op het Centraal station in Utrecht  bijvoorbeeld kan hij heel wat trappen vinden.  Bij elke trap zegt de baas dat  hij die niet moet hebben.  Misschien denkt de hond dan wel: “Nou ja vooruit.  Dan de volgende trap maar.  Het is ook nooit goed”.  Als de hond na lang zoeken  de goede trap wel gevonden heeft, krijgt hij een flinke pluim.  Op plaatsen  waar de hond vaak komt, weet hij zelf de weg.  Komt de boodschappentas  tevoorschijn dan weet hij dat er gewinkeld gaat worden.  De hond loopt dan  vanzelf de goede kant uit.

55. Mag je een geleidehond aaien?

Geleidehonden zijn vriendelijke dieren.  Meestal willen ze graag geaaid worden.  Doe dat dan ook gerust.  Je mag een  geleidehond alleen niet aaien, als hij aan het werk is.  Dan wordt hij te veel  afgeleid.  Ook is de kans groot dat hij telkens als hij mee mag – op zoek gaat  naar mensen die hem willen aaien.  Ook mag je een geleidehond niet iets lekkers  geven.  De hond moet immers overal mee naar toe, ook naar de slager en het  restaurant!  Hij mag dus niet leren bedelen om iets lekkers.

56. Kan iedere hond een geleidehond worden?

Nee.   Alleen een slimme hond wordt geleidehond.  Hij moet namelijk heel veel  leren.  Ook moet hij lief en gehoorzaam zijn.  Daarnaast moet hij goed  tegen reizen kunnen, niet gauw schrikken en niet zenuwachtig zijn.  Heel  belangrijk is dat de hond niet te oud is.  Want, zeker voor geleidehonden  geldt: “Jong geleerd is oud gedaan”.
De hondenscholen fokken meestal zelf hun eigen honden, of ze kopen ze van andere  scholen of fokkers.  Zo weten ze waar de honden vandaan komen en is de kans  het grootst dat het goede geleidehonden worden.
Bijna altijd gaan de jonge hondjes (puppies) naar een zogenaamd  “puppypleeggezin”.  Dat zijn gewone gezinnen, zoals die bij jouw in de  straat wonen, die zich vrijwillig bij een geleidehondenschool aanmelden om  ongeveer één jaar voor een jong hondje te zorgen.  In het puppypleeggezin  moet het hondje leren gehoorzamen en zindelijk  te worden, het moet wennen aan andere huisdieren wat dacht je van poezen, en aan kinderen.  Verder moet het puppypleeggezin het hondje zoveel mogelijk  meenemen op straat en naar winkels, zodat het alvast aan alle geluiden en  geuren gewend raakt.  En tenslotte moeten ze het hondje zoveel mogelijk  meenemen in de auto, de trein, de bus of de tram.
Na een jaar moet de jonge  hond weer terug naar de geleidehondenschool.  Dat is voor die  puppypleeggezinnen soms best wel moeilijk, want zeg nou zelf: Zou jij het  leuk vinden om een lief klein hondje weer weg te doen?  De training voor  geleidehond begint dus als de hond één jaar oud is.  Het is heel duur om een  geleidehond op te leiden.  Iedere hond wordt apart getraind door een  hondeninstructeur en die kan natuurlijk ook niet van de wind leven!
De training  duurt ruim een half jaar en als de hond klaar is, gaat de school een baas voor  hem zoeken uit de lijst met blinde mensen, die een geleidehond willen hebben.   Gelukkig hoeven ze de hond niet zelf te betalen; dat doet de regering.

Opmerking:

57. Wat is een witte stok?

De stok is eigenlijk wit met twee rode bandjes.  Het is een teken, waaraan je blinden en slechtzienden herkent.   In de wet is dat officieel vastgelegd.

Opmerking:

In België is er niets geregeld omtrent de bandjes die op de  stok gekleefd zijn.

58. Wie gebruikt een witte stok?

Iedere visueel gehandicapte die dat nodig  vindt, kan een witte stok gebruiken.

