WEEK VAN DE ZACHTE WEGGEBRUIKER
Als er een blinde in de buurt komt, dan voel ik de blikken van de omstaanders ‘wie gaat hem helpen?’
Dirk De Meyer
KONINGSHOOIKT
“Mobiel zijn is een noodzaak om werk te vinden. Als blinde kom je dus niet gemakkelijk aan de bak.” Dirk De Meyer (43) uit Koningshooikt is dringend op zoek naar een job. De blinde man volgt volwassenenonderwijs in Brugge. “Ja, ‘t is een heel eind, soms lijkt mijn reis een expeditie. Maar ik wil dat diploma absoluut behalen.”
Blinden en slechtzienden hebben het niet gemakkelijk in het drukke verkeer. Voor hun verplaatsingen zijn ze altijd op een ander aangewezen. “Ik wil zelfstandig kunnen leven en doe dus vooral een beroep op mijn benen en op het openbaar vervoer”, zegt De Meyer. “‘s Ochtends vroeg vertrek ik voor een lange reis met bus en trein van Koningshooikt via Lier naar Brugge. Drie keer per week volg ik herscholing in Sint-Rafaël in Brugge, een instituut dat volwassenenvorming geeft voor blinden.”
Dirk werkte negentien jaar als telefonist in het Lierse ziekenhuis, tot hij na een reorganisatie in 1997 werd ontslagen. “Ik ben alleen en moet mijn huis afbetalen. Als werkloze kom ik amper rond. En een job biedt ook meer sociaal contact. Daarom wil ik na mijn herscholing snel een nieuwe baan vinden.”
De blinde man trekt zich goed uit de slag. “Ik raadpleeg de dienstregeling van de NMBS met mijn spraakgestuurde computer. Als blinde moet je technisch goed uitgerust zijn. Maar mijn leven bestaat vooral uit vragen. Telkens moet ik bij de mensen om informatie of hulp vragen. Als er een blinde in de buurt komt, dan voel ik de blikken van de omstaanders ‘wie gaat hem helpen?’ Wat niet betekent dat iedereen meteen te hulp moet snellen. Soms zijn mensen overdreven behulpzaam, daar word ik zenuwachtig van.”
Dirk ergert zich aan de vele obstakels op het voetpad. “Wat er allemaal niet staat. Als ziende merk je dat wellicht niet meer maar voor een blinde is het één grote valkuil. In Brugge zijn de voetpaden te smal en staat er wel altijd iets in de weg, fietsen, vuilniszakken, lantaarnpalen, wegsignalisatie en de meest onverwachte hindernissen. Vandaag botste ik bijna tegen een bromfiets die dwars over het voetpad stond.”
Blinden moeten permanent waakzaam zijn. “Vooral bij wegenwerken. Dikwijls is een diepe put uitsluitend aangeduid met een plastic lint. Zo sukkelde vorige week een blinde vrouw in een diepe kuil. Gelukkig val ik zelden. Zonder gezicht ben je aangewezen op je ervaringen. Een goed oriëntatiegevoel is daarbij een hulp”, zegt Dirk.
Nieuwe verkeersinfrastructuur is niet altijd een zegen. Bij het heraanleggen van doortochten in de dorpskommen delen het autoverkeer en de zachte weggebruiker een gelijkgrondse weg. Maar de afwezigheid van een verhoogd trottoir maakt het voor de blinde moeilijk zich te oriënteren. “Soms sta ik plots midden in een drukke straat. Ook op de rotondes verlies ik soms het richtingsgevoel. Ik ken blinden die de autobus nemen net voor een rotonde en er voorbij opnieuw uitstappen. In gebieden met een zone-30 zijn er nog nauwelijks zebrapaden. En maar weinig oversteekplaatsen zijn beveiligd met een geluidssignaal bij groen licht.”
Overzicht van alle artikels in de categorie Mobiliteit & Toegankelijkheid
Laatst bijgewerkt op 28 mei 2011 – 23:56