Ook blinden en slechtzienden raken niet uitgekeken op WK-voetbal
‘Ik heb net de dvd van het WK van ’86 besteld’, zegt Piet Maes (67). ‘Dan kan ik de Belgen nog eens zien spelen.’ Niet dat Piet veel ziet. Wat vlekken die bewegen op het groene scherm. ‘Ik kijk elke avond naar het WK, samen met mijn Janine. We zijn allebei ook zware supporters van Antwerp.’ Je moet niet kunnen zien om van voetbal te houden. ‘De spelers van Genk ruiken gewoon zo lekker als ze uit de douche komen’, vindt Manou Borms, 24 en slechtziend.
ANTWERPEN
“Thomas Chatelle van Genk, dat vind ik echt een knappe. En zo sympathiek. Na de match komt hij vaak nog dag zeggen”, vertelt Manou Borms 24 en hevig Racing Genksupporter. “Hij ruikt ook zo lekker als hij uit de douche komt.” Dirk, Rudi en Ali moeten lachen.
Hier op de Markgravelei 81, het heropleidingscentrum voor blinden en slechtzienden, vinden vaak gepassioneerde discussies over voetbal plaats. Over de match van gisteren. Over de transfer van Koen Daerden. Over wie de beste voetballer is. “Ronaldinho”, roept Ali overtuigd. “Nee, Kompany”, vindt Rudi. “Hij heeft dit seizoen nog niet veel kunnen laten zien, maar als hij speelt…” Manou schudt het hoofd: “Delpiero! Als Italië speelt, dan trek ik mijn blauw T-shirt van Delpiero aan.”
“Mensen denken vaak dat blinden en slechtzienden niet naar tv kijken, maar dat doen ze wel”, zegt Chris Bierque, directrice van het heropleidingscentrum De Markgrave. “Ze praten ook gewoon alsof ze nog ogen hebben: ‘weet je wat ik gisteren op Telefacts heb gezien?’ Of ‘heb je die penalty gezien, net ernaast?’ Dat lijkt grappig, maar zij kunnen zich het voetbal zo levendig voorstellen, dat ze het gevoel hebben het echt gezien te hebben.”
Humeur wisselt met de score
Manou is één van de weinige vrouwen die het voetbal intensief volgen. “Ik kijk thuis naar het WK, met mijn papa of met mijn vriend erbij. En als het geen WK is, volg ik Genk. Tijdens de zomer ga ik gewoon naar de trainingen en oefenmatchen kijken. Als ze spelen, zit ik er altijd, op de tribune achter de goal. Niet dat ik veel zie, maar ik hou van de sfeer. En van de voetballers die daarna even dag komen zeggen. Koen Daerden, die vond ik echt een goeie speler, en een knappe. Maar die is nu weg. Gelukkig is Thomas Chatelle er nog.”
Manou haar humeur hangt samen met de uitslag van de match. “Als ze verliezen, dan ben ik echt depressief. En als ze winnen, mag je mij alles vragen. Ja, ik ben echt wel gek op voetbal. Dat is begonnen op internaat. Naast het internaat was het oefenveld van Genk en ik ging samen met een paar vriendinnen naar de voetballers kijken. Later ging ik ook naar de matchen, dat doe ik nog altijd als Racing Genk speelt. Ik volg ook veel op tv. Als ik heel dicht bij de tv zit, kan ik zien wie van welke ploeg is en wie de bal heeft. Om te weten wat er gebeurt, doe ik een beroep op mijn familie en ik luister gewoon naar de commentaar.”
Manou lijdt aan een aandoening van de oogzenuw. “Het kan zijn dat ik morgen niks meer zie als ik wakker word. Mijn ziekte is onvoorspelbaar. Soms ben ik wel bang als ik ‘s morgens mijn ogen opendoe: ga ik nog iets zien vandaag? Maar meestal denk ik aan andere dingen: mijn vriend of het voetbal, dan ben ik er niet zo mee bezig.”
Kijken naast het plasmascherm
Dirk Eeckhoudt (48) was vroeger keeper. “Ik speel eigenlijk liever dan te kijken”, zegt hij. Maar ja, spelen gaat niet zo goed meer. Ik kan nog wel tegen de bal schoppen, maar ik zie niet meer waar hij naar toevliegt. Ik heb nu een plasmascherm thuis, zodat ik het voetbal en andere programma’s wat beter kan volgen. Als jongen had ik talent, ze wilden mij zelfs overkopen. Ik was heel lenig en groot, ik kon de ballen uit de goal houden. Maar op een bepaalde leeftijd kreeg ik meer belangstelling voor de meisjes dan voor het voetbal”, lacht hij. “Op mijn zestiende kreeg ik oogproblemen: de ziekte van Stargardt, waardoor mijn netvlies langzaam afsterft. Daar is weinig tegen te doen. Ik moet naast het beeld kijken om scherp te kunnen zien wat er op het beeld gebeurt.”
Ali Bostanci (23) voetbalde vroeger ook. “In de vierde provinciale bij Diest. Nu kan ik alleen van dichtbij goed zien. Wat er tien meter verderop gebeurt, is onscherp: Ik moet ook dicht bij de tv gaan zitten, dan zie ik de mannen beter lopen. Ik ben van Turkse afkomst, en het liefst kijk ik naar de wedstrijden op de Turkse zenders. De Belgische commentatoren zijn wat droger, maar de Turkse gaan er helemaal in op en zitten voortdurend te babbelen, dat geeft toch wel meer sfeer.”
Pootjelap op het veld
Rudi De Gauw (52) kijkt soms naar de Nederlandse tv. “De commentatoren hier beginnen vaak over dingen die je niet wilt weten. Hoeveel die speler heeft gekost en dat hij nu weer verkocht wordt. Dat interesseert mij allemaal niet, ik wil weten wat er gebeurt. Frank Raes vind ik wel goed, Dirk Abrams ook. Maar Rik de Saedeleer, ja, dat was echt een plezier om naar te luisteren. Een goal gaat te snel voor mij, dat zie ik niet gebeuren. Ik moet het vooral van de vertragingen hebben: als ik het vier keer zie, dan kan ik volgen”, lacht hij.
Piet Maes (67) kijkt het liefst met zijn Janine naar de voetbal. “In mijn pyjama, gewoon met ons tweetjes voor de tv. Naar de wedstrijden van Antwerp ging ik vroeger ook, maar nu niet meer. Je weet nooit of er iets gebeurt tijdens een risicomatch. Als kind speelde ik graag mee op school, maar ik zag te slecht om te zien waar de bal vandaan kwam en de andere kinderen deden pootjelap met mij. Mijn oog raakte beschadigd in de oorlog, tijdens de bombardementen toen ik drie was. Maar ik heb een schoon leven. Ik kan ‘s avonds samen met mijn vriendin naar het voetbal kijken, er zijn niet veel mannen die dat kunnen zeggen (lacht).”
Katrijn SERNEELS
Overzicht van alle artikels in de categorie Sport & Spel
Laatst bijgewerkt op 6 juni 2011 – 12:13