59. Waarvoor hebben blinden een witte stok?

Blinden hebben de witte stok  altijd bij zich in het verkeer.  Zo herkennen andere weggebruikers dat iemand  blind of slechtziend is.  Ze moeten dan extra oppassen.  Ook heeft iemand die  deze stok omhoog houdt voorrang bij het oversteken.  Zo worden akelige  ongelukken op straat voorkomen.  De witte stok wordt ook gebruikt als een soort  voelspriet.  Blinden kunnen zo voorkomen dat ze overal tegen aan lopen.

Opmerking:

De witte stok biedt

in België

geen voorrechten in  het verkeer en het is dus niet verplicht hem te gebruiken.  In het  verkeersreglement wordt enkel gemeld dat de andere weggebruikers extra  voorzichtig moeten zijn wanneer ze een persoon met witte stok in het verkeer  zien.  Dit staat in art. 40 van het KB van 01/12/1975 meer bepaald in art.  40.2.  “De bestuurder moet dubbel voorzichtig zijn ten aanzien van  kinderen, bejaarden of personen inzonderheid blinden met een witte stok  … (bestuurder moet vertragen en zonodig stoppen)”.
Het is uiteraard wel zo dat als je slechtziend bent en je geen enkel mobiliteits- of ander hulpmiddel gebruikt in het verkeer, je ook niet kan verwachten dat een  andere verkeersdeelnemer rekening houdt met je handicap en eerder zal stoppen,  zal helpen etc.  In de wegcode staat er verder helemaal niets rond  blindengeleidehonden.

60. Hebben slechtzienden ook een witte stok?

Ook slechtzienden gebruiken  een stok.  Vaak is dat een kortere.  Ze zijn daardoor herkenbaar in het verkeer.  Ook voelen ze er mee waar een trap begint, als ze dat moeilijk kunnen zien.  Vaak schamen slechtzienden zich een beetje om de witte stok te gebruiken.   Ze zijn bang dat anderen denken dat ze blind zijn en dat ze daarom niks zelf  kunnen.

61. Zijn alle witte stokken hetzelfde?

Er zijn heel veel verschillende  stokken.  Hele lange stokken voor grote mensen en kortere voor de kleintjes.  Ook zijn er stokken die je kunt opvouwen.  Je kunt de stok dan bij aankomst  opbergen in je tas.  Verder zijn er heel stevige stokken van hout.  Deze zijn  speciaal voor visueel gehandicapte mensen die ook niet goed kunnen lopen.  Op  hun witte stok kunnen ze dan steunen bij het wandelen.  Alle stokken moeten wit  zijn met twee rode bandjes.  Dat is geregeld in de wet.  Het liefst moet een  stok beplakt zijn met reflecterend materiaal.  Dan is hij goed te zien in  het donker.

Opmerking:

In België is er niets geregeld omtrent de bandjes die op de  stok gekleefd zijn.

62. Is het moeilijker om met een stok te lopen dan met een  geleidehond?

Alles heeft zijn voor en tegen.  Een hond is makkelijker als  het moeilijk is op straat, bijvoorbeeld als er veel lawaai is of als de stoep  vol staat met fietsen en reclameborden.  Ook is een hond makkelijker op  stations en als er sneeuw ligt.  Verder maakt het niet zoveel uit.

Opmerking:

Een geleidehond is voor blinden een mobiliteitshulpmiddel  dat ver boven de kwaliteiten van de witte stok of alle moderne  hoogtechnologische hulpmiddelen verheven is.
Met een witte stok loopt een blinde van hindernis naar hindernis.  Hoewel  men in het algemeen de indruk heeft dat zulks heel vlot verloopt, stellen de  sommige blinden vast dat het stoklopen bijzonder belastend is en veel stress  oplevert.  Als men rechts een hindernis vindt, is het niet uitgesloten dat  men langs de linkerzijde tegen iets anders aanbotst.  Het komt er dus op  neer dat het stoklopen vaak iets weg heeft van gokken en geluk hebben.   Tevens kan men met de witte stok onmogelijk plassen en overhangende hindernissen  detecteren.  Een bijkomend probleem vormt het zich steeds verplaatsend  hindernissenpark dat men in een stad of dorp als blinde op de stoep ontmoet.   Het straatbeeld verandert dagelijks drastisch en dat maakt het stoklopen zo  vermoeiend en … vaak zeer gevaarlijk.
Met een geleidehond loopt een blinde van oriëntatiepunt naar oriëntatiepunt.   De hond vermijdt hindernissen, overhangende takken, putten, bouwwerven, plassen,  hondenpoep, enz.  Hij wijst de blinde gebruiker trappen, roltrappen,  liften, stoepen, open deuren, zijstraten, zebrapaden, brievenbussen,  telefooncellen, onthaalbalies, zitbanken, een vrije plaats op het openbaar  vervoer, en vele andere dingen aan.  Hij volgt zeer strikt de bevelen van  zijn baasje op maar weigert die wanneer ze zowel de hond als zijn gebruiker in  gevaar brengen.  In zulk geval neemt de hond het initiatief om een  alternatieve weg te kiezen en terug te keren naar het punt vlak voorbij de  hindernis, al moet hij daarvoor een straat oversteken.

63. Moet je visueel gehandicapten op straat helpen?

Als je denkt dat een  visueel gehandicapte iets niet goed kan, bijvoorbeeld oversteken, vraag dan of  je kunt helpen.  Wees niet boos als dat niet hoeft.  De visueel  gehandicapte zal het dan wel alleen kunnen.

64. Hoe moet je helpen?

Wil je een visueel gehandicapte helpen oversteken?  Begin dan niet opeens te trekken aan zijn arm of witte stok.  Dat is echt heel  vervelend.  Vraag eerst even waar hij naar toe wil en of je daarbij kunt helpen.   Stelt hij jouw hulp op prijs?  Begeleid de blinde of slechtziende dan.

Opmerking:

65. Hoe moet je iemand begeleiden?

Vraag even wat hij het prettigst vindt.  Sommigen vinden het prettig om ‘hand-in-hand’ te gaan.  Anderen gaan liever  gearmd.  Moet je samen door een deur of een smalle doorgang op straat?  Ga dan  voorop lopen.  Het kan zijn dat een blinde een geleidehond bij zich heeft.   Die hond loopt alleen mee, als zijn baas daartoe opdracht geeft.

Opmerking:

66. Is het ook wel eens voordelig om slechtziend of blind te zijn?

Soms  wel.  Er bestaat bijvoorbeeld een kaart voor het openbaar vervoer.  Een visueel  gehandicapte koopt een kaartje.  Op datzelfde kaartje mag een begeleider gratis  meereizen.  Dat kan de geleidehond zijn of een echt mens.  Natuurlijk is zo’n  kaart er niet voor niets.  Voor veel mensen met een ooghandicap is het echt  hartstikke moeilijk om alleen op reis te gaan.

Opmerking:

In België kan zowel de blinde als de begeleider gratis reizen in zowel trein,  tram, metro als bus.

67. Hoe weet een visueel gehandicapte op welk station hij moet  uitstappen?

Speciaal voor mensen met een ooghandicap roept de conducteur  telkens de namen om van de stations.  Soms vergeet hij dit.  Dat is heel  vervelend voor mensen die weinig of niets zien.  Ze kunnen immers het bord  met de naam van het station niet lezen.

Opmerking:

Je kunt ook hulp vragen aan een medepassagier en/of de kaartjesknipper.

4. SCHOOL

(vraag 68 tot en met vraag 81)

68. Gaan blinde en slechtziende kinderen naar school?

Natuurlijk.   Het zijn gewone kinderen, dus moeten ze ook naar school.

69. Zijn er speciale scholen?

Ja.  Op zo’n speciale school is alles  aangepast aan blinde en slechtziende kinderen.  Ook met activiteiten wordt er  rekening gehouden met de verschillende handicaps.  Bovendien kunnen de  leerkrachten braille lezen en schrijven, zodat ze dat ook aan de kinderen kunnen  leren.

Opmerking:

70. Als visueel gehandicapte kinderen naar een speciale school gaan, wonen ze  dan in een internaat?

In Nederland zijn er een aantal speciale scholen.  Soms wonen  blinde of slechtziende kinderen heel ver van die school.  Om naar school te  kunnen, zouden ze elke dag heel lang moeten reizen.  Voor die kinderen is er  bij de speciale school een internaat.  Door de week wonen en leven de kinderen  in dat internaat.  Ze leren daar ook zaken die je later nodig hebt om  zelfstandig te kunnen wonen.  Je kunt daarbij denken aan koken, leren lopen  met een witte stok en zelfstandig reizen.

Opmerking:

71. Kunnen blinde en slechtziende kinderen ook naar een “gewone”  school?

Dat kan, en dat gebeurt ook steeds meer.  Het is alleen voor het  éne  visueel gehandicapte kind makkelijker dan voor het andere.  Soms zijn er op  school speciale aanpassingen nodig, zoals een andere kleur bord of een  speciale werktafel voor de blinde of slechtziende leerling.  Ook heeft de  leerling met een ooghandicap vaak wat extra hulp van de leraar nodig.  De les  gaat dan iets langzamer.  Dat hoeft geen probleem te zijn als ziende en visueel  gehandicapte leerlingen begrip voor elkaar hebben.  Verder is het  belangrijk dat problemen die er zijn, besproken worden in de klas.

Opmerking:

72. Krijgen blinde en slechtziende kinderen extra aandacht op een “gewone”  school?

Niet alles is voor hen even gemakkelijk.  Soms hebben ze extra hulp  of extra tijd nodig.  Dat komt doordat het lezen en schrijven niet zo vlug  gaat.  Soms krijgen ze extra les van een leraar van een speciale school.  Ze  leren dan bijvoorbeeld hoe ze een witte stok of een loep moeten gebruiken.  Kinderen met een ooghandicap worden niet voorgetrokken.  Dat vinden ze zelf ook  absoluut niet leuk.  Ze willen het liefst gewoon met de klas meedoen.

Opmerking:

73. Wat vinden visueel gehandicapte kinderen het moeilijkst op een “gewone”  school?

Het moeilijkste vinden ze het om bekeken te worden als een vreemd  kind.  Alleen omdat ze een ooghandicap hebben.

Opmerking:

74. Wat vinden de leraren moeilijk, als ze een visueel gehandicapt kind op  school krijgen?

Ook voor leraren is het even wennen, als een visueel  gehandicapt kind op school komt.  Zij vergeten in het begin vaak dat ze groot  moeten schrijven.  Ook zeggen ze in het begin niet altijd wat ze op het bord  schrijven.  Daardoor kan de blinde of slechtziende leerling de les niet volgen.  Bij toetsen moeten de leraren er altijd aan denken om de opgaven te laten  vertalen in braille.  Ook bij het plannen van activiteiten moeten de  leraren rekening houden met de handicap van de blinde of slechtziende.

Opmerking:

75. Is er speciale hulp voor de leraren?

Er zijn speciale leerkrachten die  een handje kunnen helpen.  Zij komen naar de “gewone school” om de leerling  braille te leren lezen of met de witte stok te leren lopen.  Ook geven ze de  leraren adviezen.  Bijvoorbeeld over de manier waarop zij het beste les  kunnen geven aan de blinde of slechtziende leerling.

Opmerking:

76. Hoe kunnen blinde en slechtziende kinderen rekenen?

Er zijn verschillende  hulpmiddelen gemaakt om te rekenen.

Opmerkingen

77. Hoe kunnen blinde en slechtziende kinderen meedoen met  aardrijkskundeles?

Voor slechtziende kinderen zijn er speciale atlassen  gedrukt met dikke lijnen.  Daarin staat niet zoveel als in een gewone atlas.  Voor blinde kinderen zijn er atlassen met reliëfkaarten.  Deze kaarten zijn  gemaakt van plastic, met bobbeltjes voor de plaatsen, dikkere bobbels voor  bergen en lijnen voor de rivieren.  Ook staat op deze kaarten veel minder dan  in een gewone atlas.  Niets aan te doen, dat kan om technische redenen nu  eenmaal niet anders.

78. Hoe kunnen blinde en slechtziende kinderen meedoen met gym?

Dat is wel  eens moeilijk, maar met een beetje fantasie lukt het toch vaak wel.  Het  spreekt voor zich dat blinde kinderen niet kunnen meedoen met een balspel.  Ook  voor slechtzienden zijn spelletjes met een bal vaak lastig.  Soms kan een  andere kleur bal, of een bal met geluid (een belletje erin) helpen.

79. Hoe gaat het onder het speelkwartier?

Het is wel eens lastig als je – net als bij gym – samen een spel wilt doen.  Maar ook hier geldt dat er best  spelletjes te bedenken zijn, waaraan iedereen mee kan doen.  Samen praten gaat  in ieder geval zonder problemen, zelfs over wat er gisteren op televisie was.  Ook blinde en slechtziende kinderen “kijken” televisie.   Dat doen ze door te luisteren.

80. Mag je blinde en slechtziende kinderen plagen?

Natuurlijk.  Maar wat  voor iedereen geldt, gaat ook op voor kinderen met een ooghandicap: blijf  sportief!  Het is geen kunst om altijd de tas van de visueel gehandicapte te  verstoppen, rommel op zijn weg te leggen, hem te plagen omdat hij de bal niet  kan vangen, of te pesten met die vreemde bril.  Kijk eens goed naar jezelf.  Er  zijn vast wel dingen waarmee jij niet graag geplaagd zou willen worden:  flaporen, rood haar, stomme kleren, hoogtevrees, heel groot of heel klein zijn  of gauw blozen.  Je ziet, er is genoeg.

81. En hoe gaat het na school?

Net als ieder kind, willen ook visueel  gehandicapte kinderen na school graag met anderen spelen.  Dat gaat niet altijd  goed.  Hoe minder je ziet, hoe moeilijker het is.  Verder hebben kinderen die  gewoon kunnen zien, niet altijd zin om zich aan te passen aan een kind met een  ooghandicap.  Toch kun je, met wat goede wil, heel wat spelletjes bedenken  die je samen kunt spelen.

5. WERK

(vraag 82 tot en met vraag 85)

82. Is er speciaal werk voor visueel gehandicapten?

Vroeger was dat meer  het geval dan nu.  Veel visueel gehandicapten waren mandenvlechter,  borstelmaker of stoelenmatter.  Later kwamen daar de beroepen telefonist,  typist of pianostemmer bij.  Nu is een groot aantal andere beroepen  mogelijk.

Opmerking:

83. Wat voor werk kunnen blinden en slechtzienden nu doen?

Tegenwoordig  kan er veel meer.  Dat komt doordat blinden en slechtzienden computerschermen  kunnen lezen.  Dat kan dankzij schermen met grote letters, spraakboxen (die  door middel van een elektronische stem vertellen wat er op het scherm staat)  en zogenaamde “brailleleesregels” die computerteksten vertalen in braille.  Niet op papier, maar door middel van kunststof pennetjes, die elektronisch  omhoog en naar beneden gestuurd worden en zo geplaatst zijn in een soort balk,  dat ze een regel tekst in braille vormen.  Er zijn ook brailleprinters, die  computerteksten op papier afdrukken in braille.  Beroepen waarvoor je ogen  het goed moeten doen, zoals bouwvakker, chauffeur, piloot of chirurg, zijn  natuurlijk niet mogelijk.

Opmerking:

84. Zijn er speciale aanpassingen nodig om te kunnen werken?

Soms wel.  Bij  die aanpassingen gaat het dan vaak om: ander licht, een aangepast bureau, een  aangepaste computer enz.  De werkgever kan bijna altijd geld van de overheid  krijgen om deze spullen aan te schaffen.  Zo wil de overheid bevorderen dat  blinden makkelijker aan het werk komen.

Opmerking:

85. Is het voor visueel gehandicapten moeilijk om werk te  vinden?

Inderdaad, dat is niet makkelijk.  Veel werkgevers denken dat  visueel gehandicapten langzaam zijn.  Dat is lang niet altijd waar.   Ook weten veel werkgevers niet dat ze geld van de overheid kunnen krijgen om  aangepaste apparatuur aan te schaffen.

Opmerking:

6. HUISHOUDEN

(vraag 86 tot en met vraag 93)

86. Kunnen visueel gehandicapten het huishouden doen?

Niet alles gaat even  makkelijk: stofzuigen bijvoorbeeld.  Maar … wie niet sterk is, moet slim  zijn.  Als je stofzuigt op kousenvoeten, voel je onder je voeten heel goed  waar de kruimels liggen.

87. Moet bij visueel gehandicapten thuis altijd alles op dezelfde plaats  liggen?

Dat is wel zo makkelijk.  Je kunt dan alles goed vinden.  Maar, ook  onder blinden en slechtzienden heb je mensen die slordig zijn.  Die moeten  dan wat langer zoeken voordat ze hun spullen gevonden hebben.

88. Hebben blinde mensen ‘s avonds het licht aan?

Mensen die blind zijn,  hoeven ‘s avonds het licht niet aan te doen.  Toch doen de meesten het wel.  Zo  kunnen bezoekers de weg in hun huis vinden.  Ook kan het zijn dat vrienden  doorlopen als ze geen licht zien branden.  Dat zou jammer zijn.  Wel is het voor  blinden een probleem om te weten wanneer het licht aan moet.  Ze kunnen  immers niet zien dat het donker wordt.

Opmerking:

Het licht aanlaten is ook handig voor andere huisbewoners  en/of de geleidehond.

89. Kunnen visueel gehandicapten koken?

Ja, dat kan.  Of ze het ook doen,  hangt af van de vraag of ze koken leuk vinden.  Bij het koken gebruikt de  visueel gehandicapte de zintuigen die het nog wel goed doen; vooral horen en  voelen.  Zo kun je ‘op de tast’ heel aardig aardappels leren schillen.  Ook kun  je leren om op die manier de vlam van het gas aan te steken.  Een beetje durf  heb je wel nodig om tussen al die warme pannen en vlammen te rommelen.  Bij het  koken gebruikt de visueel gehandicapte ook zijn oren.  Zo kondigt een  rammelende deksel aan dat het water kookt.  Verder zijn er verschillende  ‘kookhulpjes’.  Een paar voorbeelden: Vloeistof afmeten gaat heel goed met een  maatbeker waar aan de binnenkant voelbare streepjes zitten.  Voor slechtzienden  moeten die strepen goed zichtbaar zijn.  Verder zijn er weegschalen met  voelbare streepjes voor blinden of heel grote cijfers voor mensen die niet  goed kunnen zien.  Er is ook een weegschaal die praat en na een druk op de  knop vertelt hoe zwaar iets is.

Opmerking:

90. Hoe weten visueel gehandicapten wat er in pakjes en blikjes zit?

Als je  de etiketten niet kunt lezen, moet je iets slims bedenken.  De beste oplossing  is om overal etiketjes in braille op te plakken.  Dat is een heel karwei.  En  als je per ongeluk een blik ananas openmaakt in plaatst van doperwten, eet je  toch gewoon yoghurt met ananas toe.  Lekker!

Opmerking:

- Kim Bols – Alleen wonen als blinde
Er bestaan zogenaamde labellezers of barcodelezers om dit probleem te verhelpen.  Deze worden verkocht door de  hulpmiddelenleveranciers
- Belgische hulpmiddelenleveranciers
- Nederlandse hulpmiddelenleveranciers
Ook kan je in de winkel zelf de producten laten merken b.v. een stuk plakband  kleven op een blik ananas en niet op het blik erwtjes, of de ananas in een  plastic zak doen terwijl de erwtjes in de rugzak gedaan worden, …

91. Hoe doen visueel gehandicapten boodschappen?

Dat hangt er van af waar  je woont en hoeveel je kunt en durft.  Het makkelijkst zijn winkels waar je  kunt vragen wat je hebben wilt.  Voor visueel gehandicapten die weinig of niets  zien, is dat fijn.  Bij winkelen in een supermarkt is vaak de hulp van het  personeel nodig.  Als het niet te druk is, gaat dat meestal wel goed.  Slechtzienden bekijken alles vaak van heel dichtbij of gebruiken een  loepje  voor het lezen van etiketten en prijskaartjes.  Het allermakkelijkst is het  om boodschappen te doen met een ziende.

Opmerking:

92. Kopen visueel gehandicapten zelf nieuwe kleren?

Als je nog genoeg kunt  zien, koop je vaak zelf nieuwe kleren.  Als je niets meer ziet, moet je iemand  mee vragen.  Die moet dan wel durven zeggen of iets mooi staat of niet.

93. Hoe kan iemand die blind is weten dat er een vlek in zijn kleren  zit?

Dat kan de blinde vaak niet weten.  Iemand moet het hem zeggen.   Uit voorzorg kun je natuurlijk wat vaker wassen.

7. HOBBY’S EN VRIJE TIJD

(vraag 94 tot en met vraag 100)

94. Zijn er speciaal aangepaste spelletjes?

Ja, te veel om op te noemen.   Zo gaat kaarten prima met speelkaarten in grootletterdruk.  Mens-erger-je-niet en kan dankzij pionnen met verschillende kopjes.   Verder zijn er damspellen waarbij de witte velden hoger liggen dan de zwarte.

Opmerking:

95. Kunnen visueel gehandicapten aan sport doen?

Niet aan alle sporten.  Rugby spelen met mensen die wel goed kunnen zien, gaat niet.  Er zijn  daarentegen ook sporten die wèl heel goed gaan: zwemmen, atletiek, fietsen  (eventueel op een tandem), paardrijden, roeien, schaken en dammen.

Opmerking:

96. Hoe kunnen andere mensen zien dat een sporter blind of slechtziend  is?

Internationaal zijn daarover afspraken gemaakt.  Er zijn speciale gele  badmutsen te koop met drie zwarte stippen er op.  Voor hardlopers en skieërs  zijn er gele hesjes en armbanden met ook weer die drie zwarte stippen er op.

Opmerking:

97. Zijn er speciale sportverenigingen?

Die zijn er wel, maar lang niet in  elke plaats.  Speciaal voor blinden is het spel goalbal.  Je speelt dit spel met  een bal waarin een belletje zit: een zogenaamde rinkelbal.  Er wordt een echte  landelijke competitie gespeeld.  Ook is er een tandemclub, waar visueel  gehandicapten samen met zienden fietsen.

Opmerking:

98. Kunnen visueel gehandicapten ook lid zijn van “gewone”  sportverenigingen?

Meestal kan dat wel.  Als een visueel gehandicapte  denkt dat hij mee kan spelen, dan kan hij het altijd vragen en proberen.

Opmerking:

99. Gaan visueel gehandicapten ook op vakantie?

Ja hoor.  Want ook zij  vinden het fijn eens in een andere omgeving te zijn.

100. Hebben visueel gehandicapten hobby’s?

Ja natuurlijk!

8. MEER INFO?

  1. Artikels over Handicap & Integratie: Opgelet: Link naar de rubriek “Artikels”.
  2. Bliksem: BLIKSEM staat voor “BLinden Info Kanaal Services Evenementen Mailgroep”.  Dit is geen discussielijst maar een lijst voor aankondigingen.  Via deze lijst kunnen organisaties, verenigingen enz. hun informatie op een snelle manier bij visueel gehandicapten brengen.
  3. Braille Box: Pedagogische kit bestemd voor leerlingen van het lager onderwijs. Sensibilisering omtrent blind- en slechtziendheid.  De Braille Box is een pedagogische koffer die gratis bij de Brailleliga kan ontleend worden.  De koffer is bestemd voor leerkrachten van het lager onderwijs, die het thema van blind- en slechtziendheid willen aansnijden in de klas.  Uiteraard kan de Braille Box ook ontleend worden door eenieder die meer wil weten over hoe te leven met een visuele beperking.
  4. Handicap.eigenstart.nl: Nederlandse startpagina voor gehandicapten en chronisch zieken.
  5. Handicap.start.be: Verzameling van sites over alles wat met handicap te maken heeft.
  6. Handicaps_nl: Deze discussiegroep wil mensen met een handicap in de gelegenheid stellen om hun problemen, vragen en andere aanverwante zaken bespreekbaar te maken.  Iedereen is welkom nadat hij/zij zich in het kort heeft voorgesteld en de andere leden hun goedkeuring hebben gegeven.  Mensen die spammen, ongerelateerde onderwerpen posten of zich niet (kunnen) houden aan de netiquette worden van deze nieuwsgroep geweerd.
  7. Mijn-Handicap: Een heel algemeen forum, bedoeld voor alle mensen met een lichamelijke handicap, maar ook voor blinden, doven/slechthorenden, mensen met epilepsie of wat dan ook!
  8. Revabeurs: Allerlei informatie over de Revabeurs die 2-jaarlijks in Flanders Expo te Gent doorgaat.
  9. Samen-Verder: Digitale ontmoetingsplek voor mensen met een handicap of chronische ziekte.  Deze mailgroep kent een unieke LEDENLIJST die maandelijks onder de leden wordt verspreid.  Overige belangstellenden zijn ook welkom!
  10. Startpagina Gehandicapten: Jouw gids op de digitale snelweg!
  11. Tasten in het duister: Op deze site van Blindenzorg Licht en Liefde, vind je een boel interessante informatie terug!
    - Hoe leest Lars?: Uitgewerkt lessenpakket
    - De blinde reiziger / Zwart: Leestekst / Gedicht van een blind meisje.
    - Introductie- en doe-spelletjes: Spelenderwijs inleven in een wereld-zonder-kijken.
    - Wist je dat…?: 18 quizvragen.
    - Lijst van jeugdboeken: Boeken over blind of slechtziend zijn.
    - Algemeen documentatiepakket: Achtergrondinformatie voor de leerkracht
  12. Visueel-gehandicapten.start.be: Startpagina met allerlei nuttige links rond visueel andersvaliden, zowel voor België als voor Nederland.
  13. Visukids: Digitale ontmoetingsplek voor mensen met een handicap of chronische ziekte.  Deze mailgroep kent een unieke LEDENLIJST die maandelijks onder de leden wordt verspreid.  Overige belangstellenden zijn ook welkom!
  14. Week van het zien: GOED ZIEN IS BELANGRIJK!  Sedert 2005 organiseert de Algemene Professionele Opticiens- en Optometristenbond van België ten behoeve van het publiek jaarlijks de “Week van het Zien”.  Bedoeling van dit event is het publiek te attenderen op het belang van een regelmatige, preventieve screening van het zicht.  Te dien einde bieden de deelnemende opticiens-optometristen tijdens deze week aan ieder geïnteresseerde een visuele testing aan.  De visuele tests die werden uitgevoerd tijdens de laatste edities hebben aangetoond dat de regelmatige controle van het zicht wel degelijk nodig was.  Wij stellen daarenboven elk jaar een verhoging vast van het aantal personen die een opticien-optometrist n.a.v. deze campagne hebben geraadpleegd.  Elke jaar stellen wij eveneens een verhoging vast van het aantal deelnemende opticiens-optometristen, zodat wij met zekerheid kunnen zeggen dat de editie 2007 een echt succes was, dat bovendien goed werd weergegeven in de pers.

Laatst bijgewerkt op 25 juni 2011 – 07:43